Schaatsen analyse / Medailles Oranje hebben meer glans dan vroeger

Het Nederlandse schaatsen heeft een voldoende gehaald voor het vierjaarlijkse examen. De teams zijn volwassen geworden, een noodzaak om marktleider te blijven in een groeiende sport.

door John Graat

Gezien de bescheiden verwachtingen vooraf werd verrassend goed gepresteerd door de Nederlandse schaatskolonie in Turijn. Na het matige vorige seizoen en de povere aanloop in deze winter leek een verbetering van het aantal medailles van Salt Lake City (acht) niet reëel. Dankzij de ploegenachtervolging is zelfs voldaan aan de doelstelling van chef de mission Ed Verheijen (‘acht plus één’). Drie goud (Wüst, Timmer, De Jong), twee zilver en vier brons was de eindscore.

Verheijen was vooral ook te spreken over de uitstraling van het team naar het publiek. Vier jaar geleden liet die zwaar te wensen over. Het genante weigeren van de vlag, de minimale opkomst bij plichtplegingen als de openingsceremonie en het onderlinge geruzie tussen coaches en ploegen. De excessen van de eerste commerciële storm kwamen in 2002 aan het licht.

De afgelopen periode is het Nederlandse schaatsen met de voeten op de grond gekomen. De schaatsers waren in Italië gewoon zichzelf –en zo wil het volk het zien. Er lijkt respect tussen de teams, het gaat er veel professioneler aan toe dan in Salt Lake City. Dat was ook nodig om in het internationale schaatsen overeind te blijven als marktleider. Op deze Spelen keerde Rusland terug met drie medailles, werd Italië dankzij Fabris ineens een topland, bleek Amerika (zeven medailles) zeker gelijkwaardig en walsten de Canadese vrouwen naar de top (zeven medailles). Door de grotere concurrentie heeft een Nederlandse medaille nu meer glans dan vroeger.

Maar de sport mag dan in de breedte blijven groeien, niet alle landen blijken zoals Nederland in staat hun niveau te handhaven. Japan was bedroevend slecht en Noorwegen zelfs de grote verliezer. Peter Mueller kon zijn grote belofte niet waarmaken en bleef verstoken van succes.

Pieken blijft een kunst. Nederland deed dat beduidend beter dan de Noren. Toch resteert na twaalf boeiende dagen in de Oval Lingotto ook het idee dat er kansen onbenut zijn gebleven. Er was domme pech, met de val van Sven Kramer; bovendien werden niet op alle afstanden de best denkbare rijders ingezet. Kramer noemde zichzelf geen specialist op de 1500 meter; een klap in het gezicht van de werkloos toekijkende Mark Tuitert, tweevoudig winnaar van de wereldbeker. Gezond verstand zegt ook dat Gretha Smit, winnares van zilver in 2002, op de vijf kilometer meer kans had gehad dan de uitgebluste Groenewold en de stressgevoelige Kleibeuker.

Nederlanders willen te graag liefst zo veel mogelijk afstanden rijden. Dat is een hardnekkig restant van de allroundcultuur. Wie zich plaatst wil rijden, of dat nou verstandig is of niet. Bij praktisch alle schaatsers met een druk programma bleek gaandeweg dat hun vorm was afgebot. Of het nu Kramer, Verheijen, Groenewold, Hedrick of Fabris was – langzaam sloop vermoeidheid erin. Bob de Jong had zich puur gericht op de tien kilometer en was vrijdag frisser dan de rest.

Een ander selectiesysteem, met meer ’aanwijsplekken’ zoals topsportcoördinator Ab Krook voorstelt, lijkt geen oplossing. Toppers vroeger aanwijzen, zonder een peilmoment, zal altijd te veel discussie opleveren. In Amerika en Canada kunnen ze zich die luxe permitteren, in Nederland maakt de overvloed dat ondenkbaar. De omslag zal van de coaches en vooral de rijders zelf moeten komen. Wie duidelijke keuzes durft te maken, zal meer kans van slagen hebben in Vancouver.

Voorlopig heeft Nederland als land de beste vooruitzichten. Er is veel jong talent, de drie coaches hebben bewezen dat ze kampioenen kunnen maken en alle teams gaan minimaal nog twee jaar verder. In het buitenland heerst meer onzekerheid. In Amerika is een leegloop aanstaande, op Davis en Hedrick na. In Noorwegen zal het gaan rommelen. Duitsland profiteerde nog van de laatste stuiptrekkingen van de DDR maar het vervolg ziet er zorgelijk uit. Nederland kan met opgeheven hoofd de toekomst tegemoet.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden