Schaapherder in wurggreep van apparatsjiks De enige Rotterdamse schaapskudde wordt van zijn weidegronden weggepest

'Kleine man wat nu?' Deze titel van een bekende Duitse roman kan schaapsherder Arie Hallensleben boven zijn bed hangen in de oude boerderij Rozenhof.

Op een steenworp afstand van de Brienenoordbrug hoedt hij langs de dijk bij de Nieuwe Maas de enige schaapskudde van Rotterdam. Hoe lang nog? Somber vertelt hij, temidden van de onverstoorbaar gras en kruiden vermalende dieren, over het verraad van de stichtingen waarin hij zoveel vertrouwen had. “We waren het eens geworden, de Rotterdamse wethouders waren hier en samen met de stichtingen Zuidhollands landschap en Volkskracht, Historisch Kralingen en de Werkgroep Polder De Esch is het glas geheven op de goede afloop. De Rozenhof, omstreeks 1800 gebouwd, waarin mijn schapen en ik onderdak hebben, zou worden gered. De boerderij staat op de monumentenlijst, maar is al jaren sterk verwaarloosd.”

“Ik had gehoord dat de Stichting Zuidhollands landschap uit zijn kantoor in Rotterdam was gegroeid en een andere hoofdvestiging zocht. Toen heb ik gezegd: als het Zuidhollands landschap hier wil komen, wil ik best wijken. Dat lijkt me in het belang van de Eschpolder. Het kwam in de gemeenteraad, besloten werd de hoeve voor een symbolisch bedrag van één gulden te verkopen. Voor die gulden kreeg het Zuidhollands landschap ook nog de erfpacht voor 100 jaar.”

“Er was één voorwaarde, en daarmee werd akkoord gegaan: tot overeenstemming komen met de schaapsherder, want de schaapskudde moest blijven bestaan. De geest was zo gelijk gericht tijdens die bijeenkomst in de boerderij. Dat moest wel goed komen. Maar na verloop van tijd...ik hoorde niets meer, ik kreeg geen inzage in de plannen, ik besta feitelijk niet meer.”

Arie H. C. Hallensleben (51), schaapsherder in het Rijnmondgebied, vreest nog te zullen moeten 'vluchten' voor het geweld van de functionarissen, de apparatsjiks.

“Ik ben het afgelopen voorjaar al van de ene dag op de andere, op staande voet, terwijl de kudde lag te lammeren, uit de polder gezet. De Plantsoenendienst had de boswachter op me af gestuurd. 'Ik moest weg, ik speelde hoog spel', zei hij. Ik had volgens hem teveel schapen op de dijk, er bleef geen kruidje meer over, de Plantsoenendienst wilde hier de ecologische hoofdstructuur instellen en daar paste ik niet in. Toen ben ik in mei met de kudde een tijdje uitgeweken naar Rozenburg, waar ze me graag wilden hebben.”

Hoeveel jaren heeft schaapsherder Hallensleben wèl in het beleid gepast? Antwoord: ruim 15 jaar met een kudde van de huidige omvang van 300 en daarvoor nog eens tien jaar met veel minder schapen, totaal 25 jaar.

Het begon allemaal na een kortstondig zeemansleven als slager op de Nieuw Amsterdam. “Ik liep in die tijd een keer over de Rotterdamse veemarkt, het landelijke trok me aan. Toen heb ik een kalf gekocht, voor 100 gulden.” Enkele kinderen uit de Eschpolder boden hem stalruimte aan, hij trok met het kalf over de dijk, liet het daar grazen. “Maar het was een stier, hij werd groot en sterk en ik heb hem aan de kinderboerderij in het Kralingse Bos gegeven. Al gauw zag ik op de veemarkt drie schapen, die ik alle drie heb gekocht. Daaruit is feitelijk de kudde ontstaan.”

“In die tijd werd ik ermee geconfronteerd dat ik als slager alles van dood vee wist, maar niets van levende dieren. Om die reden heb ik gesolliciteerd bij het Centraal Diergeneeskundig Instituut, zodat ik in de paar jaar dat ik daar werkte, veel kennis over vee en dierenziekten kon verwerven.” Hij profiteert nu van die kennis als keurmeester bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees ('in deeltijd, de kudde is geen broodwinning').

De omvang van de schaapskudde van Arie Hallensleben staat niet los van de veranderingen die de Eschpolder doormaakte. Er werd daar, langs de Nieuwe Maas in Kralingen, in de jaren '70 een nieuwe dijk aangelegd, verder landinwaarts dan de oude. Rijkswaterstaat wilde een bocht uit de rivier halen. De oude dijk zou worden afgegraven, de Eschpolder aan het water prijsgegeven. Maar de bewoners wilden het behoud van de polder en kregen hun zin. De oude, zogeheten Nesserdijk werd niet afgegraven en de Eschpolder bleef gespaard. Er ligt nu een potentieel natuurreservaat, de natuur heeft de 14 hectare weelderig begroeid.

Schaapsherder Hallensleben kwam als geroepen voor het Hoogheemraadschap Schieland. “Zo'n jaar of 15 geleden zei het hoogheemraadschap: wanneer de nieuwe dijk af is, mag jij daar met je schapen op. En in 1983 kwam de boerderij Rozenhof vrij, toen de boer ermee ophield. De Werkgroep Eschpolder heeft het gemeentelijk Grondbedrijf gevraagd of ik erop kon worden geplaatst. Ik wilde graag, kon boerderij en hooiberg goed gebruiken, want ik had inmiddels totaal elf hectare dijktalud in onderhoud waarvoor ik ook een speciale maaimachine en twee trekkers had aangeschaft.”

In 1984 betrok hij de boerderij. Hij kreeg ook nog de oude dijk, die de gemeente had beheerd, in onderhoud. Hallensleben ontwikkelde een methode van begrazen, door het voortdurend methodisch verplaatsen van de kudde, die volgens hem een kruidenrijke begroeiïng van de dijkhellingen garandeert. “Hiermee wordt ook een rijke vlinderstand bevorderd.”

Totdat er ongeveer een jaar geleden signalen kwamen dat de Stichting Zuidhollands landschap en de Plantsoenendienst een salami-taktiek op hem toepasten. “Bij een gesprek bleek ineens dat ik niet meer in de boerderij kon blijven wonen; ook zal de nieuwe schuur niet toereikend zijn voor een kudde van 175 schapen, een aantal dat al een concessie was aan het Zuidhollands landschap. We lieten het Zuidhollands landschap en Volkskracht weten dat ze volgens het akkoord alles behoorden te doen om de kudde te handhaven. Hun reactie was: Ja, maar we hebben niet gezegd hoeveel, 100 schapen is ook een kudde.”

“Dat is de bewoners van de nieuwe wijk bij de watertoren en die van de Eschpolder, in het verkeerde keelgat geschoten. Ze hebben 'Redt de Schaapskudde' opgericht en die is gaan onderhandelen. Ik heb nu 300 schapen - op het moment van onderhandelen waren het er 350 - en ik zei: luister eens, ik wil terug naar 175, ik doe ook water in de wijn. Maar met 100 schapen kan er geen kudde meer zijn, omdat die 100 nooit verder komen dan rond de boerderij en de wei erachter. Daaraan hebben ze dan voldoende, zodat de dijk en de wijk de zwervende kudde kwijtraken.”

“Nou goed, de standpunten zitten muurvast. De bewoners maken zich er erg boos over, maar omdat het geliefde stichtingen betreft, hebben we alsmaar geprobeerd dit uit de publiciteit te houden. We hebben voor schadelijke publiciteit gewaarschuwd, maar dat baatte niet... Ze gaan door. In het voorjaar hebben de bewoners tegen de Plantsoenendienst gezegd: 'Je moet die herder een contract voorleggen'. Dat contract kwam er, maar was zo opgesteld dat ik er niets aan had. Het gras mocht niet korter dan vier centimeter, niet langer dan tien centimeter en moest drie weken blijven liggen, er mochten niet meer dan zoveel schapen op...kortom, daar kon ik niet mee werken.”

“Op een gegeven moment heb ik gezegd: Ik vraag jullie geen geld, de bewoners zien ons graag, de dijk is kruidenrijker, waarom zet je me er af? Toen zei de betrokken ambtenaar, die het wat heet onder de voeten werd: 'Het Zuidhollands landschap wil niet meer dan 100 schapen'. Dit betekent dus dat het Zuidhollands landschap een lobby voert bij partijen, in dit geval de Plantsoenendienst, om mij eraf te krijgen. Ik vind dat dit botst met hun doelstellingen. Zij behoren me toch te beschermen en voor me op te komen?”

“Inmiddels heeft het Grondbedrijf me aangezegd dat ik binnen een maand moet tekenen, anders word ik eruit gezet. De kern van het conflict ligt bij de bewoning. Ik vind dat ik bij de kudde hoor te wonen, zeker als ze lammert. Dat is te combineren met het in het oog houden van de straks gerestaureerde boerderij, die na kantoortijd onbewaakt zal zijn. Nòg een ding: de stichtingen Zuidhollands landschap en Volkskracht hebben beide in de statuten het behoud van monumenten staan. Toch moet de unieke zesroedige hooiberg van de Rozenhof volgens plan worden afgebroken voor een parkeerplaats. De stalramen moeten plaats maken voor grote ramen, dak en boerenschuur worden onherkenbaar verbouwd. Stichtingen als het Zuidhollands landschap, we hebben er vroeger veel aan gehad, ook in de strijd voor de Eschpolder. Ze hebben ons verraden, wij zijn woedend, de wijk is woedend. Het zijn politieke instellingen geworden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden