Schaamteloos zwelgen in smartlappen

Als het aan de Binnenlandse veiligheidsdienst had gelegen. Ja, dan. “Dan had het niet zo lang hoeven duren”, zegt Berend J. Vonk, striptekenaar. “Dan was ik nu rijk en beroemd geweest en had ik die prijs al jaren eerder gekregen.” Geintje, natuurlijk. al mag Berend Vonk graag de indruk wekken dat hij het meent. En ooit kreeg hij inderdaad bezoek van de BVD.

Het Amsterdams Fonds voor de kunst heeft Vonk (35) deze week een prijs toegekend voor zijn stripverhalen, illustraties en spotprenten, onder andere verschenen in Trouw. Een aanmoedigingsprijs, voor een talent dat volgens de jury 'veelbelovend' is en 'geheel zijn eigen weg is gegaan'. Berend Vonk, aldus de deskundigen, tekent 'smartlappen' en zwelgt daar vervolgens 'schaamteloos' in. Ze hadden hem geen groter compliment kunnen maken.

Twee jaar geleden publiceerde hij voor het eerst zijn tekeningen in Trouw, op de jongerenpagina Zanzibar. Hij had zijn strips naar de krant gestuurd, in een zoveelste poging met zijn werk aan de bak te komen. In diezelfde periode begon hij ook regelmatig illustraties te maken in opdracht van andere kranten en tijdschriften, waaronder Filosofie Magazine en het Algemeen Dagblad. “Eindelijk was ik er achtergekomen dat het niet echt opschoot om met een mapje tekeningen langs galeries te lopen. Dat hadden ze me op de kunstacademie in Maastricht niet verteld.”

In kunstkringen werd zijn werk niet altijd even serieus genomen. Het waren 'maar' strips en stripachtige schilderijen en tekeningen, gemaakt door een maffe Limburger.

Bij de uitgevers van stripalbums ving Berend Vonk ook al bot. Eén keer lukte het hem een verhaal gepubliceerd te krijgen, in 1995. Een alternatieve uitgever bracht 'In de val Jeanette' op de markt. De grote stripfirma's vonden zijn verhalen echter te bizar. “En dat zijn ze ook, want als je mijn stijl moet omschrijven, dan ga ik verder waar Kamagurka ophoudt”, zegt Vonk. Zijn strips verschijnen in het tijdschrift 'Zone 5300', voor liefhebbers.

“De verhalen en grappen die ik maak, zijn voor anderen vaak onlogisch, vol vreemde associaties. Soms ben ik bang dat ze, behalve voor mezelf, nauwelijks te snappen zijn. Ik doe dat niet met opzet. Ik wil helemaal geen bizarre dingen maken. Ik maak gewoon dingen waar ik zelf heel erg om moet lachen.”

Zo deed hij het al als klein jochie. Zie de strips 'Leiden in Verzet' en 'De verdwijning van Ome Arie', getekend en zelf ingebonden, toen Berend Vonk respectievelijk acht en twaalf jaar oud was. Hij heeft beide albums bewaard, ze hebben zelfs de chaos in zijn propvolle Amsterdamse atelier overleefd zonder één kras of scheur.

Aan zijn stijl is in bijna dertig jaar niets veranderd. De plaatjes zijn net zo uitgelaten als hij ze nog steeds tekent, de figuren net zo uitgesproken. En zelfs de humor is dezelfde. Als 12-jarige liet hij al Kamagurka-achtige stripfiguren rondstappen in een verhaal dat zich afspeelt rond de moord met een koekenpan. “Ik was zo'n echte stripverslaafde, net als mijn broers. Al ons zakgeld ging er aan op, maar het liefst maakten we ze zelf. Met z'n drieën rond de tafel, hele middagen waren we er druk mee.”

Als puber en later, als student, dacht hij met zijn tekeningen en strips de wereld te kunnen verbeteren. “Haha.” Het was de tijd van de anti-kruisrakettendemonstraties, de vredesgroepen. Berend Vonk maakte strips voor diverse vredesblaadjes, in zijn woonplaats Maastricht en ook voor 'Bluf!', het krakersblad, ook al stond de zwart-wit manier van denken in die kringen hem eigenlijk niet aan: “Ik was er allang achter dat je ook aardige VVD'ers had, en dat niet alles wat links was, ook per definitie goed was.”

In die jaren belandde hij in zijn eigen stripverhaal, toen er op een goede dag twee BVD'ers - in de onvermijdelijke regenjassen - bij hem aanbelden. De veiligheidsdienst wilde de toen 17-jarige student werven als informant. Berend bood ze een kopje thee aan. “Want je krijgt tenslotte niet dagelijks een stel BVD'ers over de vloer.”

Terwijl de ene agent zijn schilderijen bewonderde, vertelde de andere dat de veiligheidsdienst had geconstateerd dat Berend Vonk 'met beide benen op de grond stond', aangezien hij bezig was te breken met het actiewereldje. De BVD hoopte dat hij hun kon helpen met het onderzoek naar de brandstichtingen van RaRa. In alle ernst bood de veiligheidsdienst een tegenprestatie aan: “Als ik mee zou werken, zeiden ze, zou dat wel eens heel gunstig kunnen zijn voor mijn stripcarrière.” Hij grijnst. “En achteraf, tsja. Misschien heeft het wel niet voor niets geduurd dat ik pas achttien jaar later een aanmoedigingsprijs in ontvangst mag nemen. Ik had toch mee moeten werken. Stomstomstom.”

Met de agenten had hij nog wel een interessante discussie over koekblikken. “Die jongens zijn echt van alle markten thuis.” Al begrepen de BVD'ers niet waarom Berend Vonk per se koekblikken moest verzamelen van koning Boudewijn. Hij had toen al een hele collectie. Het verzamelen van kitsch is nog steeds een passie. Wie één keer in zijn piepkleine Amsterdamse atelier is geweest, weet waarom in zijn strips de muren altijd bloemetjesbehang hebben.

Sinds hij door Trouw is gevraagd om vaste vervanger te worden van de spotprenttekenaars Len en Tom, tekent Berend Vonk voor het eerst sinds zijn 'aksietijd' weer 'plaatjes met een boodschap'. Zijn actuele cartoons verschijnen regelmatig op de Podiumpagina. Hij heeft nooit de ambitie gehad om politiek tekenaar te worden, zegt hij. “Hoewel ik het goed vind dat ook jongere kunstenaars eens aan de bak komen. Het zijn al zolang dezelfde namen die je ziet. Wat de spotprenten betreft, zijn er gewoon te weinig jongeren die zelf de ambitie hebben om de nieuwe Collignon of de nieuwe Tom te worden. In de stripwereld ligt dat anders. Daar is genoeg talent, maar ze komen er niet tussen.”

Of het werkelijk zijn grootste talent is om politieke cartoons te maken, vraagt hij zich wel eens af. De eerste keer dat hij voor de Podium-pagina van Trouw moest tekenen, vond hij “heel erg eng”. “En dat is het nog steeds. Er is niets zo moeilijk als elke week een grapje te tekenen. Eerst ga je kranten lezen om een onderwerp te kiezen. Maar ik moet ingewikkeld bladeren, want ik wil per se niet zien wat de andere tekenaars met een bepaald onderwerp hebben gedaan. Ik wil mijn eigen grap maken.”

Het probleem is dat hij gewend is zo vrij te associëren, dat zijn actuele spotprents inderdaad 'anders' zijn. “Een van de meest geslaagde tekeningen vond ik zelf een prent waar ik een maffe schakel maakte tussen de graancirkels die in die week overal werden aangetroffen en een hoop rampspoed op politiek gebied. Niet iedereen begreep die prent. Ik kan het zelf ook niet goed uitleggen wat de grap er aan is. Het is meer een gevoel.”

Maar gelukkig heeft het vervanger-zijn één aantrekkelijk voordeel. “De Kamer heeft reces, de politici zijn op vakantie. Ik kan tenminste mijn eigen onderwerpen kiezen en de koppen hoeven nog niet te lijken, ook.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden