Opinie

Schaamte houdt de verhalen over de oorlog in Indië verborgen

Foto uit een gevonden archief van overleg tussen de Nederlandse overheid en republikeinse gedetineerden op Banka. Tweede van rechts is Soekarno.Beeld Rijksvoorlichtingsdienst

Schaamte houdt koffers met materiaal over de oorlog in Indië dicht. Historicus Art de Vos, tevens auteur van ‘Gordel van geweld, ­overleven in Indië – een familiekroniek’, ziet ze graag geopend.  

Op het Indonesische eiland Banka werd zeventig jaar geleden, op 7 mei 1949, de Van Royen-Roem-verklaring getekend. Die zette een punt achter de ­gruwelijke koloniale oorlog in ‘ons ­Nederlands-Indië’.

Er is veel aandacht voor deze periode. Een nationaal historisch onderzoek moet in 2021 antwoord geven op de vraag of Nederlandse troepen struc­tureel gebruikmaakten van extreem ­geweld. Drie instituten zijn ermee bezig: het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (Niod), het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en het Nederlands Instituut voor ­Militaire Historie (NIMH).

Nestbevuiling

Een deel van onze samenleving verwijt hen ‘nestbevuiling’, een ander deel meent dat het onderzoek de zaak moet toedekken. Ga er maar aan staan. De kinderen en kleinkinderen van de betrokken militairen zouden kunnen bijdragen aan het onderzoek, maar zij dreigen te zwijgen.

Na hun aankomst in Nederland zwegen veel militairen over hun ervaringen. Ze waren te heftig én er was toch geen luisterend oor. De koffie was nog op de bon, er heerste woningnood en alle aandacht ging naar de wederopbouw. Wie zat te wachten op soldaten uit een verloren oorlog? Hun trauma’s bleven onverteld en verdwenen op zijn best in koffers op zolder.

Door alle aandacht is er onder hun kinderen en kleinkinderen een ware zoektocht gaande naar die verstopte koffers. Als ze worden gevonden, treffen de vinders dagboeken, ooggetuigenverslagen, zakagenda’s, brieven en militaire documenten.

Ook ik kreeg de beschikking over zo’n verborgen schat. Nadat mijn boek over het Indische leven van een militair gezin verscheen, ben ik overladen met reacties. Zeker als mij documenten worden aangeboden, verwijs ik steevast naar de drie genoemde instituten. Vaak stokt dan de spontaniteit. ‘Wat heeft mijn familie eraan als mijn opa te kijk staat als een oorlogsmisdadiger?’ mailde iemand mij letterlijk. Er is dus een wil, maar zeker ook huiver om die koffers te delen. 

Selectieve interesse

Dat wantrouwen voeden de instituten zelf. Het onderzoek focust op de periode tussen de capitulatie van Japan in augustus 1945 en de demobilisatie in 1950. Ook ervaar ik selectieve interesse voor bewijzen van geweld en veel minder voor de context waarin die plaatsvond. Voor een antwoord op die don­kere schuldvraag van de betrokken ­militairen moet je hun persoonlijke achtergronden en motieven kennen. Dwangarbeid, vernederende oorlogs­ervaringen, verlies van vrouw en kin­deren – het effect mag niet worden ­onderschat.

Ter illustratie: de militair uit mijn boek kwam halfdood bij de Birmaspoorlijn vandaan. Hij was zwaar getraumatiseerd, wist niet waar vrouw en kinderen waren en woog nog maar zestig kilo. Meteen verscheen er een Nederlandse keuringsarts uit het vrije Australië en die vond hem psychologisch en fysiek fit genoeg voor een landing op het eiland Billiton. Hij en veel van zijn kameraden waren op het randje van waanzin en hadden zo veel dood en ellende meegemaakt dat het hen niets meer deed.

Dit soort verhalen zitten er in de koffers bij kinderen en kleinkinderen van deze militairen. Wie hun vertrouwen wil winnen, moet zich ook willen verplaatsen in hun huiver om ze te delen. Als wij als land opnieuw de fout maken niet naar hun verhalen te luisteren, zullen de koffers weer dichtgaan. De verhalen blijven dan onverteld.

Kijk voor inspiratie naar Zuid-Afrika, waar in 1995 een waarheids- en verzoeningscommissie werd opgericht om afscheid te kunnen nemen van de apartheid. Men kreeg daar de waarheid in ruil voor erkenning en verzoening. Een aanpak die ons ook wat dichter bij de verwerking van dit moeizame verleden zou kunnen brengen. 

Lees ook:

Nederland sprak schande van apartheid, maar zag in de eigen kolonie Indië die apartheid niet

Om in het reine te komen met het Indiëverleden zou een zwaar Nederlands zelfonderzoek moeten volgen, stelt Eduard Steinmetz, bestuurskundige en publicist over Nederlands-Indië. Hij is tevens kleinzoon van Indiëveteraan kolonel Eddy Steinmetz.

Ook over Bali mogen we niet zwijgen

Als we openheid willen geven over het Nederlandse koloniale verleden, moet zeker de Bali-expeditie in 1906 niet worden vergeten, stelt lezer Henk Vos

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden