Schaamhaar in Afghanistan

Qais Akbar Omars persoonlijke kroniek uit een turbulent land

In hetzelfde jaar dat de Amerikanen Afghanistan bestookten om zich te wreken op 9/11, bleek dat land niet alleen narcotica en religieus fanatisme voort te brengen, maar ook hoogwaardige literatuur. Het debuut van Atiq Rahimi, 'Aarde en as' (2012), maakte op mij grote indruk. Tot nu toe is Rahimi de meest literaire van de Afghaanse schrijvers gebleken - een paar jaar geleden werd hem nog de Prix Goncourt toegekend - al is hij bij lange na niet zo'n publiekslieveling als zijn generatiegenoot Khaled Hosseini, die de wereld tien jaar geleden veroverde met 'De vliegeraar', en later met 'Duizend schitterende zonnen'. Hosseini is misschien geen schrijver voor fijnproevers, maar hij is onmiskenbaar een meeslepend verhalenverteller.

Inmiddels staat de volgende generatie klaar om te getuigen van de turbulente Afghaanse geschiedenis. Zoals Qais Akbar Omar, begin jaren tachtig geboren in Kaboel. Zijn debuutroman 'Het fort met de negen torens' is een persoonlijke kroniek, verteld vanuit het perspectief van Qais, een opgroeiende jongen in de nieuwsgierige en ontvankelijke leeftijd tussen de zeven en negentien jaar. Omar schrijft sober en eenvoudig, het boek leest bijna als een proces-verbaal, maar de gebeurtenissen houden je aan het boek gekluisterd.

In Qais' vroege kinderjaren is Kaboel een idylle. Het ruime huis van zijn grootvader herbergt wel zeven gezinnen en is het kloppend hart van Qais' levendig opgeroepen wereld. Ook hier vliegeren de jongens vanaf de huizendaken. In het machtsvacuüm dat ontstaat nadat de Russische bezetter is verdreven storten 'de heilige strijders' uit verschillende etnische groepen het land in een gewelddadige burgeroorlog. De bevolking van Kaboel leeft in voortdurende angst voor raketaanvallen en sluipschutters. Qais ondervindt het brute geweld aan den lijve en doet huiveringwekkend verslag van mishandeling en marteling. Genadeloos toont hij de hypocrisie van de heilige strijd, die een alibi blijkt voor alles wat God verboden heeft.

Maar zodra Qais met zijn ouders en zijn zusjes de stad is ontvlucht en het gezin in de provincie even in de luwte vertoeft, laat Omar ons een ander Afghanistan zien. Ver weg van het meedogenloze geweld worden eeuwenoude tradities zichtbaar van gastvrij en genereus gemeenschapsleven, van poëzie, verhalen vertellen, muziek maken en tapijten weven. Het is een regelrechte hommage aan de culturele rijkdom van het land.

Terug in Kaboel verschijnen, anno 1996, uit het niets de taliban ten tonele. Die brengen rust en orde, maar het is een ongelukkige, angstige vrede: "Niemand lachte zolang de taliban aan de macht waren." De islamitische dictatuur die je uit de kranten kent, krijg in Omars ooggetuigenverslag absurdistische trekjes. Qais maakt mee hoe de lengte van zijn oksel- en schaamhaar met een liniaal wordt opgemeten.

In het geheim weet hij een bloeiend tapijtatelier op te bouwen, waar hij tientallen meisjes aan verboden arbeid helpt. Eindelijk is er geld om zijn oude droom van een vlucht naar het buitenland mogelijk te maken, maar dan zet de aanslag op de Twin Towers de wereld op z'n kop. De roman eindigt met de komst van Amerikaanse bommenwerpers en de verdrijving van de taliban uit Kaboel.

De levendige beschrijving van de euforie op straat is een van de mooiste passages in 'Het fort met de negen torens', dat in The New York Times en The Washington Post al lovend besproken werd. Het boek toont weer eens het surplus van de literatuur boven de journalistiek. Hier wordt de geschiedenis van binnenuit zichtbaar en voelbaar, in de maar al te concrete levens van mensen.

In de epiloog, getiteld: 'Nog een lange weg te gaan', uit Omar zich bitter en kritisch over de westerse inmenging van de afgelopen tien jaar: "We zijn nog steeds in afwachting van wat ze gaan opbouwen, behalve militaire bases voor zichzelf." Maar hij is ook strijdbaar: "We moeten de wereld laten weten dat Afghanistan een nieuwe eigenaar heeft, en die eigenaar is onze generatie."

Qais Akbar Omar: Het fort met de negen torens. Een jeugd in Afghanistan. (A Fort of Nine Towers) Uit het Engels vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen. De Bezige Bij, Amsterdam; 462 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden