SCHAAKSPEL TEGEN HET BANKROET

André Telting, president van de Centrale Bank van Suriname, verraste de afgelopen twee jaar vriend en vijand met onorthodoxe maatregelen. Als een meesterschaker voert hij strijd met lokale speculanten, die het land desnoods naar het bankroet drijven. Het IMF gaf Suriname onlangs een goed rapportcijfer, al wordt het herstel nog 'fragiel' genoemd. Suriname heeft weer iets te verliezen bij de verkiezingen op 23 mei.

Een treffende vraag. Volgens de Wereldbank zou Suriname tot de rijkste landen ter wereld kunnen behoren. Het land is vruchtbaar en heeft grote, nog niet ontgonnen voorraden hout, goud, graniet en olie. Farmaceutische bedrijven zoeken in het oerwoud naar kostbare medicijnen. Water en lucht zijn nog brandschoon. Het zou een paradijs voor toeristen kunnen zijn.

Intussen gaat het dagelijks gesprek in Suriname steevast over hoge prijzen, onbeheersbare criminaliteit en schreeuwende corruptie. De activiteiten van kleine groepen criminele handelaren met connecties in de regering hebben het land voor bonafide ondernemers onbegaanbaar gemaakt. Economische schandalen zijn onderdeel van de couleur locale. Net als de verlammende armoede die er het rechtstreekse gevolg van is.

André Telting (60) is niet aangetast door cynisme. Uren kan hij vertellen over de rijke geschiedenis en de mogelijkheden van zijn land. En over het goud dat in de Surinaamse bodem ligt opgeslagen. Hij toont foto's van goudzoekers, poknokkers, uit het begin van de eeuw. “El Dorado. U kent dat verhaal toch? Dat lag dus hier, in Suriname.”

Telting trad aan op 1 maart 1994, na 14 jaar de Surinaamse Postspaarbank te hebben geleid. Hij gelooft in Suriname. En in zichzelf.“Ik heb op mijn eerste dag hier aangekondigd dat ik de teugels van het Surinaamse geldwezen weer in handen zou nemen.”

Nauw samenwerkend met minister van financiën Hildenberg wist hij in krap twee jaar de jaarlijkse inflatie terug te brengen van 370 procent tot een tiende daarvan: 37 procent. Voor komend jaar acht het IMF 10 procent geldontwaarding reëel. De oververhitte geldpers is gestopt, de koers van de Surinaamse gulden sinds een jaar weer stabiel. In plaats van met een tekort sloot de regering het afgelopen jaar af met een begrotingsoverschot. De buitenlandse schulden worden weer afbetaald. Ondernemers, banken en langzaamaan ook de mensen op straat beginnen te geloven in enige vooruitgang.

Als een schaker die geniet van elke zet, verklaart Telting zijn strategie. “Het imago van de Centrale Bank was geschonden, dat moest snel worden opgevijzeld. Een bank die geen prestige heeft, krijgt niets van de grond. Wij hebben dus binnen een maand gezorgd dat de overheidsinkomsten drastisch toenamen.”

Telting opende met een relatief kleine aanpassing van de invoerrechten. Suriname moet vrijwel alles importeren. De invoerrechten waren echter belachelijk laag, zodat importeurs nauwelijks belasting betaalden. Plotseling stroomde er weer geld in de staatskas. “Dat maakte het mogelijk”, zegt de bankpresident met een felle armbeweging “een ré-só-lúút eind te maken aan de monetaire financiering.” Sindsdien staat de geldpers stil en heeft heeft de Telting niet meer toegegeven aan de politieke druk om hem weer aan te zetten. Na 15 jaar heeft Suriname weer een onafhankelijke Centrale Bank.

“Suriname stond er slecht voor. We kregen geen cent meer uit het buitenland. We moesten het dus van eigen productie hebben. Een groot deel daarvan ligt stil door de verwoestingen die tijdens de binnenlandse oorlog (tussen Brunswijk en Bouterse, red.) zijn aangericht. Maar wij hadden ons goud.”

Intussen begon de Centrale Bank goud op te kopen. Bij gebrek aan dollars werd betaald met Surinaamse guldens. Eerst kleine beetjes, later steeds meer. De goudopkoop werd fel bekritiseerd door Westerse regeringsadviseurs, die goud als basis voor de muntwaarde 'primitief' noemden. Telting wist echter wat hij deed. Het goud van de bank zou later zijn belangrijkste troef blijken.

De volgende zet was het aanpakken van het verziekte wisselkoerssysteem. Handelaren konden tegen belachelijk lage koersen dollars inkopen bij de overheid. De regeling was bedoeld als subsidie voor het aankopen van dure productiemiddelen in het buitenland. Vrijwel alle dollars gingen echter naar met ministers bevriende handelaren in de rijstsector. Deze heren importeerden er auto's en koelkasten mee, of verkochten de dollars direct op de zwarte markt met soms veertigvoudige winst. Deze corruptie betekende een enorme, permanente aderlating voor de staatskas.

Drie maanden na zijn aantreden schafte Telting de jungle van wisselkoersen af, en stelde hij de officiële koers van de Surinaamse gulden gelijk aan die op de 'parallelmarkt'. Daar deed de dollar geen 1,80 gulden Surinaams, maar 180 gulden, het honderdvoudige.

De schok was enorm. Ambtenaren en werknemers van de ruim honderd overheidsbedrijven zagen hun salaris wegschrompelen, spaarders en banken leden enorme verliezen. In één klap viel echter ook de bodem onder de zwarte geldhandel weg en kwamen de belastingen weer op een reëel niveau. De handelaren schreeuwden moord en brand, maar Telting had zijn lot aan de vrije wisselkoers verbonden en hield voet bij stuk.

De zoete wraak van de speculanten kwam in oktober 1994. Een adviesbureau van de regering liet een economische prognose uitlekken, waarin werd uitgegaan van een koersstijging tot 1 200 gulden voor een dollar. “Pure paniekzaaierij”, zegt Telting boos. Hij toont zich bitter over de opstelling van het Surinaamse zakenleven. “Koop elke dollar die je kunt krijgen en kijk niet naar de prijs, was hun devies. Any koers, any place. Dàt klonk uit de mond van de ondernemers. Met als gevolg natuurlijk enorme prijsstijgingen, die deze mensen onverbiddelijk doorberekenden aan de consument.”

De koers van de gulden gleed binnen enkele weken onderuit van 200 naar 400 gulden Surinaams voor een dollar. De nachtmerrie van een bankier. “Je kunt een orkaan op de televisie zien, maar je moet er middenin gezeten hebben om te weten wat het is. Velen dachten op dat moment dat Suriname reddeloos verloren was. We zaten in een draaikolk en hadden geen enkel middel om eruit te komen. Het was een werkelijk angstaanjagende ervaring.”

In de maanden die volgden, werkte Telting in stilte aan zijn verdediging. Om bij een volgende paniekgolf te kunnen ingrijpen, moesten de reserves van de bank worden vergroot. De aankoop van goud uit het binnenland werd zo hoog mogelijk opgevoerd. “Daarvoor moesten wij nieuw geld in de economie injecteren, met het grote gevaar van meer inflatie. We moesten dus een manier vinden om dat geld na de goudaankoop weer uit de circulatie te halen.”

Daarop volgde een briljante zet. Eind februari vloog Teltings medewerker John de Boer in het diepste geheim naar Londen om een nieuw waardepapier te laten drukken. Precies een jaar na zijn aantreden introduceerde Telting een goudcertificaat. Opnieuw een 'prehistorisch' middel, maar zeer effectief voor Suriname. Telting glimt. “We haalden het overtollige geld uit de markt en verschaften het publiek tegelijk een goed alternatief voor de vlucht in de dollar. Waardevast en met een eerlijke rente van vijf procent per jaar. Je kunt er nog mee speculeren ook, via de Londense metaalbeurs.”

De actie werd een rage. Binnen een week verkocht de Bank voor twee miljard gulden Surinaams aan certificaten. De dollarspeculanten verloren hun monopoliepositie op de geldmarkt en Surinaamse burgers investeerden weer in hun eigen land.

Aan deze in de bankwereld unieke actie dankt Telting de bijnaam 'Mister Powisi', naar de fiere Surinaamse loopvogel die hij op het goudcertificaat liet afbeelden. “De Powisi is een flinke boshoender”, vertelt hij, “die onze goudzoekers vroeger gebruikten als bergplaats. De powisi slikte het goud in en in zijn maag zat het veilig. Je kon er goed mee smokkelen. Als je de stad bereikt had, kon je het beestje slachten, het vlees smaakt heerlijk. Of je kon wachten tot het goud er met de uitwerpselen weer uitkwam. Ik vond het een leuk symbool.”

Achter die speelse symboliek school een beslissende strijd. De introductie van het certificaat moest hebben plaatsgevonden, vóór de speculanten tegenmaatregelen konden nemen. “We moesten koste wat het kost voorkomen dat ons plan uitlekte. Slechts een paar mensen bij de bank waren op de hoogte. We hebben gewerkt onder de strengste geheimhouding in een uiterst krap tijdschema. De nacht voor de uitgifte hadden we de papieren pas hier vanuit Londen. Ons goudcertificaat was er van de ene op de andere dag. Het was een... Entebbe.” Telting lacht schaterend. “Een monetair Entebbe!”

Na deze actie wist Telting de regering tot een aantal lastige beslissingen te brengen. Na het Powisi-certificaat volgde de afschaffing van de kostbare subsidies op brandstof, kookgas, brood en melk. Het geld kon worden gebruikt om de brain drain uit het ambtelijk apparaat te verminderen door een noodzakelijke salarisverhoging. Telting benadrukt dat dit nooit was gelukt zonder steun van de minister van financiën. “Minister Hildenberg en ik hebben gelukkig een uitstekende samenwerking kunnen opbouwen.”

Dat moest ook wel, want de maatregelen kwamen hard aan bij de bevolking. In mei 1995 gingen de belangrijke bauxietmijnen plat. Binnen een week gleed de koers van de gulden weer de diepte in, een nieuwe 'orkaan' dreigde. Inmiddels had de Centrale Bank een bescheiden dollar-reserve opgebouwd. Door het aanbieden van voldoende dollars, interventie in bankjargon, kon de bank de wind uit de zeilen van de speculanten nemen. De eerste interventie kwam binnen een week en overrompelde de handelaren. Binnen drie dagen was de koers weer terug op het oude niveau. “Een historisch moment”, zegt Telting met nadruk. “Wij hadden de koers van onze gulden onder controle. Ons overwicht hebben wij vervolgens gebruikt om de koers heel behoedzaam, stapje voor stapje omlaag te leiden. We kwamen van 750 gulden per dollar en zitten nu op 400 gulden. Voorlopig ben ik tevreden.”

Intussen groeit het vertrouwen in de economie weer voorzichtig. Het leven is nog steeds peperduur, maar het prijsniveau daalt. De Kamer van Koophandel merkt een verhoogde interesse van buitenlandse investeerders en ABN Amro in Paramaribo zegt een duidelijke stijging van de vraag naar bedrijfskredieten waar te nemen. “Wij denken niet dat het beter gaat, wij zien het”, aldus een woordvoerster van ABN Amro.

Telting heeft echter ook felle critici. Voorzitter Hans Prade van de Surinaamse rekenkamer dringt aan op het maken van jaarverslagen door de Centrale Bank. Die zijn sinds 1991 niet meer gepubliceerd en Prade wil kunnen controleren wat de Centrale Bank doet. Telting: “Toen ik aantrad, liep de bank jaren achter met de jaarverslagen. Die achterstand zijn we nog aan het inlopen.”

De zuurste kritiek van de Rekenkamer geldt het feit dat de Centrale Bank ook goud opkoopt van illegale delvers en handelaren. Het is algemeen bekend dat Brunswijk en Bouterse via stromannen in de illegale goudhandel zitten. Telting ontwijkt de kritiek met een lofzang op de poknokkers met wie hij zaken doet. “Wij willen niet werken met buitenlandse maatschappijen. We willen dat de Surinamers het goud zelf uit de grond gaan halen. Duizenden mensen trotseren nu diep in onze bossen de ziektes en de slangen. Het is een zeer hard bestaan, ik heb grote bewondering voor deze jongens.”

Fel bestrijdt Telting de hardnekkige opvatting dat de stabiele guldenkoers een 'pure verkiezingsstunt' is. De speculanten zouden zich tijdelijk koest houden om 'hun' ministers in de regering te houden. “Wie dat zegt, begrijpt niet goed wat wij hebben gedaan”, zegt Telting. “We hebben nu voldoende valutareserves opgebouwd om te kunnen interveniëren. Mensen die nog steeds denken de Bank te kunnen breken, mogen dat gerust proberen.”

De speculanten staan nog niet schaakmat. Onlangs wees de rechter een schadeclaim van een rijsthandelaar toe. De handelaar eist nooit ontvangen dollars op tegen een oude 'rijstkoers' van 34 gulden Surinaams. De claims van andere door politici benadeelde handelaren kunnen oplopen tot 70 miljoen dollar, bijna de helft van de huidige valutareserve van de Bank. Telting heeft dit probleem echter op het bordje van de regering gelegd, die inmiddels een wet heeft ingevoerd tegen de - op zich terechte - claims. Telting weigert uit te betalen. “En dat zal ik blijven doen. De tijd is voorbij dat de Centrale Bank zaken doet tegen irreële koersen.”

Inmiddels begint het internationale vertrouwen in Suriname zich te herstellen. Sinds kort maakt de Nederlandse regering het ontwikkelingsgeld uit de 'verdragsmiddelen' weer direct over naar de Centrale Bank. “Een belangrijk signaal”, vindt Telting. Maar zijn grootste overwinning is het lovende IMF-rapport. De financiële schaker tikt met het rapport op tafel. “De IMF-delegatie was verbaasd. Ze hebben onze cijfers uitgekamd en nog eens uitgekamd, maar ze konden er geen vinger tussenkrijgen.”

Het herstel wordt nog wel 'fragiel' genoemd; in de zeer geringe nationale productie is nog geen verbetering gekomen. Er moet binnenkort gesneden worden in de subsidies op energie en water, wat opnieuw pijn zal doen. De monetaire stabiliteit is, als hij doorzet, pas een begin. Buitenlandse investeerders tonen echter al belangstelling voor noodlijdende staatsbedrijven als Bruynzeel. Het wachten is op maatregelen van de regering die privatisering van de ruim 100 staatsbedrijven mogelijk maken.

En op de uitslag van de verkiezingen. Veel van de beter opgeleide Surinamers hebben de buik vol van de 'oude politiek', maar stemmen toch op het regerende Nieuw Front van president Venetiaan om het herstel een kans te geven. “Mijn beleid is niet afhankelijk van welke regering dan ook”, zegt Telting. Maar niemand kan voorspellen wat er gebeurt als het verarmde volk op 23 mei massaal om Desi Bouterse roept.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden