Sceptisch zijn uit overtuiging

permanente reflectie | In de nieuwe Trouw-uitgave 'Durf te twijfelen' demonstreren filosofen de kunst van het twijfelen. Het kost tijd, het resultaat is onzeker, en toch kan het maatschappelijk debat niet zonder de 'achteruitkijkspiegel' van de filosofische scepsis.

Twijfel niet, God is er!' Decennialang hing aan de Amsterdamse Overtoom een in neonletters uitgevoerde tekst aan de muur. Het was ongetwijfeld goed bedoeld van het Leger des Heils, maar het effect kan niet groot zijn geweest. Het bestaan van God ervaar je - of niet, maar als de geest van de twijfel eenmaal uit de fles is, krijg je die er moeilijk weer in.

Bovendien kan het advies te stoppen met twijfelen in een vrije, moderne samenleving op weinig bijval rekenen. Misschien klinkt twijfelen zwakker dan 'zeker weten', maar Nederlanders hechten aan hun recht gezag te betwisten en kritische vragen te stellen.

In een geseculariseerde samenleving als de Nederlandse, twijfelen we inmiddels aan heel veel meer dan God, we verkeren in een staat van 'permanente reflectie', zoals de Duitse socioloog Helmut Schelsky het heeft genoemd. Is er nog reden te geloven in het huwelijk, als zoveel huwelijken uitdraaien op een echtscheiding? Werkt de democratie nog wel, als kiezers niet goed geïnformeerd worden? Hoe staat het met onze vrijheid, als we ons slapend uitleveren aan internetgiganten?

Vertragen

Zulke vragen laten zich niet meer onderdrukken door een advies niet te twijfelen. Wel loopt de geëmancipeerde Nederlander om subtielere redenen de kans niet meer aan twijfelen toe te komen, noch in huiselijke sfeer, noch in onze op resultaat gerichte scholen en kantoren. Twijfelen kost nu eenmaal tijd. Het doorkruist de plicht snel je mening klaar te hebben, efficiënt te werken, snel af te studeren, en ook je vrije tijd nog te vullen met iets nuttigs. Want behalve vertragend, is twijfelen ook niet meteen zinvol. Het zet denken in gang, maar de uitkomst moeten we nog maar afwachten. Filosoof Ton Derksen ziet de gevolgen dagelijks in de rechtszaal: in de haast een bewijs rond te krijgen, wordt twijfelen aan de schuld van de verdachte consequent ontmoedigd en belanden onschuldige Nederlanders volgens hem regelmatig in de cel.

Voor het probleem dat haast en reflectie slecht samengaan, is in Nederland inmiddels een oplossing gevonden - zij het in de marge van de instituties die jagen op snelle resultaten. Het barst in dit land van de filosofische cafés, cursussen en drukbezochte festivals, die de grote vragen opknippen in behapbare stukjes, zodat ook drukbezette mensen er tijd voor willen vrijmaken. Over die flitsende publieksfilosofie is lang een beetje denigrerend gedaan, maar de breed gedeelde behoefte aan 'permanente reflectie' is toch reden tot optimisme. Kennelijk zijn veel Nederlanders óndanks de alom ervaren tijdsdruk bereid na te denken over chronisch actuele vragen.

Bij die behoefte sluit de krant graag aan. Deze week verschijnt onder de titel 'Durf te twijfelen' een uitgebreide versie van een reeks interviews met filosofen over kwesties die in het nieuws steeds opnieuw opvlammen. Zo was politiek filosoof Gijs van Oenen vlak na het Oekraïne-referendum al sceptisch over het nut van referenda, die volgens hem alleen de illusie voeden dat het volk mag meepraten. Filosofe Bernice Bovenkerk vroeg zich af of de natuur niet veel meer respect verdient dan ze krijgt - ook een vraag die met elk debat over dierenrechten actueler wordt.

Filosofen zijn natuurlijk lang niet de enigen die van doorvragen hun professie hebben gemaakt. Wetenschappers vragen zich voortdurend af of hun onderzoek afdoende onderbouwd is. Bij journalisten leidt een sceptische houding tot kritisch onderzoek en kritische vragen: we vertrouwen de minister niet op haar blauwe ogen, we moeten de informatie eerst checken.

Toch is er waarschijnlijk niemand zo sceptisch aangelegd als de filosoof. De traditie vertoont een bijkans neurotische neiging om door te gaan met vragen waar anderen het nut daarvan allang niet meer inzien. De radicale twijfel van een denker als Descartes, die ten slotte alleen nog maar zeker wist dát hij dacht, zal op mensen met een minder filosofisch temperament dan ook overkomen als geneuzel. Toch is de sceptische stap naar achteren vaak dé manier om een probleem goed in het vizier te krijgen; filosoof Klaas Mulder noemt de wijsgerige scepsis dan ook een 'dodehoekspiegel'.

Denkfouten

Een goed voorbeeld is opnieuw de aanpak van Ton Derksen. Deze wetenschapfilosoof zoekt niet alleen naar feiten, hij wijst ook op denkfouten, Zo laat het Openbaar Ministerie belastend bewijs altijd zwaarder wegen dan ontlastend bewijs. Daarmee vertoont het OM tunnelvisie. In het gewone leven is de verkokerde blik best nuttig, vindt Derksen, want 'sceptische genen overleven niet': wie twijfelt of die vrachtwagen echt aan komt razen, wordt zeker geschept. Maar rechters moeten in de dodehoekspiegel kijken, anders belanden onschuldige mensen in het gevang.

Die dodehoekspiegel gebruikt ook Maaike Meijer, al richt haar kritiek zich op een heel ander terrein: dat van de kunst. Meestal gaan we ervan uit dat we daar de weg wel weten: Beethoven is kunst met een grote K, André Rieu is kitsch. Maar ook achter die aanname schuilt volgens Meijer een onbelicht terrein van onderzoek. Want hoe komt zo'n hiërarchie eigenlijk tot stand? Wie bepaalt eigenlijk wat mooi is? Meestal niet de mensen die genieten van André Rieu. Is het dan wel de kwaliteit die de status van een kunstwerk bepaalt? Of is kunst minstens ook een wapen om de 'beschaafde' elite te onderscheiden van het 'onbeschaafde' volk?

Het zijn onderwerpen die nog wel even stof tot debat kunnen leveren. Toch ligt de sceptische methode meer dan vorig jaar onder vuur. En dan niet alleen omdat twijfelen tijd kost, maar omdat de burger langzamerhand sceptischer geworden lijkt te zijn dan wenselijk is. De overwinning van Donald Trump en van het Brexit-kamp in Engeland, het Oekraïne-referendum en Wilders' kritiek op de rechter: ze wijzen allemaal in de richting van een wantrouwen aan partijen die vroeger op enig gezag konden rekenen: de politicus, de rechter, de journalist. En hoewel je filosofen moeilijk verantwoordelijk kunnen stellen voor die vertrouwenscrisis, lijkt twijfel aan instituties zoals de rechtspraak of de kunstwereld ook niet erg behulpzaam. Als filosofen al twijfelen aan de waarde van de kunst met een grote K, aan een betrouwbare rechter, of aan de mogelijkheid van waarheid, hoe moet de burger daar dan op vertrouwen? Is gezonde twijfel inmiddels niet zodanig ontspoord dat filosofen moeten uitleggen wat het wél waard is om in te geloven? Of zoals de Amerikaans-Duitse filosofe Susan Neiman deze herfst uitriep bij de opening van het Brainwashfestival: "Als je niks nuttigs bij te dragen hebt, ga je maar naar huis".

Toch is wantrouwen niet helemaal hetzelfde als scepsis. Burgers en partijen die de elite wantrouwen (en meer vertrouwen hebben in hun eigen kringen op sociale media) zijn vaak de animo voor een uitwisseling van gedachten verloren. Ze weten eigenlijk al dat de rechter, de krant en Den Haag niet te vertrouwen zijn. Zoals Tinneke Beeckman het in 'Durf te twijfelen' formuleert: 'Wantrouwen betekent veronderstellen dat de ander te kwader trouw is'.

Onderzoek en gesprek

Maar bij sceptici ligt het toch net even anders. Die schorten het oordeel op en houden er dus rekening mee dat de waarheid anders zou kunnen uitpakken dan gedacht. De verdachte zou onschuldig kunnen zijn. En wat we kitsch noemen, is dat bij nader inzien misschien toch niet. Filosofische scepsis stelt de zekerheid uit en nodigt uit tot onderzoek en gesprek.

Bovendien vertrekt ook de voorzichtigste scepticus niet vanuit een volkomen neutraal thuishonk. Alle denken komt voort uit overtuigingen die niet 'voor de rechtstoel van de rede gesleept kunnen worden', zoals Hans-Georg Gadamer het uitdrukte. Als Ton Derksen niet hoopte op een rechtvaardig proces, zou hij niet zo sceptisch zijn over de tunnelvisie van het Openbaar Ministerie. Als Gijs van Oenen niet geloofde in democratie, zou hij zich niet opwinden over de belofte op constante inspraak die de democratisering twintig jaar geleden in gang heeft gezet.

En als Maaike Meijer niet tot haar eigen verrassing had genoten van een voorstelling van André Rieu, zou ze er waarschijnlijk niet voor pleiten de hiërarchische verhoudingen in de kunst aan een sceptische blik te onderwerpen.

Filosofische scepsis is dus geen teken van politieke of morele onverschilligheid en ook geen poging om alles waar we in geloven buitenspel te zetten. Het is een hartstochtelijke poging om theorieën en hiërarchieën die niet meer goed werken te bevragen en indien nodig aan te passen.

Hoe weten we wat ware liefde is? Of dat de economie altijd maar moet groeien? Of dat we het bestaan van God moeten bewijzen? Misschien moeten we fundamenteel anders gaan denken, om recht te doen aan onze jongste ervaringen.

Debatavond over scepsis

Maandag 21 november organiseert debatcentrum De Nieuwe Liefde een avond rond het boek, met voordrachten van onder meer Maaike Meijer, Klaas Mulder en Bernice Bovenkerk. De entree is 12,50 euro. Trouw-abonnees ontvangen het boek gratis bij het toegangskaartje. Los kost het boek 14,95 euro. Kaarten zijn te bestellen op trouw.nl/exclusief. U kunt zich ook aanmelden via www.denieuweliefde.com.

Het boek

Komende week ligt 'Durf te twijfelen' in de boekhandel. In twaalf interviews belichten filosofen als Ignaas Devisch, Simone van Saarloos, Hans Schnitzler, Henk Oosterling actuele kwesties op het gebied van natuur, techniek, gezondheid, democratie, economie, media, onderwijs en geloof. De in Trouw verschenen gesprekken zijn uitgebreid en aangevuld met leeslijsten, voor wie zich verder wil verdiepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden