Sauerbreij doorbreekt eenzijdigheid

(Trouw)Beeld ANP

De triomf van snowboardster Nicolien Sauerbreij is in dubbel opzicht historisch: als eerste Nederlandse wintersporttitel zonder schaatsen én als honderdste olympische goud.

Al op de eerste wedstrijddag van de Winterspelen in Vancouver ging bij veel Nederlandse media het alarm af. Sven Kramer zou met winst op de vijf kilometer Nederlands honderdste olympische goud hebben veroverd.

In werkelijkheid had hij de officiële teller op 97 gebracht. Na verrassende overwinningen van Mark Tuitert en Ireen Wüst op de 1500 meter leek alsnog Kramer voor het magische aantal te gaan tekenen, maar ook dat bleek, tijdens de tien kilometer, een vergissing.

Dat Nicolien Sauerbreij het honderdste goud won, is voor de schaatsequipe beschamend, maar inspirerend voor een land met grote ambities. Haar naam zal als een bijzondere worden gebeiteld in de Wall of Fame van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Die plaquette veroorzaakte de verwarring over de telling. De Wall of Fame meldde vóór Vancouver 99 triomfen. Drie daarvan worden niet erkend door het IOC.

De roeiers François Brandt en Roelof Klein plukten in 1900 in Parijs een Frans jongetje als stuurman van de straat. Daardoor werd de boot een mixed team. Pas in 1920 te Antwerpen werd het eerste goud gewonnen, bij de 6,5-meterklasse zeilen door Johan Robert Carp, Bernard Carp en Petrus Adrianus Wernink.

De andere ‘overtallige’ prijzen betreffen de Kunstolympiade die van 1928 tot en met 1948 aan de Spelen was gekoppeld. Architect Jan Wils kreeg in 1928 goud voor zijn ontwerp van het Olympisch Stadion. Isaac Israëls werd toen in de categorie schilderkunst gelauwerd.

De Nederlandse sporthistoricus Ton Bijkerk is met de Duitse olympische vorser Volker Kluge van mening dat Nederland zelfs 108 gouden medailles heeft. Vier wielrenners en een schutter zouden recht hebben op erkenning op grond van overwinningen in 1900.

Die eerste Spelen, organisatorisch een puinhoop, waren onderdeel van de Internationale Wereldtentoonstelling in Parijs. De meeste sporters wisten niet of ze aan de Spelen deelnamen, of aan wedstrijden die de wereldtentoonstelling organiseerde. De uitslagen zouden daarom moeten worden samengevoegd.

Hoe dan ook, het magische totaal van 100 overwinningen is bereikt, 29 tijdens Olympische Winterspelen; 71 tijdens Olympische Spelen. Tot Vancouver betrof het bij Winterspelen slechts eenmaal een triomf buiten hardrijden op de schaats, in 1964 van kunstrijdster Sjoukje Dijkstra. De honderdste van Sauerbreij doorbreekt de eenzijdigheid.

Vijftig titels werden gewonnen vanaf 1988, toen Yvonne van Gennip met drie verrassende titels in Calgary de gouden decennia van de Nederlandse sport inluidde. De andere recordwinnaars tijdens Winterspelen zijn Ard Schenk in 1972 en Marianne Timmer, verdeeld over 1998 en 2006.

Atlete Fanny Blankers-Koen blijft Nederlands’ absolute ster, met vier keer goud in Londen, 1948. Ook zwemster Inge de Bruijn, wielrenster Leontien van Moorsel en ruiter Pahud de Mortanges zijn viervoudig olympisch kampioen, maar hadden meer toernooien nodig. Mannelijke winnaars zijn in de meerderheid: 52 om 48. Maar vanaf 2000 komen van de 33 gouden medailles er 20 voor rekening van vrouwen.

Ter relativering: Noorwegen, een land met 4.6 miljoen inwoners, won op de zesde dag in Vancouver óók een honderdste gouden medaille. Met dien verstande, dat die mijlpaal exclusief de Winterspelen betreft.

Sauerbreij, haar vader en NOC-NSF-baas Terpstra vieren de honderdste gouden medaille. (FOTO ROBERT VOS, ANP)Beeld ANP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden