Saoediërs treuzelden met redding van Zuid-Jemen

AMSTERDAM - Als je je vijand doodslaat, komt er ook een eind aan het vechten en voldoe je dus aan de wensen van de VN, zo leek de uitleg die de Jemenitische president, Ali Abdallah Salih, gaf aan de oproep van de Veiligheidsraad tot een staakt-het-vuren in zijn land.

Het noordelijke leger vocht de afgelopen dagen harder dan ooit, en weinig leek erop te wijzen dat het noorden er ernstig over dacht te gehoorzamen aan de oproep van de Veiligheidsraad van vorige week woensdag. Maar gisteren ging het dan toch akkoord met een staakt-het-vuren, dat middernacht zou ingaan.

De wapenstilstand komt op een moment dat de zuiderlingen met hun rug op de grond en de poten in de lucht liggen. De olieraffinaderij van Aden staat in brand, het vliegveld ligt onder vuur, de zuiderlingen zijn hun overwicht in de lucht kwijt en de noorderlingen beheersen de watertoevoer naar Aden, vanuit het 30 kilometer noordelijker gelegen Al-Hawta. Gisteren al zaten de inwoners van Aden zonder leidingwater, bij een temperatuur van 40 graden Celsius. Ze moesten het doen met oude putten, geslagen in de Britse tijd. Het noorden biedt, met de kluif in de bek, de wapenstilstand aan. Het heeft de oorlog gewonnen. De zuidelijke leider, de ex-communist Ali Salim Al-Baid, zag de bui ruim twee weken geleden al hangen. Hij poetste toen de plaat en week uit naar de oostelijke provincie Hadramawt, een van de verste uithoeken van het land. Maar ook daar is hij niet meer veilig, want de noordelijke troepen zijn zijn toevluchtsoord in de havenstad Moekalla, 600 kilometer van Aden, al tot op 100 kilometer genaderd, vanuit twee richtingen. Gisteren ging het gerucht dat Al-Baid nu ook Hadramawt heeft verlaten, met de noorderzon.

Het is onduidelijk waarom het noorden nu ineens wel de wapens neerlegt, nadat het eerst met vertragingstactieken had gereageerd op de oproep van de Veiligheidsraad. Misschien denken de noorderlingen hun doel te kunnen verwezenlijken zonder de verovering van Aden, die, hoe sterk het noorden er ook voorstaat, toch geen kleinigheid zou zijn. Zuid-Jemen heeft als onafhankelijke staat geen toekomst meer. Het kan geen kant uit, nu de noordelijken misschien wel driekwart van zijn grondgebied hebben bezet. Het zuiden is de verliezer, hoe vol internationale Arabische tijdschriften ook stonden met foto's van noordelijke dode soldaten, maar die tijdschriften krijgen subsidie van Saoedi-Arabië, en dat is op de hand van het zuiden. Misschien zien de Saoediërs nog kansen om de militaire nederlaag van de zuidelijken om te toveren in een politieke overwinning, maar dat wordt dan wel een heel zware toer.

Saoedi-Arabië organiseerde dit weekeinde een reddingsoperatie. De 'samenwerkingsraad van Golfstaten' (GCC) zei zondag dat de eenheid tussen Noord- en Zuid-Jemen alleen kan blijven bestaan met wederzijdse instemming van beide partijen. Dat komt dicht bij een politieke erkenning van Zuid-Jemen, dat zich op 21 mei afscheidde van het noorden, waar het zich vier jaar eerder bij had aangesloten. De GCC zei internationaal overleg te zullen voeren over maatregelen tegen de partij die niet meewerkte aan de door de VN geëiste wapenstilstand, tot gisternacht het noorden dus. Die maatregelen zou de Veiligheidsraad moeten afkondigen. Het zijn mooie woorden, maar de Golfstaten kwamen wel laat in actie om Zuid-Jemen te redden.

De meeste Golfstaten hebben er vanaf het begin van de oorlog nauwelijks een geheim van gemaakt dat ze op de hand van het zuiden waren, waar de ex-communisten de dienst uitmaakten. Ondanks droeve woorden die ze eraan hebben gewijd, waren vooral veel Saoediërs blij met de strijd, die op 4 mei losbarstte. Wel maakte de resolutie van de GCC gewag van de vreugde in 1990 over de Jemenitische eenheid, die toen tot stand kwam, 'als stap op weg naar de eenheid van de hele Arabische wereld'. Maar in werkelijkheid liepen vooral de Saoediërs toen te vloeken, zij het binnensmonds en niet hardop. Ze waren bang voor een verenigd Jemen, dat meer inwoners heeft dan Saoedi-Arabië, en nog een appeltje heeft te schillen met dat land over de landstreek Asir, die de Saoediërs in de jaren dertig op Jemen veroverden. Verder omarmde Jemen de democratie, een schrikbeeld voor het Saoedische koningshuis. Toen in 1990, na de bezetting van Koeweit, Jemen het in de Veiligheidsraad min of meer opnam voor de Iraakse dictator, Saddam Hoessein, kon het geen goed meer doen bij Saoedi-Arabië, dat een half miljoen Jemenitische gastarbeiders over de grens zette, en daarmee het economische doodvonnis over Jemen bekrachtigde.

Binnen het Saoedische koningshuis, een verzamelkabinet van veelsoortige prinsen, bestaan er wel verschillende politieke richtingen, ook ten aanzien van Jemen. Zo heeft de Jemenitische parlementsvoorzitter, Abdallah Al-Ahmar, misschien nog wel machtiger dan de president, van oudsher prima contacten in de vorstelijke slangentuin. Er schijnen binnen Saoedi-Arabië twee visies te zijn, volgens de ene is een instabiel Jemen in het voordeel van SaoediArabië, volgens de andere moet Jemen wel stabiel zijn, maar niet machtig. Een deling tussen noord en zuid, met een economisch herstelprogramma voor beide, zou die ideale situatie naderbij kunnen brengen.

Maar de Golfstaten hebben te lang getreuzeld. Misschien had de Saoedische koning, Fahd, het te druk met de hadj, misschien leed hij aan een van zijn periodieke aanvallen van loomheid. Hoe het ook zij, hij is er nu gewoon te laat bij om de loop van de gebeurtenissen nog te kunnen keren.

Misschien heeft hij waarde gehecht aan beweringen van zuidelijke officieren, als zou hun leger zoveel beter getraind zijn, en als zou dat opwegen tegen het enorme numerieke overwicht van de noordelijken en hun veel betere strategische positie. Met die slechte training van de noorderlingen valt het misschien wel mee. De militaire geschiedenis van deze oorlog moet nog worden geschreven, maar juist een aantal manoeuvres van de noordelijken oogden briljant, waarbij de indruk ontstond dat ze de hulp hadden van satellietinformatie.

De Saoediërs mogen dan te laat hebben ingegrepen om nu direct veel te kunnen doen, ze houden mogelijkheden genoeg om op termijn hun invloed in Jemen te laten gelden. Zonder economisch herstel loopt Jemen op den duur grote kans alsnog uiteen te vallen. De Saoediërs hebben sleutels in handen voor de redding van de Jemenitische economie, sleutels waarvoor ze een politieke prijs kunnen innen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden