Sancties moeten slimmer

Het is tijd dat ook in Nederland het anti-Iraakse sanctiewapen ter discussie wordt gesteld. De Tweede Kamer, die donderdag over de kwestie debatteert, moet zich sterk maken voor smart-sancties die de Iraakse bevolking ontzien. Iets voor VN-ambassadeur Van Walsum?

Bijna tien jaar na de instelling van de VN-sancties tegen Irak zit Saddam Hoessein nog steeds stevig in het zadel. Het doel van de sancties -het Iraakse regime op de knieën te dwingen- is geen stap dichterbij gekomen. Integendeel. Het vergaat de Iraakse president en zijn kliek uitstekend.

Maar de Iraakse samenleving is door de sancties op de rand van de afgrond gebracht. De middenklasse is weggevaagd, een hele generatie groeit op zonder contact met de buitenwereld, honderdduizenden Irakezen hebben het land verlaten en bij gebrek aan infrastructuur en voldoende medische voorzieningen sterven mensen aan ondervoeding en ziektes die elders gemakkelijk te genezen zijn. En dat laatste is geen verrassing.

Al in 1992 waarschuwde Unicef voor een humanitaire catastrofe. Uit de laatste cijfers, van vorig jaar, blijkt dat het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar is verdubbeld. Als gevolg van de sancties en het beleid van Saddam Hoessein zijn meer dan een miljoen doden gevallen, waaronder 500 duizend kinderen.

Steeds meer landen zetten vraagtekens bij het botte sanctiewapen tegen Irak. Waren Rusland, China, Frankrijk en Maleisië eerder al voor een onmiddellijke opschorting van de sancties, ook in de Verenigde Staten zwelt de kritiek aan. Maar in Nederland is het doodstil.

Het optreden van de Nederlandse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Peter van Walsum, spreekt boekdelen. Als voorzitter van het Irak-Sanctiecomité van de Veiligheidsraad ontpopt hij zich als een blinde volgeling van de Amerikaanse en Britse kruistocht om de sancties overeind te houden. Illustratief was het debat in de Veiligheidsraad van afgelopen week. Nadat de Raad eenstemmig had besloten om het humanitaire programma met zes maanden te verlengen, ontaardde de bijeenkomst in een ruzie. De reden was het Franse voorstel een onderzoek in te stellen naar de gevolgen van de sancties voor het Iraakse volk.

Onder Amerikaanse en Britse druk komt er nu een algemene studie naar de humanitaire situatie die Van Walsum als volgt becommentarieerde: ,,Ik hoop dat de studie licht zal werpen op de 'onverklaarbare acties' van de Iraakse regering, die klaagt over de sancties maar onlangs een zending melkpoeder terugstuurde.''

De belangrijkste vraag is echter of het humanitaire programma toereikend is. Onder controle van de VN mag Irak sinds december vorig jaar in het kader van het zogeheten olie-voor-voedselprogramma zoveel olie exporteren als het wil, voor de aanschaf van humanitaire goederen. Daarmee willen de VN bereiken dat in Irak de gevolgen van de sancties worden beperkt.

Irak mag dus zoveel olie exporteren als het wil. Waarom koopt het dan niet meer voedsel en medicijnen? Omdat Irak onvoldoende olie kan produceren om in zijn behoeften te voorzien. Sinds de bombardementen van 1991 en 1998 is de Iraakse olie-infrastructuur te zwaar beschadigd.

Houdt de Iraakse regering dan goederen en medicijnen achter voor de bevolking? Ieder VN-hoofd in Bagdad heeft bevestigd dat het overgrote deel van de geïmporteerde goederen op zijn eindbestemming aankomt.

Bovendien neemt het aantal aanvragen voor goederen waarvoor met name door de Amerikanen nog geen toestemming is gegeven almaar toe. Het zou hierbij gaan om zogenaamde dual use-goederen. Goederen die ook voor militaire doeleinden gebruikt zouden kunnen worden. Op de lijst staan producten als medische apparatuur, hart- en longmachines bijvoorbeeld, en waterpompen, maar ook voedsel. De vraag waarom Saddam Hoessein een lading melkpoeder heeft teruggestuurd is dan ook niet al te belangrijk. Duidelijk is dat het olie-voor-voedselprogramma ontoereikend is.

Van Walsums onomwonden steun aan het Amerikaans-Britse beleid wordt hiermee steeds moeilijker te verklaren. Buiten het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en het Witte Huis zijn nog maar weinigen te vinden die de verklaring van de Amerikaanse regering serieus nemen dat Saddam Hoessein verantwoordelijk is voor al het lijden in Irak.

Van Walsum stelt terecht dat de Iraakse machthebbers het welbevinden van de eigen bevolking te weinig centraal stellen. En men kan ervan mening over verschillen welk aandeel in het lijden van de Irakezen toegeschreven mag worden aan de sancties, en welk aan het beleid van Bagdad. Maar geruzie over de vraag of het regime verantwoordelijk is, is zinloos. De internationale gemeenschap draagt de verantwoordelijkheid al het mogelijke te doen om het sterven te stoppen.

Van Walsum erkent dat er in Irak sprake is van een humanitaire catastrofe. Maar in laatste instantie is zijn prioriteit om te voorkomen dat Saddam Hoessein opnieuw massavernietigingswapens in handen krijgt. Weinigen zullen betwisten dat de Iraakse leiders nog dromen van massavernietigingswapens. Probleem is alleen dat de inspectie van het Iraakse wapenarsenaal door de VN al weer bijna anderhalf jaar stil ligt. Bagdad zegde in december 1998 zijn medewerking op, nadat de VS en Groot-Brittannië Irak in december 1998 vier dagen lang hadden gebombardeerd.

Irak wil het nieuwe wapeninspectieteam Unmovic pas toelaten als alle sancties zijn opgeheven.

Juist Nederland, de VS en Groot-Brittannië zijn niet van plan om hieraan toe te geven. Van Walsum zou eens zijn oor te luisteren moeten leggen bij VN-secretaris-generaal Kofi Annan, die de sancties wil 'herzien'.

Opdat Nederland niet in eerste instantie het lidmaatschap van Washingtons exclusieve club nastreeft, maar pleit voor het instellen van smart-sancties tegen Saddam en zijn regering. Slimme strafmaatregelen ontzien de bevolking, terwijl ze gericht zijn tegen de productie van massavernietigingswapens.

Roberta Cowan is verbonden aan het Transnational Institute (TNI) in Amsterdam. Jurgen Maas is hoofdredacteur van het Midden-Oosten-tijdschrift Soera en programmamaker bij de Ikon-radio.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden