Samsom voor de keus: regeren of polariseren

Met het begrotingsakkoord dat VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie vorige week sloten zijn de panelen in Den Haag spectaculair verschoven, maar de vraag is voor hoelang. Over vier maanden zijn er nieuwe Kamerverkiezingen en kunnen de krachtsverhoudingen, zoals de laatste decennia gebruikelijk, fors overhoop worden gegooid. Een voorzichtige vooruitblik uitgaande van de politieke situatie op dit moment.

Als de vijf pacterende partijen op 12 september een meerderheid halen, ligt het voor de hand dat zij op basis van het 'wandelgangenakkoord' een kabinet vormen. Als dat lukt, kan met terugwerkende kracht de vraag worden opgeworpen waarom deze combinatie in 2010 niet is onderzocht. Anders gesteld, waarom gaven VVD en CDA de voorkeur aan samenwerking met een omstreden ondemocratische partij en waren zij bereid daarvoor hun principes over godsdienstvrijheid even op sterk water te zetten?

De leidende christen-democraten verklaren nu, tot vervelens toe, dat er niets anders mogelijk was dan dit 'experiment'. Maar die visie verdraagt zich slecht met de ferme wil tot samenwerking, die informateur Lubbers destijds bij Rutte, Verhagen en Wilders vaststelde. Die wil was zo sterk dat de onderhandelaars Lubbers met diens opdracht naar alternatieve meerderheidsvarianten te zoeken bruusk aan de kant schoven. Daardoor komt ook de klemtoon op het experimentele karakter van de gedoogconstructie weinig sterk over. Je brengt niet zoveel schade aan de principes en aan veel noeste dragers van je partij toe, louter om een experiment mogelijk te maken. De schade is zo groot dat de existentiële vraag een reële is geworden.

Het CDA kampt met een ernstig probleem omtrent haar geloofwaardigheid, niet alleen door de geringe aandacht voor de minderheid die de coalitie afwees, maar ook door het overmatige enthousiasme waarmee omstreden punten uit het kabinetsbeleid werden uitgevent, zoals het tegengaan van twee nationaliteiten en de invoering van een boerkaverbod. In plaats van de bezwaarden tegemoet te komen, ondernam Verhagen in twee sleutelredes pogingen de partij in rechtse richting te sturen, onder meer door de multiculturele samenleving voor mislukt te verklaren.

De voorlopige conclusie is dat de gedoogcoalitie het CDA meer schade heeft berokkend dan de PVV en dat de VVD op de rechterflank van het krachtenveld de lachende derde is. De belangrijkste les voor de christen-democraten zou het besef moeten zijn dat zij, na honderd jaar dominantie, niet meer de omvang hebben de dingen naar hun hand te zetten. In 2010 lukte het, ondanks een verlies van twintig zetels, nog niet van dat geïncorporeerde machtsdenken afstand te doen en zich te heroriënteren op de wezenlijke waarden.

Dat probleem speelt ook de PvdA parten. Hoewel de sociaal-democraten, anders dan de christelijke partijen, nooit over een absolute meerderheid hebben beschikt, heeft het machtsdenken in hun politiek altijd een sterke rol gespeeld. Zo voerden zij tussen 1966 en 1986 niet alleen een strategie om de meerderheid te veroveren, maar gedroegen ze zich ook alsof ze de meerderheid al hadden. Een realistische kijk op de razendsnel verschuivende panelen had PvdA-leider Samsom vorige week moeten ingeven zich aan te sluiten bij het begrotingsakkoord, maar de factor van het machtsdenken zat hem blijkbaar in de weg. Daardoor zit hij vier maanden voor de verkiezingen met de brokken.

Het resultaat is, net als in het CDA, veel geruis en verdeeldheid in eigen huis. De realisten in de partij voelen zich ongelukkig in één kamp met SP en PVV, de machtsdenkers zetten zich af tegen het begrotingsakkoord en steken hun energie in het kleineren van het wapenfeit van het akkoord op zich. Zo gaat dat in de politiek als er een succes wordt geboekt. Het gevolg kan een nieuwe periode van onvruchtbare polarisatie zijn in plaats van een bundeling van democratische krachten, nodig om de economische crisis, die ten diepste een vertrouwenscrisis is, het hoofd te bieden. De vijf hadden dat sneller door dan de PvdA.

Deze partij staat nu voor de vraag of zij voor een realistische positie kiest, zoals in de wederopbouwperiode onder Drees, of terugkeert naar de verhoudingen in de jaren dertig. Ook toen stond, toeval of niet, een coalitie van liberale, vrijzinnige en christelijke partijen tegenover twee linkse partijen en een onvredepartij. Het wantrouwen tegenover de sociaal-democraten was destijds, kort na de halfbakken revolutiepoging van Troelstra in 1918, groter dan nu. Mede door dat wantrouwen hebben de kabinetten-Colijn zich, langer dan verantwoord, vastgebeten in een hard beleid van bezuinigingen en lastenverhogingen om de gulden als harde munt overeind te houden.

Het dilemma tussen het handhaven van een harde munt, van belang voor de waarde van vermogen en pensioenen, en de noodzaak van economische groei, van belang voor de werkgelegenheid en het moreel van de natie, doet zich nu weer voor, met dit verschil dat de kaders worden bepaald op Europees niveau. Dat de PvdA de drie-procentsnorm als maximum voor het financieringstekort ter discussie stelt, is legitiem; dat zij de afdwingbaarheid van deze eis door de EU betwist, is inconsistent. Onder de motie van CU-aanvoerder Arie Slob waarin die afdwingbaarheid vorig jaar werd erkend, stond ook de handtekening van het PvdA-Kamerlid Plasterk. De motie werd aangenomen met een ruime meerderheid, waaronder ook de PVV.

Op dit cruciale punt hebben beide partijen dus last gekregen van vluchtgedrag en worden zij met recht over één kam geschoren. De grote test voor Samsoms leiderschap is de keuze die hij maakt: meedoen of aan de kant blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden