Samenwerkingsschool is voor alle partijen verdacht FUSIE

Over de bestuursvorm werd niet gesproken, toen twee christelijke, een openbare en een algemeen bijzondere school in en om Stadskanaal begonnen met fusiebesprekingen. De inhoud van het onderwijs, dat was het vertrekpunt. Dat zouden de Haagse bestuurders ook moeten doen, vindt Dick Lieftink, rector van het Comeniuscollege in Stadskanaal, een openbare samenwerkingsschool voor voortgezet onderwijs. “Ze hebben er niks van begrepen” , vindt Lieftink. “Ze praten alleen maar over het bestuur, maar daar kom je niet verder mee.”

MAAIKE VAN HOUTEN

Het was geen idealisme dat de vier scholen samendreef, maar pure noodzaak. Tot augustus telde de gemeente Stadskanaal (33.000 inwoners) vijf scholen voor voortgezet onderwijs. In Stadskanaal stonden de protestant-christelijke scholengemeenschap Ubbo Emmius (mavo/havo/VWO), het openbare Comeniuscollege (LHNO/mavo/havo/VWO) en een algemeen bijzondere school voor voorbereidend beroepsonderwijs.

De dorpen Onstwedde en Musselkanaal hadden beide een zelfstandige, christelijke mavo. Die in Onstwedde was van het 'zware' soort, de school in Musselkanaal was het resultaat van een eerdere fusie tussen protestant en katholiek onderwijs. Beide scholen kampten met een gebrek aan leerlingen. Als er niks zou gebeuren zouden ze verdwijnen. Ook de toekomst van het VBO was onzeker, het aantal leerlingen daalde snel.

De gemeente Stadskanaal wilde zowel alle schoolsoorten behouden, als de beide kleine mavo's. Fusie zou dat mogelijk maken, want dan konden de scholen in de twee dorpen een nevenvestiging worden van de hoofdvestiging in Stadskanaal.

De christelijke mavo's sloten zich aan bij de openbare school. Het was gezien hun kleur logischer geweest als zij waren samengegaan met de pc-scholengemeenschap in Stadskanaal. Stef Grit, sectordirecteur van het Comenius en voormalig directeur van de mavo in Musselkanaal, vertelt dat er vanaf 1978 gesprekken zijn geweest over samenwerking. Maar volgens hem heeft het Ubbo Emmius fusie steeds afgehouden. “Onze christelijke buurman heeft ons keihard op onze snufferd laten vallen. Die heeft geen zorg voor christelijk onderwijs in de regio, maar let alleen op het eigen leerlingenaantal. Zij dachten: als die scholen in Musselkanaal en Onstwedde dichtgaan, komen hun leerlingen wel bij ons.”

Om te overleven, moesten de christelijke besturen dus wel samen met de openbaren. “Noodgedwongen kom je dan uit op een samenwerkingsschool”, zegt Grits collega Dick Lieftink, voorzitter van de centrale directie van het Comeniuscollege voor (I)VBO/mavo/havo/VWO. “Wij hadden de dure plicht om de verschillende levenbeschouwelijke groeperingen recht te doen.”

Vanaf het eerste moment van de fusiebesprekingen - die werden voorgezeten door de CDA-wethouder Sandee - is dat de invalshoek geweest. De gemeente en de schoolbesturen hebben elkaar kunnen vinden in de formule, dat de school bijdraagt aan 'de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving, met erkenning van de gelijkwaardigheid en betekenis van de verscheidenheid van die waarden.'

De identiteit komt het meest concreet naar voren in het vak levensbeschouwing. De voormalige godsdienstleraren en docent geschiedenis behandelen daarin de wereldgodsdiensten en het humanisme. De leerlingen krijgen samen les, ongeacht hun achtergrond. Alleen in het voorjaar worden de klassen gesplitst. Dan kunnen alle leerlingen zich verdiepen in de levensbeschouwelijke visie waarmee ze zijn opgegroeid, maar de protestantse scholier die dat wil, mag ook bij de katholieken gaan zitten. Naast dit uurtje per week zijn er dagopeningen en vieringen. Bij de uitwerking daarvan wordt tevens rekening gehouden met de vroegere signatuur van de school, al komen alle stromingen aan bod.

Dat de nieuwe school een openbare zou zijn, stond vast. Alleen op die manier kon de gemeente voldoen aan de plicht, voor voldoende openbaar onderwijs te zorgen. Dat betekent ook, dat de school geen leerlingen mag weigeren. Voor de protestantse Grit was dat geen omslag in zijn denken. Als directeur van de pc- en rk-mavo in Musselkanaal onderhield hij goede contacten met het openbare basisonderwijs in het dorp. Want die leerlingen - ongeveer een kwart van de 240 - zag hij maar wat graag op school komen, ook al waren ze thuis niet kerks. Grit heeft niet de indruk dat hij met die opvatting alleen stond.

Met toenemende verbazing beluisteren de Groningers de landelijke discussie over samenwerkingsscholen. Die wordt, vindt Lieftink, totaal verkeerd gevoerd. “Het gaat steeds alleen om het bestuur van zo'n school. Daar moet je helemaal niet op indelen, je moet kijken naar de identiteit.”

Meest recente voorwerp van Lieftinks woede is het onlangs verschenen advies van de Onderwijsraad over het wetsvoorstel van Ritzen over de regeling van samenwerkingsscholen. De Onderwijsraad vindt de hele kwestie van de samenwerkingsschool uiterst moeilijk. Het adviesorgaan wijst erop dat het openbaar onderwijs wordt geregeld bij wet, het bijzonder onderwijs in principe niet, daar gelden de eigen statuten. “Te trachten dit onderscheid te overbruggen komt neer op een poging het onverenigbare te verenigen”, schrijft de raad aan de minister.

De poging van de minister om aan de verschillende stromingen in een samenwerkingsschool recht te doen door ze in te delen in 'streams' naar richting, noemt de Onderwijsraad weinig geslaagd. “Dat is toch geen samenwerking; dat lijkt meer op een geconstrueerde methode om twee scholen die niet aan de instandhoudingsnormen voldoen, toch in stand te houden.” En over het alternatief voor de kleinere school, samen en soms even apart, is de Onderwijsraad al evenmin te spreken.

Naar het oordeel van de raad heeft het kabinet het wetsvoorstel niet grondig genoeg voorbereid. Het adviesorgaan houdt er zelfs rekening mee dat er een wijziging van de Grondwet voor nodig is om de samenwerkingsschool goed te regelen. Voor de wet bestaan er immers nu maar twee soorten onderwijs: openbaar en bijzonder.

“De Onderwijsraad heeft zijn huiswerk heel slecht gedaan”, vindt Lieftink. “Ze hebben er niks van begrepen. Ze praten alleen over bestuur: publiekrechtelijk voor openbaar, en privaatrechtelijk voor bijzonder onderwijs. Alles wat je daarna bedenkt, kan niet, want er zijn niet meer smaken.”

De directievoorzitter staat een heel ander systeem voor. Op basis van de 'inhoud van het verhaal' komt hij tot drie profielen: een openbare school, waarin de levensbeschouwelijke component niet benoemd is, het bijzonder onderwijs waarin de levensbeschouwing wordt gegeven vanuit een perspectief, en de samenwerkingsschool, met verschillende, al dan niet levensbeschouwelijke participanten.

Een grondwetswijziging is in Lieftinks optiek overbodig. Er onstaan gewoon twee varianten, die op basis van de huidige wetgeving al mogelijk zijn: een school waarin de overheid participeert krijgt een publiekrechtelijke bestuursvorm, zo niet, dan komt er een privaatrechtelijk bestuursorgaan. Zo is het in Stadskanaal ook gegaan. De school wordt bestuurd door een bestuurscommissie, waarin naast vertegenwoordigers van de gemeenteraad bestuurders zitten van de sluimerende besturen van de christelijke scholen en van dat van de stichting die de algemeen bijzondere deelnemer bestuurde. De commissie is gebonden aan een verordening, waarmee de identiteit volgens Lieftink vastligt en is gewaarborgd.

De commissie is verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad, die ook de begroting vaststelt en uiteindelijk oordeelt over fusie en opheffing van scholen. De risico's van die bestuursvorm zijn tijdens de besprekingen alle ter tafel gekomen. “In deze bestuursvorm heeft de raad uiteindelijk het laatste woord. Stel dat we 23 CPN-ers krijgen, die zeggen: we trekken de verordening in en hebben een nieuwe school. Dat kan in theorie, maar het is niet reeel dat de raad dat doet. Dat is toch spijkers op laag water zoeken.”

De Groningse rector kan zich indenken dat de onderwijskoepels niet staan te springen om meer samenwerkingsscholen. “Ze zien de bui wel hangen”, veronderstelt hij. “Christelijke scholen bij voorbeeld laten immers ook leerlingen toe die een andere levensbeschouwing hebben. Als er meer samenwerkingsscholen komen, kunnen zij de tent wel sluiten.”

Grit is het daarmee volledig eens. “De vrijheid van onderwijs geeft ruimte aan mensen die een levensovertuiging hebben. Maar voor een groot, grijs gebied is er geen grond meer om te werken met zoveel bijzondere scholen.”

De Groningse directieleden hopen van harte dat de Tweede Kamer zich niks aan zal trekken van de 'onzuivere argumentatie' van de koepels. Ook het advies van de Onderwijsraad kan het parlement ter zijde schuiven. De Kamer hoeft er alleen maar voor te zorgen dat de samenwerkingsscholen als richting worden erkend. “Want het etiket openbaar of bijzonder dekt de lading niet. We zijn het beide niet.”

Het scherpst merkt Lieftink dat op bijeenkomsten met andere collega's. Beide partijen 'mijden' hem: “De collega's uit het bijzonder onderwijs vinden me gevaarlijk. Ze zijn bang dat wij hun klanten afpakken, want wij doen ook aan levensbeschouwing. En de openbaren moeten me ook niet. Voor hen ben ik verdacht, want ik werk samen met de christenen. We zitten even in een vacuum.”

Met het oog op die geisoleerde positie, deed het landelijke overzicht van gefuseerde scholen in het voortgezet onderwijs van afgelopen zomer hem zeer goed. In het vakje denominatie stond daar 'samenwerkingsschool.' Vergenoegd: “In de praktijk worden we dus al erkend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden