Samenwerken om te kunnen groeien

Waar universiteiten in Amsterdam en Zuid-Holland nog aftasten of zij met elkaar in zee kunnen en willen gaan, hebben de drie technische universiteiten in Delft, Eindhoven en Enschede de koppen jaren geleden al bijeen gestoken. Ze wilden niet langer concurreren, maar samenwerken om te kunnen groeien. Bijna vijf jaar werken de drie instellingen nu intensief samen in de federatie 3TU. Er zijn gezamenlijke opleidingen, studenten kunnen bij verschillende universiteiten vakken volgen en professoren geven videocolleges tegelijkertijd in drie steden. Twee studenten en een onderzoeker vertellen over de voor- en nadelen van het samenwerkingsverband.

'Kennis moet niet op één plek blijven'

Julieta Matos Castano (27) uit Madrid volgt de gezamenlijke masteropleiding Construction Management & Engineering aan de Universiteit Twente en vindt dat universiteiten hun kennis zoveel mogelijk moeten delen.

"Na mijn studie in Madrid heb ik twee jaar als luchtvaartingenieur gewerkt, maar ik wilde doorstuderen. Toen ik las dat de Universiteit Twente samenwerkt met de universiteiten in Eindhoven en Delft, vond ik dat aantrekkelijk, maar als ze niet hadden samengewerkt, was ik ook naar Enschede gekomen. Ik was al voor tachtig procent overtuigd, door de samenwerking werd dat negentig procent. Met deze opleiding kun je het beste van drie werelden krijgen. Het voelt voor mij alsof ik aan de Universiteit Twente studeer, maar ook kennis vergaar van de andere twee universiteiten. Samenwerking tussen universiteiten is altijd goed. Kennis moet niet op één plek blijven.

De opleiding zou logistiek en praktisch gezien nog wel beter kunnen. Vakken zijn soms per universiteit anders georganiseerd. Een vak dat in Enschede 7,5 studiepunt waard is, telt in Delft maar voor 4 studiepunten. Het studieprogramma kan ook wat strakker. Nu kunnen we losse vakken volgen bij andere universiteiten, maar waarom zeg je niet: het eerste semester van het tweede jaar kun je helemaal volgen in bijvoorbeeld Delft of Eindhoven. Dan heb je een klein uitwisselingsprogramma. Voor internationale studenten is het ook duur om tussen de steden te reizen. Wij hebben geen ov-jaarkaart."

'Vanuit Delft stap je niet snel op de trein naar Twente'

Konrad Zebracki (29) uit Delft volgt de gezamenlijke masteropleiding Construction Management & Engineering aan de TU Delft. De samenwerking vindt hij prima, maar de afstand tussen de universiteiten is nog groot.

"Eigenlijk merk je niet zo veel van de samenwerking met Eindhoven en Enschede. We hebben in de master twee vakken waarbij daadwerkelijk interactie is tussen de universiteiten. Voor die vakken hebben we digitale colleges. Via een scherm zijn we dan aanwezig bij een college op bijvoorbeeld de Universiteit Twente. Met microfoons kunnen we vragen stellen. Het zou beter zijn als er meer vakken digitaal aangeboden worden zodat we meer mogelijkheden krijgen om in de winkel van andere universiteiten te kijken. Met digitale colleges speelt de fysieke afstand geen rol meer. Die afstand vormt nu nog wel eens een probleem. Als het niet nodig is, stap je niet snel op de trein naar Twente. Dat is toch weer drie uur reizen.

We werken samen met andere universiteiten, maar ik heb toch vooral het idee dat ik in Delft studeer. Samenwerken is prima, maar ik zou niet graag zien dat het één grote universiteit wordt. Bij hogescholen zie je dat het daardoor grote, logge organisaties worden. De geschiedenis en cultuur verdwijnen. Ik vind het juist mooi dat elke universiteit zijn eigen kenmerken heeft. Als we gezamenlijke bijeenkomsten hebben, zie je dat ook terug. Uit Delft komen de gladde mannetjes in pak. De mensen uit Enschede en Eindhoven komen wat meer losjes gekleed. Je kunt de verschillen zo aanwijzen."

'Alleen samenwerken wanneer het zinvol is'

Maarten Steinbuch is hoogleraar regeltechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven en wetenschappelijk directeur van een van de vijf gemeenschappelijke expertisecentra van 3TU.

"Ik kom uit het bedrijfsleven en heb samenwerking altijd belangrijk gevonden. Als bedrijf wil je naar een universiteit kunnen stappen met een probleem en zeggen: ik wil het best mogelijke antwoord van de best mogelijke groep onderzoekers. Dan moet je elkaar als onderzoekers van verschillende universiteiten niet in de weg gaan zitten, maar moet je gaan samenwerken. Wij zeggen: waar het zinvol is, doen we het samen. Waar het niet zinvol is, doen we het niet.

Het heeft bijvoorbeeld geen zin om elkaar op relatief kleine onderwerpen te beconcurreren. Op het gebied van robots zijn ze in Japan al veel verder. Dan kun je in Nederland beter de handen ineen slaan. Hier gaat de vergrijzing een probleem worden. Op elke technische universiteit werkt daarom een promovendus aan de ontwikkeling van thuiszorghond Bobbie. In Twente maken ze het hoofd, in Delft de armen en in Eindhoven het lijf. We gebruiken de sterke punten van elke universiteit.

De samenwerking is organisatorisch niet heel zwaar, het is geen fusie. De gedachten die in de Randstad leven, lijken me niet goed. Schaalvergroting leidt niet zonder meer tot kwaliteitverbetering en het merendeel van de fusies in het bedrijfsleven mislukt. Het is goed om na te denken wat je samen kunt doen, maar je moet ook je eigen identiteit behouden. Je moet een fusie in elk geval niet van bovenaf opleggen, het moet uit de onderzoekers zelf komen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden