Samenwerken / Alles beter dan de buren

De welwillende dames van de VVV hebben vaak bazen die niets van andere kantoren moeten hebben. Hoewel de plaatselijke vestigingen alleen door fusie te redden zijn, slopen sommigen liever het bord VVV van de gevel en proberen op eigen houtje te overleven. Anderen gaan bewust failliet. Alles beter dan samen met de buren.

In het dorp Kootwijk staat de mooiste VVV van Nederland. Niet dat de bruingeschilderde blokhut van mevrouw W. Swart monumentale waarde heeft, maar hoe klein ook: de vlaggen hangen uit, de ramen zijn gezeemd, de folders hangen buiten, de deur staat open -al is het rond het vriespunt. Kootwijk is met zijn 269 inwoners het kleinste dorp met een eigen VVV. De 'parel in het zand' is apetrots, en dat moet iedereen weten. Dus: pák die folder.

Nu is de term 'eigen VVV' betrekkelijk. Kootwijk is tegenwoordig slechts een dependance. Eerst moest de blokhut van Swart onderdeel worden van de VVV in Barneveld. En sinds twee jaar maakt Barneveld weer deel uit van de VVV Veluwe Vallei, waartoe ook Ede en Wageningen behoren. Schaalvergroting blijkt noodzakelijk om de VVV's rendabel te houden. In kader van de 'professionalisering' worden 300 lokale VVV's gedwongen gebundeld tot 50 regio-organisaties die als één moeten optreden.

Die grootscheepse reorganisatie leidt tot spanningen onder de 'gastheren van Nederland'. De VVV's willen hun zelfstandigheid niet kwijt. Sommige vestigingen blijven net zolang dwarsliggen tot het faillissement wordt uitgesproken. Niet geringe gemeenten als Zoetermeer, Delft, Bergen op Zoom en Tiel hebben de afgelopen tijd hun deuren moeten sluiten. Bolsward heeft het personeel al ontslagen, in afwachting van een faillissement. Anderen zijn -woedend over de gevreesde 'eenheidsworst'- uit de VVV-organisatie gestapt en voor zichzelf begonnen. Zo sloopten de Noord-Brabantse vestingsteden Heusden en Willemstad de VVV-borden van de gevel om vervolgens onder begeleiding van de plaatselijk fanfare het 'Heusdens Bureau voor Toerisme' en 'Toeristen- en Arrangementen Bureau Willemstad' te openen.

Geen bezoeker, geen toerist zal ook maar iets begrijpen van de slepende ruzie tussen de gastheren. Maar wie het jubileumboek '100 jaar VVV' doorneemt dat twee jaar geleden verscheen, ziet dat het boek ook '100 jaar Hommeles' had kunnen heten. De glimlachende gastvrouwen blijken bazen te hebben die elkaar in achterkamertjes zo'n beetje naar het leven staan.

Veel van de onderlinge strubbelingen zijn te verklaren uit de ontstaansgeschiedenis van de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer. Toeristen en bezoekers zien de VVV misschien als een landelijke vereniging -een hechte club met lokale vestigingen. De werkelijkheid is dat de VVV's eind negentiende, begin twintigste eeuw, lokaal zijn opgericht door mensen die hun éigen plaats wilden verkopen. Daardoor waren de kantoren geen collega's van elkaar, maar juist concurrenten. Het enige dat hen later zou binden was het lidmaatschap van de overkoepelende 'Nationale Bond voor Vreemdelingenverkeer in Nederland', de voorloper van de huidige Algemene Nederlandse Vereniging van VVV's (ANVV). Die organisatie heeft een eeuw lang vooral de merknaam bewaakt.

,,De lokale VVV's hadden vooral een gastheerfunctie'', zegt Fons Olbertz van de ANVV. ,,Ze dienden de bezoekers van de steden de weg te wijzen; naar de hotels, de restaurants, de bezienswaardigheden. Dat diende natuurlijk een economisch belang -de gasten gaven immers geld uit. Maar er was ook een gevoel van trots en het was een eer om bij de VVV te mogen werken.'' De plaatselijke notabelen namen daarom plaats in het bestuur, vrijwilligers -vooral vrouwen- stonden gastvrij te zijn achter de balies.

,,Je kunt dat toenmalige VVV-gevoel goed vergelijken met dat van een voetbalclub'', zegt Tjeerd Scheffer, algemeen directeur van VVV Holland Rijnland (de regio Leiden). ,,Het dorp of de stad is jouw gemeenschap, jouw club, en daar ga je voor. En natuurlijk doen alle VVV's aan voetballen, maar ze voetballen wel tégen elkaar. Dat gevoel heeft de organisatie een enorme achterstand bezorgd.''

De ANVV heeft altijd geprobeerd samenwerking te propageren, maar was feitelijk machteloos. De besturen van de plaatselijke VVV's vormden namelijk de leden, die zich jaarlijks naar een conferentiezaal begaven om een dam op te werpen tegen iedere vernieuwing. Keer op keer werd samenwerking en 'commerciëler' werken afgewezen, want niet in belang van het VVV te Valkenburg of Leersum.

Pas in de jaren zeventig werd er overeenstemming bereikt over het voorstel in iedere VVV drie mappen met informatie over andere steden neer te zetten, zodat cliënten in Maastricht informatie over Groningen konden opvragen. Dat werd al gezien als een hele stap voorwaarts. En er kwamen daarna zogenaamde VVV-kwalificaties. Er ontstonden I-kantoren waar boekingen konden worden gedaan voor arrangementen in het hele land, regiokantoren die zich op de omgeving richtten en lokale vestigingen.

In de jaren tachtig kwamen er -op vrijwillige basis- samenwerkingsverbanden tussen grote VVV-kantoren en de kleintjes daaromheen, zodat Kootwijk bijvoorbeeld via telefonisch contact met Barneveld toch een boeking voor een huisje in Zeeland kon doen. Maar daar bleef het bij, terwijl andere bedrijven gretig activiteiten van het starre VVV afsnoepten. De GWK's stortten zich bijvoorbeeld na het wegvallen van de landsgrenzen op de ticketverkoop, TPG deed precies hetzelfde.

In 1998 kwam zelfs de ledenvergadering van de ANVV tot de conclusie dat het zo niet langer kon, en dat schaalvergroting, regiovorming en professionalisering het VVV moesten redden. Daar werd ook het besluit genomen de driehonderd vestigingen te bundelen tot 50 regionale kantoren. Die mogen wel vestigingen in kleine kernen houden, als zij organisatorisch maar één zijn. Verder wordt de vereniging op 19 juni aanstaande omgevormd tot de nieuwe Stichting VVV, waaronder weer een BVVVV komt te hangen, die zo slagvaardiger kan functioneren.

Volgens Olbertz van de ANVV is de hervorming van de VVV voor driekwart een feit, er zijn 35 regio's gevormd, op de overige vijftien wordt nog gewacht. Daaronder zijn twijfelaars, zoals Breda en Rosendaal die nog aan elkaar ruiken maar naar verwachting samengaan. Er zijn ook VVV's die wel fuseren, maar te klein blijven. De Zeeuwse eilanden bijvoorbeeld willen allemaal een eigen regio-VVV, terwijl de toerist Zeeland als één gebied ziet. Hetzelfde geldt voor Twente, waar nog drie regio-kantoren bestaan.

Andere kantoren hebben te lang met fuseren gewacht, en zijn definitief in het moeras weggezakt. Een fusie had volgens Olbertz de kosten kunnen terugbrengen en een beter produkt opgeleverd, maar de twijfels en de weerzin de onafhankelijkheid op te geven hebben Delft, Tiel en Zoetermeer de kop gekost, Bolsward dreigt binnenkort failliet te gaan. Zoetermeer bijvoorbeeld, met toenmalig wethouder economische zaken P. Scheffer in de raad van toezicht van de VVV, besloot tot een nieuw pand en de aanstelling van een nieuwe, eigen directeur, toen al bekend was dat een fusie onvermijdelijk was.

,,Alleen al de gestegen pensioenlasten en verzekeringspremies zijn voor de kleine kantoren niet meer op te brengen, terwijl zij als min of meer ideële organisaties geen reserve hebben kunnen opbouwen'', zegt Olbertz. ,,We hebben geprobeerd alle lokale vestigingen tot fusie stimuleren'', zegt Olbertz diplomatiek, ,,maar ze moeten eigen keuzes maken''.

Toch is er een stok achter de deur. Wie niet fuseert, mag zich straks van de nieuwe Stichting VVV, die eigenaar is van de naam, niet langer VVV noemen. In Heusden zijn ze daarvan niet onder de indruk. VVV-voorzitter C. Nijssen, tevens eigenaar van de plaatselijke dames- en herenmodezaak, heeft na rijp beraad besloten dat de wegen maar moesten scheiden. In overleg met de subsidiegever (de gemeente) is een deel van het oude gemeentehuis nu vrijgemaakt voor het Heusdens Bureau voor Toerisme. ,,We hebben er goed over nagedacht, we wilden wel samenwerken, maar niet alles opgeven. Na de fusie zou Heusden alleen nog administratief bestaan. Maar wij blijven strijden voor eigenheid.''

Dwarsligger Willemstad denkt er net zo over. ,,Wij waren niet alleen bang onze culturele eigenheid kwijt te raken'', zegt voorzitter V. Loenen van het huidige Toeristen- en Arrangementen Bureau. ,,Ook onze inkomsten zouden wegvloeien. Hoe zou ik na een fusie mijn gemeente moeten vertellen dat onze inkomsten uit hotelboekingen worden aangewend voor een folder... voor de stad Breda! We willen juist dat de toeristen ónze kant opkomen.''

Scheffer van VVV Holland Rijnland trof in 1995 in Leiden precies zo'n mentaliteit als in Willemstad en Heusden aan, maar daaraan heeft hij snel een einde gemaakt. ,,Leiden kende op dat moment al 100 jaar een VVV, dat goed werk deed, maar absoluut geen marketingkennis had. Alleen al door de winkel honderd meter te verplaatsen naar een doorgangsader, komen er jaarlijks zes miljoen mensen voorbij, in plaats van 500000 daarvoor.'' Ook heeft Scheffer, zoals hij zegt, een 'Leids gevoel' ontwikkeld met de introductie van een Leidse vlag. En buitte hij Rembrandt toeristisch uit. Het geboortehuis van de schilder is er dan wel niet meer; zijn school, zijn atelier en de verhalen uit zijn leven wel. ,,Leiden was in de Gouden Eeuw de zesde stad van Europa. Dát hebben we verkocht.''

Nog belangrijker was het, zegt Scheffer, Leiden niet langer als een eiland te zien, maar als onderdeel van de 'historische bloemenkust', een begrip waarin ook Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Warmond zich vertegenwoordigd zien. ,,Ik heb met de fusie van zes lokale VVV's geprobeerd al die pareltjes als eenheid te presenteren. En dan moet je niet uitgaan van een nieuwe 'Hema', maar van Holland in volle glorie. Daar hebben we allemaal wat aan. Toeristen kunnen in onze nieuwe regio in één dag alle facetten van Holland in een beperkt gebied voorgeschoteld krijgen, en dat is iets wat de afzonderlijke lokale VVV's nooit voor elkaar hadden gekregen.'' Die bezaten allemaal slechts een stukje van de puzzel.

Dat is volgens Olbertz de kern van de zaak. VVV's hebben elkaar niet alleen nodig om kosten te besparen, samen hebben ze ook een beter aanbod. En dat hoeft absoluut niet te betekenen dat ze hun identiteit verliezen. Om maar eens naar de blokhut van Kootwijk te verwijzen. ,,Het is absoluut niet de bedoeling één landelijke organisatie te worden. We zijn een netwerk, met eigen kwaliteiten, en daaronder reken ik ook de gedreven vrijwilligers. We willen niets van boven af opleggen, de mensen in het land vormen de basis. Maar we moeten wel commerciëler gaan denken. Gratis, dat kan niet meer. Daar hebben onze klanten geen moeite mee. Als ze maar kwaliteit krijgen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden