'Samenleving is bezig zichzelf te verzieken' Illegalen met en allochtonen zonder werk, dat kan niet

AMSTERDAM - De Nederlandse samenleving is bezig zichzelf te verzieken door illegale arbeid te tolereren en tegelijk werkeloos toe te zien hoe steeds meer allochtonen op een uitkering zijn aangewezen. "We proberen met allerlei lapmiddelen op dezelfde weg te blijven, maar we weten helemaal niet zeker of dat wel de goede weg is."

Mohammed Emin Ates (42), in Nederland werkzaam als manager bij een Japanse multinational, heeft een onorthodoxe kijk op de positie van allochtonen, een groep waartoe hij als Turk zelf ook behoort. Ates is naast manager ook voorzitter van de Turks-islamitische culturele federatie, het overkoepelend orgaan van de ruim honderd Turks-islamitische organisaties in Nederland, en vicevoorzitter van het Intercultureel beraad van het CDA. De rode draad in zijn betoog is de noodzaak voor het brengen van offers, door allochtonen zelf, maar zeker ook door werkgevers en werknemers.

Hij is zichtbaar vermoeid na een intensieve, deels in het buitenland doorgebrachte werkweek. Gaande het gesprek wordt hij steeds energieker. Hij mag zelf maatschappelijk geslaagd zijn, dat maakt zijn inzet voor minder fortuinlijke allochtonen er niet kleiner op. Niet om naast zijn werk nog iets nobels te doen, maar uit zorg over de toekomst van allochtonen in Nederland.

Laag loon

De financiele prikkel om te gaan werken, moet volgens Ates groter worden. Allochtonen moeten echter ook bereid zijn om (tijdelijk) met een laag betaalde baan genoegen te nemen. "Anders doorbreek je nooit de vicieuze cirkel dat je zonder werkervaring niet aan de bak komt. Ik heb er minder moeite mee dat iemand vijf jaar lang voor een laag loon werkt dan dat hij thuiszit."

Aan de andere kant moeten overheid en bedrijfsleven allochtonen ook een kans op werk bieden. Op de huidige vrijwillige basis lukt dat niet. "Ik begrijp dat wel. Als ik zelf mensen aanneem, kijk ik ook naar de werkervaring. Ik ben geen charitatieve instelling. Maar als we met zijn allen afspreken om zoveel procent allochtonen in dienst te nemen, is er wel een kans van slagen. Ik vraag niemand om mensen onnodig aan te stellen. Er moet werk geleverd worden, maar in de keuze van werknemers moet je rekening houden met hun positie."

Ates vindt veel ondernemers, die zeggen dat dwang hierbij uit den boze is, kortzichtig. "De reactie is puur emotioneel: leg mij niets op, ik accepteer dat niet. Maar dan vraag ik: wat stel je tegenover dit explosief groeiende probleem? Mijn angst is dat we niet veel tijd hebben. We zitten midden in een proces dat in de geschiedenis geen voorbeeld kent. De toestroom en de bevolkingsgroei onder allochtonen is zo groot dat ik niet geloof dat de tijd het probleem wel zal oplossen."

Nederland telt een kleine 900 000 allochtonen, dat is zo'n zes procent van de totale bevolking. Surinamers zijn met 245 000 de grootste groep, gevolgd door de Turken (207 000) en de Marokkanen (170 000). Vooral door gezinsvorming en -hereniging is er qua werkloosheid de laatste jaren weinig verbeterd. De groei van de werkgelegenheid was weliswaar ruim twee keer zo groot als onder de oorspronkelijke bevolking, maar dat is vooral bij de Turken en Marokkanen grotendeels tenietgedaan door de nieuwkomers.

De werkloosheid is het hoogst onder Marokkanen: 42 procent. Dat is ruim vijf keer zo veel als de werkloosheid onder Nederlanders. Van de Turkse beroepsbevolking zit 36 procent zonder werk. Voor de jongere (15 tot 25 jaar) en oudere Turken en Marokkanen (vanaf 35 jaar) ligt dat zelfs op 42 procent.

Vanwege deze onrustbarend hoge werkloosheid hebben werkgevers en vakbeweging eind 1990 afgesproken dat de werkloosheid onder allochtonen in vier a vijf jaar tot het landelijke gemiddelde moet zijn gedaald. In arbeidsplaatsen uitgedrukt komt dat neer op zestigduizend banen. Op zichzelf al een behoorlijk ambitieuze doelstelling, die nu al niet meer toereikend is om een evenredige werkloosheid te bereiken. Maar ook over de beoogde zestigduizend zijn de verwachtingen uiterst somber.

Ates: "Het is een kolossaal probleem, akkoord. Maar een ding is zeker: met de huidige ontwikkeling zijn we er straks allemaal slechter aan toe. Willen we het risico nemen om de zaak te laten barsten en te zeggen: degenen die boven blijven, die zijn gered en de rest kan onder? Daar draait het om."

De veel gehoorde tegenwerping dat allochtonen onvoldoende zijn geschoold en de Nederlandse taal niet machtig zijn, is volgens Ates een dooddoener die het zicht op de echte oorzaak wegneemt.

De "zeker tienduizend" illegale werknemers zijn wat hem betreft het bewijs dat er "iets vreselijk mis is met het bedrijfsleven" . Als sectoren zoals de tuinbouw en de confectie alleen maar kunnen functioneren bij de gratie van illegale arbeid, dan hebben die sectoren economisch gezien geen bestaansrecht. Alleen een strakke vervolging van de bedrijven (zeer hoge geldboetes en tijdelijke sluiting) en het uitwijzen van illegalen zijn afdoende om dat boven water te krijgen.

Ates windt zich flink op over het naast elkaar bestaan van duizenden illegale arbeidsplaatsen en een hoge werkloosheid onder allochtonen. "Dat is een voedingsbodem voor discriminatie en racisme. Een man die in een Amsterdamse wijk woont, maakt geen onderscheid tussen legaal en illegaal. Als hij iemand ziet die de hele dag thuis is, dan is dat een uitkeringstrekker die op zijn kosten leeft. Ziet hij een buitenlander alleen 's avonds, dan is het een zwartwerker en een illegaal die zijn baantje inpikt."

Taalkennis

Als beheersing van de Nederlandse taal echt zo'n handicap zou zijn, dan zou de werkloosheid onder Antillianen en Surinamers toch niet zo hoog kunnen zijn als de huidige 30 procent. Taalkennis is volgens Ates - die zelf vloeiend Nederlands spreekt - wel van belang, maar niet iedere allochtoon hoeft perfect Nederlands te spreken. Een korte vakopleiding is vaak al genoeg om op het werk mee te komen. "Het platvloerse Nederlands van de werkvloer leer je trouwens niet op een cursus" , lacht Ates.

Hij kan met smaak verhalen over zijn eigen ervaringen, die veelzeggend zijn over de houding jegens allochtonen. Ates heeft onder meer bij een accountantskantoor gewerkt. Daar vroeg een klant hem of hij uit Amerika kwam. "Nee" , luidde het snedige antwoord, "ik ben Turk, maar 's avonds maak ik kantoren schoon, hoor." Bij het bedrijf waar Ates werkt, zijn de rollen overigens omgedraaid. Als hij zelf 's avonds de laatste telefoontjes pleegt, maken Nederlandse schoonmakers het kantoor schoon.

Het is niet uitsluitend compassie met zijn mede-allochtonen die Ates drijft. Als bedrijfskundige ziet hij ook puur economische motieven om een einde te maken aan hun achterstandspositie. "We zijn bezig om met een kleine groep werkenden een hele grote groep niet-werkenden te onderhouden. Dat gaat in tegen de wetten van de economie. En er zijn meer kosten. Jongeren die uit verveling kleine criminaliteit en vandalisme veroorzaken, bezorgen bijvoorbeeld winkeliers extra kosten voor bewaking en verzekering. In een sociaal onrustig klimaat kunnen bedrijven niet goed gedijen."

Dat het ook anders kan, bewijst de bemiddeling van de Turks-islamitische federatie. Via de aangesloten organisaties zijn jongeren benaderd om te solliciteren bij de koninklijke landmacht en de marechaussee. "Voor de voorlichtingsavonden hebben we 365 reacties gekregen. De kosten zijn minder dan die van een advertentie in de dagbladen."

Ates erkent dat het onder de huidige krimpende arbeidsmarkt voor allochtonen extra moeilijk is om een baan te vinden. Hij is niet verbaasd over de uitkomst van een recent FNV-onderzoek dat de (kader)leden van de FNV-bonden zich niet bijster druk maken over het aannemen van allochtonen.

"Ik heb al vaker gemerkt dat de FNV en ook de Partij van de Arbeid alleen lippendienst aan de allochtonen bewijzen. De belangen van hun achterban botsen met die van allochtonen. Ze zitten elkaar in de weg, in de wijken en op het werk. Met het CNV heb ik veel betere ervaringen als het bijvoorbeeld gaat om religieuze voorzieningen op het werk. We komen uit een heel andere traditie, maar op het gebied van maatschappelijke verantwoordelijkheid en solidariteit verstaan we elkaar uitstekend."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden