Samen opkomen voor pensioenen

(FOTO'SJÿRGEN CARIS, TROUW) Beeld
(FOTO'SJÿRGEN CARIS, TROUW)

Gepensioneerden zoeken toenadering tot de jongere generatie werknemers. Ze willen samen optrekken tegen pensioenfondsbestuurders met talloze nevenfuncties en dubbele petten.

Jong en oud staan als kemphanen tegenover elkaar als het om pensioenen gaat. Als ouderen zich er niet bij neerleggen dat ze minder pensioen ontvangen dan ze hun leven lang bij elkaar spaarden, zouden jongeren daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen: ze moeten hoge premies betalen om zelf voldoende pensioen over te houden.

De vergrijzing en de economische crisis dwingen tot hervormingen in het pensioenstelsel. Maar willen ouderen wel inleveren? Willen jongeren wel betalen? Beide generaties vrezen voor elkaars pensioenkosten op te draaien.

Die polarisatie stoort Kees de Lange, voorzitter van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP). „Want in de pensioenfondsen hebben wij juist veel gedeelde belangen.” De Lange belde Martin Pikaart, voorzitter van het Alternatief voor Vakbond (AVV), een jongerenbond. „Of we eens konden praten. Want samen zouden we wel eens meer kunnen bereiken dan alleen.” Pikaart stemde in. Trouw peilt vooraf de standpunten.

Gepensioneerden en jongeren zijn geen vrienden als het om pensioenen gaat. Waarom die toenadering?

Martin Pikaart: „Ik vond het interessant dat Kees de Lange mij belde. De NBP heeft een groot netwerk. Dat kan ons ook helpen. De economische crisis maakt duidelijk dat de pensioenen niet zeker zijn. De vakbonden laten zowel jonge werknemers, dertigers en veertigers, als gepensioneerden in de steek. Zij komen alleen op voor hun achterban, die vooral uit vijftigers bestaat. Vanuit die onvrede kunnen we samenwerken. En we hebben gedeelde belangen. Inspraak bijvoorbeeld. Als we eerst medezeggenschap krijgen, kunnen we later in de besturen onze conflicten wel weer uitvechten.”

Kees de Lange: „Het gaat om het debat. Onder onze leden heerst woede. Onze pensioenen worden bevroren of zelfs gekort. We zijn verontwaardigd. Maar het is ook goed als er een geluid komt van andere belanghebbenden. Het gaat om de checks and balances. We moeten de discussie over ons pensioensysteem op gang brengen, samen met de jongeren. Er zullen verschillen van mening zijn, die moeten we elkaar blijven uitleggen. Zo zullen we uiteindelijk tot consensus moeten komen.”

Waarom nemen de gepensioneerden het initiatief?

Kees de Lange: „Jongeren zijn slecht vertegenwoordigd in de vakbonden. Ze denken dat ze er betere voorwaarden uitslepen als ze individueel onderhandelen met hun baas. Ook in de discussie over de pensioenen hoor je ze niet. Ouderen voeren al jaren een lobby voor zetels in het bestuur van de pensioenfondsen. Prima als jongeren die ook willen, maar dan moeten ze er wel voor in actie komen. Ze moeten zich beter gaan organiseren. Het AVV is klein en zal misschien geen vuist kunnen maken, maar het is op dit moment de enige spraakmakende organisatie die de jongerenbelangen vertegenwoordigt. Daarom zijn zij voor ons de beste gesprekspartner.”

Martin Pikaart: „Jongeren roeren zich te weinig. Zeker in crisistijd willen ze in de eerste plaats hun baan behouden. Dat pensioen komt later wel. Ze denken er gewoon niet over na dat ze meer gaan betalen aan premies of langer zullen moeten doorwerken. Laat staan dat ze in actie komen. Dat is een groot verschil met ouderen, die enorm goed georganiseerd zijn. Er zijn zoveel ouderenbonden, die een groot netwerk hebben en onderling vaak goed samenwerken. Die organisatie kennen dertigers en veertigers helemaal niet. Dat zou het AVV graag anders zien. Maar het tij komt onze kant op. Op een gegeven moment moeten jonge werknemers zich wel gaan realiseren dat er heel wat op het spel staat.”

Waarover zijn de bond voor pensioenbelangen en het AVV het snel eens?

Kees de Lange: „We zijn het eens dat de huidige vakorganisaties niet representatief zijn en onze belangen niet goed behartigen. Gepensioneerden hebben niets in te brengen in de pensioenfondsbesturen, terwijl het wel gaat om geld dat zij zelf bij elkaar gebracht hebben. Daar wordt over beslist door vakbondsmensen, die allemaal nog actief zijn.

„Iets anders is het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. Als je ziet hoe slecht het bestuur van ABP dat heeft aangepakt. Een (inmiddels oud-)voorzitter als Elco Brinkman die zegt: ’Beleg in infrastructuur’, terwijl hij zelf voorzitter is van Bouwend Nederland. Dat kan niet.

„En de waarnemend voorzitter (die 1 augustus stopt, red.), Harry Borghouts was er als voorzitter van de raad van toezicht verantwoordelijk voor dat de IJsselmeerziekenhuizen in financiële nood kwamen. Als commissaris van de koningin ligt hij enorm onder vuur in Noord-Holland omdat hij niet ingreep bij transacties van de provincie met de IJslandse bank Landsbanki. Aan zo iemand vertrouw je je pensioen toch niet toe?

„Die mensen doen het besturen van ABP er een beetje bij voor een paar dagdelen per week en krijgen daar 70.000 euro voor. Daar moeten we vanaf. Wij willen professionals in die besturen, die niets anders voor ogen hebben dan de belangen van de aangeslotenen.”

Martin Pikaart: „Ik deel de kritiek van De Lange op mensen als Harry Borghouts en Elco Brinkman. Die hebben zoveel petten op, die kunnen hun werk bij ABP niet goed uitvoeren. Bovendien worden zij benoemd zonder dat iemand van de aangeslotenen daar iets over kan zeggen. Ze hoeven aan niemand verantwoording af te leggen over hun falen. Ik ben voor democratie en transparantie in een fonds. Bestuurders moeten altijd gekozen kunnen worden.”

Een belangrijk punt voor de gepensioneerden is dat zij een zetel in het bestuur van een pensioenfonds krijgen. Worden jullie het daar over eens?

Kees de Lange: „Waarom niet? Ik vind dat iedereen die risico loopt in een pensioenfonds, medezeggenschap moet krijgen. Volgens dat principe is er dus ook ruimte voor jongeren. Vaak hoor je het tegenargument dat vrouwen of allochtonen dan ook een zetel moeten krijgen. Als zij een grote groep zijn met specifieke belangen, dan moet dat kunnen.

„Er is ruimte genoeg in het bestuur, want van mij mogen de werkgevers eruit. Die lopen geen risico. Pensioen is namelijk uitgesteld loon, het geld is dus van de werknemers en niet meer van de onderneming.”

Martin Pikaart: „Wij willen voor niemand een aparte zetel. Alle bestuursleden moeten gekozen worden op kwaliteit en kunde. Nu kunnen er alleen in de pensioenfondsbesturen van ondernemingen actieven gekozen worden. Maar ook in de bedrijfstakpensioenfondsen moeten werknemers zich kunnen kandideren voor een bestuursfunctie, net als gepensioneerden. Dat ben ik eens met de NBP. Aangeslotenen kunnen dan zelf uitmaken door wie ze vertegenwoordigd worden.”

Voorlopig ligt er een wetsvoorstel voor een bestuurszetel alleen voor gepensioneerden. Moet het AVV niet meer in actie komen voor de jongeren?

Kees de Lange: „Jongeren moeten zich achter de oren krabben. Breng je belang onder woorden! Als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Ik hoop dat jonge werknemers ons voorbeeld volgen. Want van de vakbonden valt voor twintigers en dertigers weinig te verwachten. Een klein aantal vakbondsbestuurders maakt in een pensioenfondsbestuur de dienst. Maar de beslissingen hebben gevolgen voor zowel jongeren als gepensioneerden.”

Martin Pikaart: „Het AVV heeft de afgelopen jaren op slaapstand gestaan. Toen we drie jaar geleden ontstonden, kregen we veel aandacht en veel nieuwe leden. Voor het eerst was er een vakbond die opkomt voor werknemers onder de vijftig en voor zinvol werk. Maar ook een die wijst op de eigen verantwoordelijkheden van werknemers. De FNV wist niet hoe snel het daarna ook een jongerenafdeling moest oprichten. Later bleek dat wij de eerste twee jaar niet mee mogen doen aan cao-onderhandelingen. De Sociaal-Economische Raad, waar FNV en CNV in zitten, heeft allemaal regels opgesteld die het nieuwe vakbonden moeilijk maken.

„Inmiddels mogen wij wel volwaardig meepraten. Nu hebben we nog geen geld om campagne te voeren voor nieuwe leden. We moeten het nog hebben van mond-tot-mondreclame. Het bestuur bestaat helemaal uit vrijwilligers, dus alle activiteiten moeten in onze vrije tijd gebeuren. We willen wel meer gaan doen, maar makkelijk is dat niet.”

De herstelmaatregelen van de pensioenfondsen pakken voor de ene generatie wat kostbaarder uit dan voor de andere. Jongeren draaien op voor hogere premies, ouderen voor het bevriezen of korten van pensioenen. Hoe komt u daar samen uit?

Martin Pikaart: „Ouderen rekenen misschien wel op hoge pensioenen, maar ze hebben daar veel te weinig premie voor betaald. Ze rekenen erop omdat de vakbonden de pensioenen hebben voorgesteld als zekerheden, terwijl ze dat helemaal niet zijn. In de economische voorspoed van de afgelopen decennia werd er steeds op gerekend dat de beleggingen genoeg zouden opleveren zodat de premies laag konden blijven. Voor die fout mogen de jonge werknemers nu toch niet opdraaien?”

Kees de Lange: „Dit probleem is inderdaad ernstig. Werkgevers hebben premies jarenlang te laag gehouden omdat de beurs het werk wel deed. Zo konden loonkosten aanzienlijk verminderd worden. Werknemers betaalden ook weinig pensioenpremie en hielden netto veel over. Dit kon allemaal gebeuren in een economie waarin het welvaartsniveau voortdurend steeg.

„De gepensioneerden is overigens nooit iets gevraagd. We moeten terug naar een systeem waarbij in goede en slechte tijden een kostendekkende premie wordt betaald. Maar de oplossing kan niet zijn om de pensioenen te bevriezen, wat een koopkrachtverlies van 20 procent per jaar kan opleveren.”

Wat gaat het jongeren precies kosten als de ouderen het pensioen houden waarop ze gerekend hadden?

Kees de Lange: „Voorlopig gaat de koopkracht van werkenden nog steeds omhoog. Het is nog maar de vraag hoe veel jongeren in de toekomst extra moeten gaan betalen. Het pensioen is er bovendien niet voor om inkomensbeleid te voeren. Belangengroepen zoals de BNP of het AVV zijn ervoor om hun kant van het verhaal te belichten. In een democratisch debat moet je er dan kunnen uitkomen.”

Martin Pikaart: „De premies van onze pensioenen zullen ieder jaar stijgen. Zo tussen 1998 en 2002 lagen die premies bij bijvoorbeeld het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, rond de 13 procent. In 2007 was dat al 19,6 procent, in 2010 wordt dat 23 procent. En de premies zullen nog verder omhooggaan, terwijl de regeling vrijwel zeker opnieuw wordt versoberd. Hoe jonger je bent, hoe langer je zo veel aan pensioenpremies moet afdragen om het tekort aan te vullen dat door de vergrijzing en de crisis is ontstaan.”

(\N) Beeld
(\N)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden