Samen in actie voor het volksgeluk

interview | Historicus Piet de Rooij ging op zoek naar de wortels van de doe-democratie. 'Begin 1900 werd de verzorgingsstaat in de grondverf gezet door spontante activiteiten van burgers.'

Hij zegt het met een lachje, maar emeritus-hoogleraar moderne geschiedenis Piet de Rooij meent het wel: "Historici zijn ingeënt tegen voorspellingen". Toch eindigt de lezing die hij deze week hield over de historische wortels van de doe-democratie, met een licht advies voor de toekomst. Misschien, zei hij voorzichtig, is er een les te trekken uit de geschiedenis, met name uit de laatste twintig jaar van de negentiende eeuw. Ook toen waren er grote zorgen over de teloorgang van het gemeenschapsleven, over afnemende solidariteit, over burgers die zich afkeerden van de politiek. Maar, zei hij, destijds zette de burgerij zich energiek aan de aanpak van problemen. De oplossing vond men vooral lokaal. "En dat is wellicht voor herhaling vatbaar."

"In de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw waren veel mensen somber, en daar was ook alle reden toe", zegt De Rooij in een toelichting op de aftrap in Den Haag van een serie inleidingen over doe-democratie, georganiseerd door ProDemos, 'Huis voor democratie en rechtsstaat'. "Maar een groot aantal mensen nam het heft in eigen handen. De ziekenverpleging werd beter, de huisvesting, de zorg voor armen ging erop vooruit, arbeiders werden geholpen. Begin 1900 werd de verzorgingsstaat in de grondverf gezet door spontane activiteiten van burgers en door verenigingen van burgers. Nu zie je dat mensen veel klagen over de aftakeling van de verzorgingsstaat. Ze zijn erg gericht op herstel van die verzorgingsstaat, maar misschien is het beter gebruik te maken van nieuwe mogelijkheden, bij voorbeeld digitaal, en onderling oplossingen te zoeken. Het kan zijn dat lokale gemeenschappen weer sterker worden door de enorme veranderingen in het zorgsysteem. Die leiden tot verschillen tussen gemeenten, maar ze bieden gemeenten mogelijk ook de basis voor kleinschalige oplossingen, zoals die ook destijds werden gevonden."

In uw zoektocht naar de oorsprong van de doe-democratie, waarin mensen in eigen kring oplossingen zoeken voor problemen en de overheid op afstand staat, gaat u nog verder terug. U begint met de reis van de Franse politiek-filosoof Alexis de Tocqueville naar de Verenigde Staten, in 1831.

"Ja, hij is een hele interessante denker, zijn boek staat hier precies boven mijn computer. Hij was de eerste die ging kijken hoe zo'n democratie werkt, wat de risico's zijn, en de veiligheidsmechanismen om te voorkomen dat het misgaat. En ik wil met dat begin buiten Nederland ook laten zien dat de problemen in de verhouding tussen burger en politiek niet typisch Nederlands zijn, maar in alle westerse samenlevingen spelen.

"Tocqueville zag in Amerika allerlei vormen van samenwerking tussen burgers. Het nieuwe van hem was dat hij doorhad dat met die organisaties van burgers de nadelen van de democratie konden worden ondervangen, bijvoorbeeld dat een domme meerderheid een verkeerd besluit nam. De regering kon zeggen dat ze vakken wilde afschaffen op de universiteit, maar een universiteit die tamelijk los stond van de overheid bepaalde zelf het niveau van het wetenschappelijk onderwijs. De politiek kon bepalen dat een brug er niet kwam, maar ondernemers zamelden zelf geld in voor de brug en hieven tol. Zij waren een aanvulling op de staat. En er was het prachtige voorbeeld van de 100.000 mensen die in het openbaar verklaarden geen alcohol meer te drinken. De staat stond toe dat de beschaving verloederde door alcoholisme te laten voortduren. Deze mensen zeiden: wij drinken niet en wij gaan op mensen stemmen die aan het drankmisbruik wat willen doen. Zij beïnvloedden de publieke spirit en de richting van de politiek naar een verbod op drank. Tocqueville vond het eerst heel vreemd dat die mensen niet gewoon thuis water gingen drinken, maar later zag hij het patroon, dat vooruitgang in de samenleving afhankelijk is van dit soort allianties van burgers, van de kracht van de civil society."

Had zijn zienswijze ook invloed op Nederland?

"Ja, de elite was Franstalig, die las zijn boeken, die in heel toegankelijk Frans waren geschreven. Ze herkende in Nederland het patroon dat hij schetste. De doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuijzen had in 1784 bij voorbeeld de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen opgericht. Iedereen kon lid worden, behalve Joden, die werden niet gezien als echte Nederlanders. Het Nut werd een van de grootste verenigingen van Nederland, met 300 plaatselijke afdelingen overal - behalve in Brabant en Limburg. Ze wilde het algemeen volksgeluk bevorderen door verbetering van het onderwijs, maar ze richtte ook spaarbanken op. Het christendom ging bij 't Nut boven de geloofsverdeeldheid, het christendom werd gezien als basis van de moraal: we houden ons allemaal aan de tien geboden. Orthodoxe protestanten tekenden verzet aan tegen dat algemene christendom van 't Nut. Toen 't Nut zich uitsprak voor openbaar onderwijs, was dat voor de gereformeerde Abraham Kuyper het bewijs dat de mensen van 't Nut niet zozeer christenen waren, maar liberalen. Maar qua organisatie vond hij het prachtig. In hem zie je het scherpst de invloed van Tocqueville terug. Het idee van 't Nut om burgers bij elkaar te brengen zodat ze wat bereiken, deed Kuyper denken aan de VS, waar dit dus al gemeengoed was. Kuypers eerste doel was het bijzonder onderwijs, maar hij was een mannetjesputter, hij begon met een eigen kerk, hij kwam met een eigen krant, een eigen universiteit, de VU, waar de mensen thuis voor spaarden in het VU-busje. En hij legde een directe verbinding tussen die civil society en politiek. Want wil je invloed hebben, dan moet je meedoen. Dus kwam er een eigen partij, waar trouwens in die kringen grote aarzelingen over waren. Kuyper beklaagde zich over de politico-fobie bij protestanten. Zij vonden politiek een vuil terrein, ze waren liever actief in maatschappelijke organisaties. Daar konden ze zich zuiver gedragen."

In de huidige discussie over doe-democratie en participatiesamenleving, wordt de PvdA vaak verweten alle heil van de overheid te verwachten, en weinig van burgers, al dan niet georganiseerd. Strookt dat met de geschiedenis?

"De vroege socialisten zaten in elk geval anders in elkaar. De Sociaal-Democratische Bond was een verzameling van allerlei radicale intellectuelen en organisaties, zij waren ervan overtuigd dat de samenleving niet deugde. Maar ze verwachtten niets van de staat, die was immers in handen van de kapitalistische bourgeoisie. Ze hadden voor ogen dat mensen zich onafhankelijk van die staat zouden organiseren. Het verenigingsleven moest de structuur van de samenleving bepalen. De socialisten in de SDB legden enorm de nadruk op die middenlaag tussen politiek en burgers. Ze zetten in op cooperaties als alternatief voor het kapitalistisch model, zowel voor productie als consumptie. Zowel bij de vroege socialisten als bij de christenen zie je dus dat de wortels liggen in de middenlaag van de samenleving, bij de georganiseerde burgers."

En de liberalen?

"Liberalen hebben dat van oudsher helemaal niet. Zij gaan uit van de art of separation, de scheiding van staat en maatschappij, geloof en wetenschap, politiek en economie. Zij geloofden dat een dergelijke scheiding de meeste ruimte geeft aan burgers en de meeste kansen om zich te ontplooien. In de praktijk namen liberalen wel veel maatschappelijke initiatieven, maar die stonden los van hun politiek-theoretische opvattingen. In hun visie kwam het middenveld niet voor."

In de vorige eeuw werden de banden tussen het middenveld en de politiek steeds nauwer, in de verzuiling en ook in de verzorgingsstaat. Hoe is er dan toch ruimte voor de burgers ontstaan?

"De vervlechting tussen maatschappelijk midden en de staat werd na de Tweede Wereldoorlog steeds hechter, maar dat systeem klapte in de jaren zestig met veel geraas in elkaar. De aanhang van politieke partijen begon te slinken, het aantal donateurs van actiegroepen groeide juist. Nieuw-Linkser André van der Louw wilde die actiegroepen bij de politiek houden, daar zat leven in! Maar hij kreeg twee problemen aan zijn broek: een politieke partij is alleen serieus te nemen als ze meer is dan een doorgeefluik van allerlei deelbelangen. En die actiegroepen wilden soms iets tegenstrijdigs, de politiek moest dus het onverenigbare verenigen. De christelijke partijen worstelden met zichzelf, en ook daardoor raakten ze het gezag bij het middenveld kwijt. Daarbij komt, de burger laat zich niets meer opleggen. Gegeven de onzekerheid bij de politiek over haar eigen functioneren, is er wel ruimte voor burgers om het initiatief naar zich toe te trekken."

Lezingen over doe-democratie

In de reeks lezingen over doe-democratie spreekt maandag socioloog Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De weken erna komen bestuurskundige Paul Frissen van de Universiteit Tilburg en oud-hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg aan het woord. De serie bij ProDemos in Den Haag wordt op 1 december afgesloten door minister van binnenlandse zaken Ronald Plasterk.

Wie is Piet de Rooij?

Piet de Rooij (70) heeft geschiedenis nooit iets gevonden voor alleen de studeerkamer. Hij heeft een groot aantal zeer helder geschreven publicaties op zijn naam staan en hij was lid van toonaangevende commissies. De Rooij studeerde in Utrecht, promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam en was daar vanaf 1985 hoogleraar nieuwste geschiedenis. Hij geldt als specialist van de eigentijdse geschiedenis van Nederland. De Rooij zat rond de eeuwwisseling de naar hem genoemde commissie voor die de minister adviseerde over het geschiedenisonderwijs. De indeling in tien chronologische tijdvakken, die nu in de lesboeken staat, is aan hem te danken. Acht jaar voor de viering van 200 jaar koninkrijk, schreef hij 'Republiek van rivaliteiten: Nederland sinds 1813'. Recent kwam van hem uit 'Ons stipje op de waereldkaart', dat was genomineerd voor de Librisprijs en werd bekroond met de Prinsjesboekenprijs voor het beste politieke boek van het afgelopen parlementaire jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden