Samen een kaarsje branden in Tubbergen

In een wekelijkse serie besteedt Trouw in woord en beeld aandacht aan het hedendaagse christendom. Hoe staat de (christelijke) God van Nederland ervoor? Aflevering 47: de oecumene in Tubbergen.

Kwart over zes. Op het koor van de robuuste basiliek St. Pancratius te Tubbergen zijn de dominee en de pastoor, beiden in burgerpak, aan het repeteren. Alleen de koster scharrelt rond, verder is de kerk nog leeg. Bescheiden klinkt de zangstem van de dominee, geroutineerd die van de pastoor.

„Zo’n gezongen zegen”, zegt de dominee, „dat vind ik héél mooi.”

„Welke kleur draag jij straks?”, vraagt de pastoor.

„Groen”, zegt de dominee.

„Da’s een goeie kleur”, zegt de pastoor.

Sinds afgelopen woensdag vieren de kerken wereldwijd de jaarlijkse ’Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen’. Want al zijn zij onderling hopeloos verdeeld, christenen vinden het hun plicht te blijven stréven naar verzoening.

Ook in Nederland zijn er talloze lezingen, bijeenkomsten, en vooral ’oecumenische gebedsdiensten’. De landelijke Raad van Kerken levert liturgisch materiaal. Thema dit jaar: ’Ben ik in hun midden’.

In Tubbergen, hartje Twente, doen ze sinds drie jaar mee. Pastoor Hans Pauw (37) nam het initiatief. Hij heeft, zegt hij, ’een warm hart’ voor de oecumene. En hij vond het ’eigenlijk vreemd’ dat er in het dorp geen oecumenische gebedsdienst was. Volgens hem is dat ’een minimale eerste stap’.

De protestantse gemeente van Tubbergen had er wel oren naar. „Ik denk”, zegt predikant GertJan Lambers Heerspink (54), „dat zo’n dienst bijdraagt aan de bewustwording.”

Zo groeide er een nieuwe traditie. Het ene jaar is de dienst in de protestantse kerk, het jaar erop in de katholieke. Een interkerkelijke werkgroep bereidt de viering voor. En zo’n honderd belangstellenden komen er gemiddeld op af.

Pastoor Pauw schat dat de belangstelling van protestantse zijde vandaag ’verhoudingsgewijs’ groter zal zijn. „Gister was hier een avondwake, vandaag een grote uitvaart. Zó vaak naar de kerk vinden katholieken nu ook weer niet nodig.”

De kerkklokken beieren. De koster informeert of er een glas water moet komen voor de dominee. (Ja.) En daar druppelen de gelovigen binnen. Beduidend meer vrouwen dan mannen zijn ervoor van huis gegaan. En wie welke richting aanhangt, laat zich moeiteloos raden. De een maakt eerst een knielgebaar en slaat een kruisje, de ander schuift zomaar de bank in.

Dan klinken orgeltonen. De dienst kan beginnen.

In het van oudsher stevig rooms-katholieke Tubbergen, zegt pastoor Pauw, doet het geloof er nog altijd toe. „Mensen houden vast aan de oude gebruiken.” Liefst twintig procent van zijn parochianen is ’betrokken’ bij de kerk (landelijk: acht à negen procent). Protestanten zijn in Tubbergen altijd een kleine minderheid geweest. Het dorp had alleen een hervormde, geen gereformeerde kerk. En méér geestelijke stomingen kent Tubbergen niet. „Nou ja”, zegt de pastoor. „We hebben nog een paar atheïsten en godzoekers. Heel overzichtelijk.”

Zeven uur. Een belletje klingelt, de twee voorgangers schrijden binnen. Ze gaan beiden gehuld in beige gewaad met daaroverheen een groene stola. Het oogt uiterst oecumenisch.

In Tubbergen houden ze zich keurig aan de regels: geen communie, avondmaal of iets ertussenin. De liturgie biedt een veilige mix. Bij de evangelielezing gaan de aanwezigen naar katholiek gebruik eerbiedig staan. De dominee houdt de ’overweging’ – van oudsher een protestantse troef. Elkaar handenschuddend de vrede van Christus wensen is een katholieke gewoonte. Psalm 65 klinkt weer ronduit protestants. En de pastoor leidt het ’ontsteken van het licht’.

We leven in ’een gebroken eenheid’, zegt pastoor Pauw. „Maar het is beter een kaars aan te steken dan te klagen over de duisternis.” Een voor een schuiven de gelovigen naar voren om een brandend kaarsje op de standaard te prikken. Het ziet er feestelijk uit.

De jaarlijkse oecumenische gebedsdienst ten spijt, hier in Tubbergen blijven de gelovigen hechten aan de eigen nestgeur.

„Als ik iets wil”, zegt predikant Lambers Heerspink, „dat lijkt op de katholieke traditie, dan is het niet goed. Laatst liet ik in een dienst het ’Heer ontferm U’ neuriën. Werd ik na afloop op m’n schouders getikt: ’Ik dacht even dat ik een deur te ver was, dominee.’”

Het kaarsenritueel zit erop. Tijd voor de ’dankzegging en voorbeden’. „Dat gezamenlijk gebed een goede gewoonte mag worden”, is een wens. En: „Moge de hoop dat wij ooit samen zullen zitten aan dezelfde tafel en drinken uit dezelfde beker, ons verlangen versterken om uw wil te doen.”

Het protestantse koor Zang & Vriendschap brengt nog een laatste lied. Dan heffen de beide voorgangers breeduit hun armen en zingen de zegenbede. De dominee bescheiden, de pastoor geroutineerd.

In een mum van tijd is de basiliek leeggestroomd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden