75 jaar Trouw

Samen delen deze vijf mannen 34 jaar hoofdredactie, en toch spreken ze elkaar weinig

Van links naar rechts: Jan Greven, Frits van Exter, Cees van der Laan, Willem Schoonen en Jaap de Berg. Beeld Jorgen Caris

“Elke hoofdredacteur heeft Trouw stapsgewijs gemaakt tot wat ze nu is”, zegt Cees van der Laan (56), nu ruim vier jaar hoofdredacteur. Hij nodigde onlangs zijn voorgangers uit voor een etentje in het Amsterdamse restaurant Elkaar. Samen delen ze 34 jaar hoofdredacteurservaring, toch spreken ze elkaar weinig.

“Schrijft die nog steeds?”, informeert Frits van Exter naar een vasthoudende abonnee die al jaren probeert om de hoofdredactie bij de les te houden. Jan Greven moest in zijn tijd vaak uitleggen dat ‘journalisten onafhankelijk zijn’.

Hoe is het om, na jaren op de apenrots, terug te keren als redacteur? Willem Schoonen deed het. Zijn eerste klus was koppen maken. “De eerste haalden de krant niet eens. Na een paar weken zijn ze alweer vergeten dat je hoofdredacteur was.”

Jaap de Berg werkt ook nog elke dag voor Trouw, hij maakt puzzels en een taalrubriek. En wat hij deed als hoofdredacteur, doet hij nog steeds: tips geven. Hou het leesbaar, beperk je in lengte en maak heldere koppen.

Alle vijf hebben ze de kunst moeten leren van omgaan met het journaille, een eigengereid slag mensen, daar zijn ze het over eens. Zijn Trouwredacteuren erger dan andere? De enige die kan vergelijken, is Van Exter, die ook enkele jaren Vrij Nederland leidde. “Ik dacht dat een redactie niet lastiger kon zijn dan bij Trouw”, zegt hij lachend. “Maar het is overal hetzelfde.”

Jan Greven, hoofdredacteur 1985-1998: 'De krant ontwikkelt mee'

De krant zie ik als een persoon die zich ontwikkelt en andere opvattingen krijgt. Een persoon die vroegere tegenstanders omarmt, of afstand neemt van vroegere vrienden. Zeker geldt dat voor Trouw en voor zijn lezers. Zestig jaar geleden was er nog niets aan de hand. De krant was een van de bastions van de gereformeerde zuil. Alles stabiel en op orde. Nog geen tien jaar later was alles veranderd. De krant had de zuil niet verlaten, maar zich er wel van losgemaakt. Had eigen opinies ontwikkeld, zoals over de overdracht van Nieuw-Guinea en de apartheid in Zuid-Afrika, en had daardoor heftige reacties opgeroepen. Sommige lezers vreesden de afgrond. Zo’n zorg veronderstelt richting en beleid. Ten onrechte. De zaak schoof en niemand wist waarheen.

Sommige lezers schoven mee. Soms met groot enthousiasme. Anderen aarzelden. Weer anderen protesteerden. De krant was hun krant niet meer. Verbitterd lieten ze weten dat ze Trouw alleen nog lazen voor de overlijdensberichten. Soms bedankten ze voor de krant. Vaak ook niet. Want trouw waren ze wel. Dat Trouw zijn vijfenzeventigjarig jubileum kan vieren komt doordat de krant, net op tijd, veranderde en doordat de lezers hun krant volgden. Door dik en dun.

Cultureel

In al die veranderingen was het hoofdprobleem niet politiek of sociaal, maar cultureel. Van huis uit hadden Trouwlezers een rotsvast geloof meegekregen. Met een God daarboven, een oordeel, hemel en hel. Dat geloof was hen dierbaar, maar ze voelden dat het geloof tussen de vingers doorglipte. Geloof in eeuwig en bovennatuurlijk? Hoe moest je dat nu denken?

Lezers zochten naar antwoord op die vragen en Trouw is hen daarin voorgegaan. Hoe? Door te laten zien dat de traditie die zij van huis uit mee kregen slechts een kraal is aan een lange ketting van religieus denken. Een ketting die zo oud is als de mensheid zelf. Religie is een dynamisch proces. Oude antwoorden raken achterhaald, nieuwe komen op. Alleen de religieuze vragen blijven. Die horen nu eenmaal onlosmakelijk bij de mens. Trouw wilde en wil een platform zijn om over die vragen te blijven nadenken. We hebben er indertijd een apart katern, Letter&Geest, voor opgericht.

Religieuze vragen

De honderden brieven die ik in dertien jaar hoofdredacteurschap heb geschreven, gingen voor een groot deel over deze religieuze vragen. Voor een hoofdredacteur van een krant is dat vrij uitzonderlijk. Maar het is ook uitzonderlijk dat Trouw, ook op het hoogtepunt van de secularisatie, het belang van religieuze vragen is blijven inzien. Tegen de intellectuele stroom in Nederland in. Cultureel is dat van grote betekenis geweest.

In religie gaat het om de weg. Niemand weet waar die weg op uitloopt. Maar dat betekent niet dat er geen eindpunt is. Dat besef heeft de krant vanaf haar eerste begin gedragen.

Jaap de Berg, hoofdredacteur 1998-2002: 'In de jaren '60 genoot je van ongekende vrijheid'

In de jaren zestig gingen bij Trouw wat ramen open. De band met de gereformeerde en antirevolutionaire zuil werd slapper, de blik op de wereld ruimer. Een bescheiden bijdrage tot dit proces leverde de nachtredactie. Dat waren vijf jongelui die tussen zes uur ’s avonds en één uur ’s nachts de nieuwspagina’s van de ochtendkrant vulden met kopij van collega’s en persbureaus. Bijna het hele decennium was ik er een van, als redacteur binnenland, buitenland en chef.

Zolang je de zuil en haar (voor)oordelen een beetje ontzag, genoot je een nu ongekende vrijheid. Met een ironische woordkeus in de berichtgeving bespotten we onze handicaps, zoals het aanvankelijke taboe op zondagsport. Verslaggevers die overdag censuur duchtten, leverden hun kopij liefst bij ons in, ’s avonds. Zonder overleg stroomlijnden we de nieuwsproductie: we reserveerden pagina’s voor deelredacties en labelden ze. Dat hadden we afgekeken van buitenlandse kranten.

Toonde zich de sportredacteur blind voor het fenomeen Billie Jean King (toen nog Moffitt) op Wimbledon, dan gaven we haar optreden als buitenlands nieuws door. Hield de actieradius van de kerkredactie bij de landsgrenzen op, dan mocht een geïnteresseerde rebel van de nachtploeg de rijzende theologische ster Dorothee Sölle in Keulen gaan interviewen. Hoofdredacteur Bruins Slot schrok van wat ze beweerde maar erkende het belang ervan. Wel moest ik bij het artikel vermelden dat het niet verscheen omdat Trouw het ermee eens was.

Misbruikt

Misbruikt werd onze vrijheid ook. Een nachtredacteur buitenland die anoniem blijft, kon uitvoeriger berichten over door hem bewonderde figuren als Adenauer en De Gaulle, dan over vermeende slappelingen als Macmillan. Omdat hij het geen ware kunst vond, gooide hij kopij over een diefstal van werk van Franse impressionisten weg. Gedwongen er melding van te maken, zette hij het woord kunst tussen aanhalingstekens.

Hoofdredactionele oekazes waren schaars. Ze werden soms naar de letter uitgevoerd, soms niet. Strikt opgevolgd werd de order dat het buitenlandoverzicht van redacteur Klatter niet langer mocht zijn dan driekwart kolom. De opmaakredacteur mat de kopij en stak het restant aan loodregels ongelezen in zijn zak. Genegeerd werd het bevel positief te berichten over de CHU, waarvan aanhangers Trouw hadden opgezegd. We openden de krant met ‘Kritiek op Beernink’ (de CHU-leider).

Versterking

Je zou verwachten dat in 1964, toen Trouw overal ochtendblad werd, de nachtredactie versterking kreeg. Dat hier niets van kwam - vele deelredacties zag je ’s avonds nooit - zou de krant nog heel lang schaden.

De krant is nu aanmerkelijk geprofessionaliseerd. Maar haar rol als bron van nieuws en duiding is gekrompen. Helaas, want daaraan zou meer dan ooit behoefte moeten zijn in een veel hachelijker tijd dan toen. Een tijd waarin klimaatverschuivingen, massa-immigratie en robotisering veel op het spel zetten van wat toen als vanzelfsprekend of onveranderlijk gold.

Frits van Exter, hoofdredacteur 1998-2007: 'Veel lezers weten zich verenigd met de krant'

Ja, u spreekt met Bos uit Giessendam.” Op donderdagavond 7 januari 1999 neem ik een van de tien rinkelende telefoons op tijdens het spreekuur van de redactie. Aan de straffe stem hoor ik dat het een oudere man is. En Giessendam is dat niet de biblebelt? Hij moet van de harde kern zijn. Hij zegt: “Ik ben al vijftig jaar lid van Trouw.”

Ja, dat is de harde kern. De redactie mag de lezers op zakelijke afstand houden door ze ‘abonnees’ te noemen, veel lezers weten zich verenigd met de krant.

Hij: “Ik heb in de oorlog mijn vader nog geholpen met het maken van pakjes kranten om onder zijn jas te stoppen.”

Als mensen beginnen over de verzetsjaren, dan zit het diep.

Hij: “En ik heb nu al heel wat meegemaakt met die krant….”

Dat valt niet te ontkennen. Sinds 1943 heeft de redactie de lezer zo vaak op de proef gesteld.

Hij: “En nu weer die vernieuwing....”

Op z'n kop

Wat heet! We hebben de hele krant op z’n kop gezet. Die dinsdag is Trouw met veel bombarie voor het eerst verschenen met ‘de Verdieping’. We moeten er nieuwe lezers mee winnen, maar voorlopig moeten we vooral zorgen dat we niet te veel oude lezers verliezen. Vandaar het spreekuur.

Hij: “En dan wou ik het vooral even hebben over die kerkpagina….”

Nu komt het, denk ik.

Hij: “Die heet nu religie & filosofie….”

Ja, we hebben het erop gewaagd: de kerkpagina is niet meer.

Hij: “Nu ben ik zelf christelijk gereformeerd…”

Waarom heb ík dit gesprek? Waar is collega Jaap de Berg die van nature dit soort dingen veel beter kan uitleggen?

Hij: “En op die pagina daar stond altijd de rubriek Beroepingswerk….”

Jaap!

Hij: “En dat is veranderd….”

Oef! Hoe zat dat ook al weer? We vonden louter protestantse transfers niet meer van deze tijd, we wilden uitbreiden naar andere geestelijke benoemingen. Of zo.

Hij: “Het heet nu Personalia….”

Ja, waarom? Waarom hebben we dat niet gewoon bij het oude gelaten? Zó erg was het toch niet?

Hij: “Nu staan de namen van degenen die beroepen zijn in het vet gedrukt….”

Waar gaat dit heen?

Hij: “Zou het niet beter zijn om de namen van de gemeentes vet te drukken, dan zie ik sneller waar ik moet wezen.”

Huh?

Hij: “Verder heb ik niks. Proficiat met de vernieuwing en een goede avond verder.”

Vanaf dat moment wist ik dat het wel goed zit met Trouw en zijn lezers.

Willem Schoonen, hoofdredacteur 2007-2013: 'Het draait altijd om de lezer' 

Als jullie Ephimenco of Drayer eruit gooien, ben ik weg.’ Lezers kunnen kernachtig verwoorden hoe ze hun krant willen hebben. Maar, luister je daar dan naar? Nou en of! Dat is nu juist de kracht van Trouw, dat we in de peiling houden voor wie we de krant maken en wat die lezer wil. Het is de vrucht van een karig verleden, waarin Trouw verliesgevend was en moest knokken voor iedere abonnee. De concurrenten, de Volkskrant en NRC Handelsblad, verging het veel beter. Daar kwamen zo veel advertenties binnen dat de redactie steeds weer nieuwe katernen moest verzinnen om die te bergen. Daar kon het geld niet op. Maar gevolg was dat die redacties met de rug naar hun lezers gingen staan. Die kwamen ze pas weer tegen toen het met de advertenties minder ging.

Bij ons heeft het altijd gedraaid om de lezer. En die is het beste baken dat je hebt. Op de redactie zitten allemaal creatieve, intelligente journalisten. Maar daar moet je niet te veel op varen. Die hebben geen geduld, die zijn een column of rubriek al zat als die bij de lezer nog moeten wortelen.

Geen routine

Voor de journalist mag de krant geen routine worden, voor de lezer moet die dat zijn. Voor de lezer is de krant een bekende, die er iedere dag is, met zijn vertrouwde trekken en eigenaardigheden. Delen van de krant waar de redactie nauwelijks tijd in steekt, zijn voor lezers juist belangrijk: het weerbericht, de puzzels, de overlijdensadvertenties. Daar moet je mee uitkijken als je aan de krant gaat sleutelen. We hebben een lading boze reacties gekregen toen we afscheid namen van weerman Jan Visser, in 2009.

Niet dat je de lezer dan maar moet geven wat hij hebben wil. Want zo eigenaardig is die ook weer: als je precies de krant zou maken die de lezer zegt te willen hebben, wil die hem waarschijnlijk niet meer lezen. Een krant die niet schuurt, wordt waardeloos papier. En schuren, dat kunnen columnisten, zoals Sylvain Ephimenco en Elma Drayer. Ze werden vervloekt en geprezen.

Steunbetuigingen aan hun adres kwamen niet van een enkeling, maar van een hele groep. En Ephimenco en Drayer werden steevast in een adem genoemd. In de vooruitstrevende wereld waarin Trouw huisde, bedienden Sylvain en Elma de rechtervleugel. Sylvain schrijft nog altijd zijn column in de krant. Elma is er niet uitgegooid, maar zelf vertrokken. Ik geloof niet dat dat een abonnee heeft gekost. Er zijn nieuwe scherpe pennen in haar plaats gekomen.

Trouw bestaat 75 jaar. Om dat te vieren, maakten we een speciale bijlage. We blikken terug op de afgelopen jaren en we kijken vooruit.Lees hier meer artikelen uit de bijlage. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden