Salman Rushdie: Ik sta aan Nesins kant

FRANKFORT - De ontmoeting van Turkse intellectuelen in het provinciestadje Sivas liep twee weken geleden uit op een ramp: in de vuurzee die was aangestoken door Turkse fundamentalisten, stierven 36 mensen - vooral theatermakers en schrijvers. Wie uit het hotel probeerde te vluchten, werd teruggejaagd in de vlammen. Het bloedbad werd in de media het 'Rushdie-oproer' genoemd.

THIERRY CHERVEL

De officiele aanleiding voor de ontmoeting in het hotel was de herdenking van een Turkse schrijver uit de zestiende eeuw. Maar er werd een link gelegd met de Britse auteur Salman Rushdie - die in 1989 onderdook na een oproep van ajatollah Khomeini om hem te vermoorden (de zogeheten 'fatwa') - omdat de bijeenkomst was georganiseerd door de Turkse satirische schrijver Aziz Nesin. Nesin is hoofdredacteur van de krant 'Aydinlik' die kort geleden een uittreksel van 'De duivelsverzen' van Rushdie heeft gepubliceerd.

Diens reactie op de moordpartij van Sivas verscheen vorige week in het Britse blad 'Observer'. Rushdie deed daarin een scherpe aanval op Nesin.

Hij verweet hem 'De duivelsverzen' als 'kanonnevlees' te hebben gebruikt om Turkse fundamentalisten te provoceren.

Rushdie schreef ook dat zijn persagenten Stone en Aitken vlak voor de gewraakte publicatie een brief naar Nesin hadden gestuurd. Daarin stond dat de auteur niet akkoord ging met een publicatie van delen van 'De Duivelsverzen' in 'Aydinlik'. Ook gaf hij geen toestemming voor het plan van Nesin, het boek in zijn geheel te laten vertalen en zelf uit te geven in Turkije.

Nesin reageerde snel. Hij drukte deze, volgens Rushdie persoonlijke brief zonder diens toestemming af in zijn krant. In het hoofdartikel legde hij uit dat hij eigenlijk helemaal niet geinteresseerd was in 'het geval Rushdie' en 'De duivelsverzen'. “Ik heb geen zin om me in te zetten voor een schrijver die uit pure angst voor Khomeini's dictaten afziet van de verdediging van zijn eigen boek”, aldus Nesin. Hij wilde met de publicatie van het uittreksel van 'De duivelsverzen' louter en alleen protesteren tegen het verbod van dit boek in Turkije.

Rushdie's verzet in de 'Observer' tegen de werkwijze van Nesin kwam in grote delen van de westerse pers anders over dan hij had bedoeld. Het artikel was zonder zijn medeweten ingekort en overgenomen door internationale persbureaus. In de berichtgeving werd de indruk gewekt dat Rushdie openlijk afstand had genomen van 'De duivelsverzen'. Ook zou hij Nesin verantwoordelijk stellen voor het bloedbad van Sivas. Niets is minder waar, aldus Rushdie in dit interview.

Na het bloedbad in Sivas heeft U Aziz Nesin hard aangevallen. Ook mensen die u anders steunen, vonden uw reactie cynisch en overdreven. U zou zelfs om strategische redenen afstand nemen van uw eigen boek.

“Dit is een belediging. Waarom, denkt u, heb ik de vijf jaar sinds de 'fatwa' volgehouden? Juist, omdat ik mijn boek wilde verdedigen. Ik heb de indruk dat mijn artikel in de 'Observer' in diverse landen op een zeer oneerlijke manier is vertaald en overgenomen. Citaten zijn uit hun context gehaald, de belangrijkste gedachten zijn weggelaten. Alleen in Engeland kreeg ik de kans via radio en tv de schuldigen van het bloedbad in Sivas aan te wijzen: de fanatici, hun geldschieters en hun zogenaamde leiders.”

“Ik heb duidelijk gemaakt dat de progressieve krachten in de moslimwereld steun nodig hebben bij hun strijd tegen de fanatici. De verdediging van mijn boek maakt deel uit van deze strijd. Mijn diepe medeleven gaat uit naar de families van de slachtoffers van Sivas. En ik heb meneer Nesin - ondanks de kritiek die ik op hem heb - expliciet laten weten dat ik aan zijn kant sta. Maar daarover heeft niets in de kranten gestaan. Nieuws is blijkbaar alleen onze ruzie.”

Wat is de achtergrond van deze ruzie?

“Vooraf een ding: ik wilde en wil nog steeds dat 'De duivelsverzen' in zoveel mogelijk landen wordt vertaald en uitgegeven. Als Turkse uitgevers bij me waren gekomen met de boodschap: 'Wij vinden het verbod op uw boek schandalig en wij zijn bereid deze strijd voor de rechtbank uit te vechten', ja, dan had ik meteen toegestemd. Toen Nesin bij ons kwam en vertelde dat hij 'De duivelsverzen' wilde uitgeven, heb ik hem niet weggestuurd. Ik heb tegen hem gezegd: 'Prima, laten we praten.' En plotseling, een week na dit gesprek, verschijnen delen uit mijn boek in de krant 'Aydinlik', onder de titel 'Salman Rushdie, opschepper of denker?' Dat is niet de manier waarop ik mijn werk in Turkije gepresenteerd wil hebben.”

Zou u principieel tegen de publicatie van delen van uw werk zijn geweest?

“Nee, ik zou dat zelfs goed vinden. Maar pas als het boek zelf ook verschijnt. Ik zal u uitleggen waarom: veel protesten en opstanden waren niet meer dan reacties op valse of verkorte stukken uit mijn boek, die door de fanatici in omloop waren gebracht.”

Westerse kranten hebben na de 'fatwa' ook uittreksels uit uw boek gepubliceerd.

“Ja, maar het boek was op dat moment al verschenen in de betreffende taal of op zijn minst klaar voor de drukker. Mensen konden het boek kopen. Met Nesin was dat anders. Ik wist van niets. Ik kon niet meepraten over de selectie van stukken uit mijn boek, ik weet niet eens hoe het is vertaald. Ik weet dus ook niet of iets vervalst is. Elke auteur heeft het recht de publicatie van zijn werk te controleren. Maar ik ben nu buiten alles gehouden.”

“Ik was heel gelukkig geweest als ik met Turkse partners samen had mogen werken. Nu heeft men mijn werk gestolen. Daarover ben ik boos, en dat mag ik zeggen. Ik sluit overigens niet uit dat ik misschien te harde woorden heb gekozen voor mijn woede. Maar Nesin heeft direct na het bloedbad in zijn krant geschreven dat ik een lafaard ben. Hij verwijt me dat ik niet de moed heb mijn werk te verdedigen. Iedereen weet dat dit niet zo is.”

U verwijt Nesin dat hij uw auteursrecht niet heeft gerespecteerd.

“Ja, natuurlijk, er was sprake van roofdruk. Maar dat is nu niet het belangrijkste. Ik vind het veel erger dat hij me niet benaderd heeft als een collega en partner. En ik vind het ook jammer dat hij me niet op een faire manier heeft gevraagd zijn strijd te steunen. Hij heeft mijn positie opzettelijk verkeerd voorgesteld.”

Is het feit dat uw boek in Turkije is verboden voor u reden om u tegen publicatie te verzetten?

“Nee. Vooral niet als ik het gevoel had gehad dat serieuze mensen mij vroegen om samen met hen te vechten tegen het verbod.”

En de angst dat de publicatie zou leiden tot gewelddadige reacties?

“Het zijn niet de boeken die geweld provoceren, het zijn de gebruikers van geweld. Je moet de schuldigen bij hun naam noemen. Niet Nesin is verantwoordelijk voor het geweld van Sivas, nee, de verantwoordelijkheid ligt bij de fanatici. Hetzelfde geldt voor boeken. Niet de uitgevers zijn schuldig, maar diegenen die het uitgeven willen voorkomen.”

En toch schrijft u aan Nesin: 'U wilde het conflict. Nu lijkt het er op dat u meer kreeg dan u wilde.' Dit klinkt alsof u Nesin verantwoordelijk wilt stellen.

“Ik heb te maken met twee controverses: met Nesin en met de fundamentalisten. En de eerste is een stuk minder belangrijk dan de tweede.”

Nesin schreef in zijn krant dat hij 'De duivelsverzen' ook zonder uw toestemming zou publiceren. Hij beroept zich daarbij op een hoger, moreel recht: de 'vrijheid van spreken', waarvoor uw toestemming volgens hem niet is vereist.

“Dat is een van de dingen van Nesin waaraan ik me zeer erger. Wie het recht van 'vrijheid van spreken' wil verdedigen, moet ook het recht van de schrijver op zijn eigen werk respecteren. Roofdruk druist in tegen dit principe. Geen enkele auteur op de hele wereld beschouwt zijn werk als openbaar bezit. Ik dus ook niet.”

Denkt u niet dat alle schrijvers de greep op hun werk na publicatie verliezen, tenminste tot bepaalde hoogte?

“De meeste schrijvers kunnen zelf beslissen wat er met hun werk gebeurt.

Nesin schrijft in zijn krant dat mijn boek hem niet eens interesseert.

Waarom zou ik het dan door hem laten uitgeven?''

Uw boek en ook de 'fatwa' zijn steeds belangrijker symbolen voor de fundamentalisten en meer werelds georienteerden. Bent u bang dat u met uw strijd alleen komt te staan?

“Nee, helemaal niet. Ik sta aan de kant van de werelds georienteerden.

Mijn enige verwijt aan de secularist Nesin is dat hij mij heeft gebruikt in plaats van met mij een bondgenootschap aan te gaan.''

Gelooft u dat het mogelijk is u weer te verzoenen met de heer Nesin?

“Ik ben door hem beledigd. Maar dat kan uit de wereld worden geholpen.

Ik ben absoluut bereid om te vergeven en te vergeten en te zeggen: laten we samen optrekken tegen de fundamentalisten. Als hij meedoet: prachtig!''

Zou u meneer Nesin willen ontmoeten?

“Vanzelfsprekend. Zoals u zult begrijpen is het voor mij niet zo gemakkelijk om naar Turkije te reizen. Maar als hij zin heeft om naar Engeland te komen, zou ik hem graag ontmoeten.”

Beschouwt u het bloedbad van Sivas als een terugslag voor uw werk?

“Ik leg geen verband tussen mijn situatie en de aanslag van Sivas. Het bloedbad is opnieuw een bewijs dat mijn strijd niet meer is dan een klein gevecht in een veel grotere strijd.”

Overgenomen uit: Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Vertaling: Barbara Berger

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden