Salafistische beeldenstorm

De recente golf van vernielingen in de Malinese stad Timboektoe staat niet op zichzelf. In de hele regio moeten soefi-heiligdommen het ontgelden. 'Het zijn onze tradities en cultuur die ze vernietigen.'

Als dieven in de nacht. Zo klommen ze het hek over op een koude nacht in januari dit jaar. "Dat moest ook wel", zegt Ahmed Rahoema terwijl hij de metalen poort ontgrendelt. "Anders zouden de buurtbewoners zeker ingegrepen hebben." Rahoema, een gepensioneerde ingenieur, vervolgt zijn weg over de ommuurde begraafplaats van Suq al-Juma, een buitenwijk aan de oostkant van Tripoli. Achter een eeuwenoude moerbeiboom wordt een kalkstenen mausoleum met een vaalgroen koepeldak zichtbaar.

"Het graf van Sidi Amar, of tenminste, wat ervan over is", zegt Rahoema met ingehouden woede. Sidi Amar leefde zo'n 500 jaar geleden en was bij leven een vooraanstaande soefi-sjeik. Soefi-sjeiks geven religieus onderricht in de traditie van het soefisme, de mystieke variant van de islam. Niet zelden worden hun magische krachten toegedicht en doorgaans genieten ze groot moreel gezag. Zo veel soms dat sommige sjeiks na hun dood als heiligen worden vereerd. Gelovigen organiseren jaarlijkse pelgrimages naar hun graftombes en voeren daar allerlei rituelen uit.

Ook Sidi Amar is zo'n heilige. Rahoema vertelt dat de Ottomaanse overheersers destijds twijfelden aan diens bovennatuurlijke gaven (baraka). "Enkele Turkse officieren togen daarop naar de zaouïa, de meditatieruimte naast de moskee, waar Sidi Amar het grootste deel van zijn tijd doorbracht. Daar lieten ze hem een dodelijk gif drinken, maar hij doorstond de test glansrijk." Helaas bleken zijn bovennatuurlijke gaven vijf eeuwen later niet opgewassen tegen de sloophamers en pikhouwelen van de indringers die op de bewuste nacht de begraafplaats binnenslopen.

Te midden van de ravage wijst Rahoema op het lege graf. Van de overblijfselen van Sidi Amar ontbreekt ieder spoor. "Ze hebben de botten meegenomen". Drie heiligengraven in een mausoleum verderop trof hetzelfde lot. Zonlicht valt binnen door de gaten in de kapotgeslagen muren. De graven zijn inmiddels hersteld, maar ze zijn en blijven leeg. "We willen dat de daders worden gepakt, maar we kunnen nergens terecht, want een functionerend politieapparaat is er niet," aldus Rahoema. "Zeker is wel dat die lui precies wisten waar ze wezen moesten. Tijdens het bewind van Kadafi zouden ze dit nooit hebben gedurfd."

De begraafplaats in Suq al-Juma is lang niet de enige plaats in Libië waar vernielingen van soefi-heiligdommen plaatsvonden. Zo verschafte zich eerder dit jaar een groep bebaarde fanatiekelingen met een bulldozer een weg tot een begraafplaats nabij de oostelijke havenstad Benghazi. Zo'n dertig graftombes van gerespecteerde soefi-heiligen en geleerden werden vernietigd. Ook een naburige zaouïa werd verwoest. Nadat enkele tientallen zwaarbewapende mannen de straten met pick-ups hadden geblokkeerd, moesten twee graftombes in de Tripolitaanse wijk Al Masri eraan geloven.

In maart arriveerden enkele honderden gewapende mannen in de stad Zliten. Ze hadden het gemunt op de graftombe van Abdulsalam Al Asmar (1455-1575), misschien wel de meest vereerde Libische soefi-heilige. Ze zeiden in opdracht te handelen van een prominente geestelijke uit Saoedi-Arabië. Razendsnel gemobiliseerde buurtbewoners vormden een menselijke keten rond de moskee die het praalgraf herbergt. Terwijl de spanning opliep, traden lokale notabelen met de beeldenstormers in onderhandeling. Uiteindelijk dropen de indringers af, maar niet nadat ze hadden gedreigd hun plannen later alsnog uit te voeren.

Wie zijn de vandalen die eeuwenoud cultuurgoed zonder scrupules kapotslaan? Zelf maken ze daar geen geheim van, want naar hun idee staan ze volkomen in hun recht. Het zijn aanhangers van het salafisme, een ultra-orthodoxe stroming binnen de islam.

"Salafisten beogen de terugkeer naar de oerbeginselen van de islam", zegt Roel Meijer, onderzoeker en samensteller van de bundel 'Global Salafism. Islam's New Religious Movement' (2009). "Het enige wat voor salafisten telt is de puurheid van het geloof. De heiligenverering van de soefi's beschouwen ze als een verwerpelijke vorm van afgoderij, want volgens hen mag niets in de weg staan tussen de gelovige en God."

Bij de ruim duizend jaar oude Sha'ab-moskee, aan de boulevard in Tripoli, zagen ze de bui al hangen. "Toen de eerste vernielingen rond Benghazi plaatsvonden, hebben we direct een gewapende wacht ingesteld", aldus een man die Mahmoed zegt te heten, op de binnenplaats. Die wacht kwam goed van pas, helemaal toen zwaarbewapende strijders uit Derna vorig najaar een kijkje in de bevrijde hoofdstad kwamen nemen. "Baardmannen", zegt Mahmoed terwijl hij met hand over zijn kin strijkt. De oostelijk gelegen stad staat bekend als broeinest van de radicale islam, tot in zijn jihadistische variant aan toe. "Ze hadden het gemunt op de vier graftombes in en rond de moskee, maar werden afgeschrikt door de gewapende wacht."

De zware bronzen deur die toegang biedt tot de graftombe van Sidi Abdallah Sha'ab, de naamgever van de moskee, staat sinds kort weer open. Enkele gesluierde vrouwen zitten bij de ingang - hopende dat een bezoek het einde van hun ongetrouwde staat zal bespoedigen. Maar de wachten blijven alert. "Van tijd tot tijd stopt er een auto en loert er zo'n baardmans door het hek om te zien of we er nog steeds zitten", zegt Mahmoed. En zichtbaar geëmotioneerd: "Waarom moet er per se iets kapot dat er al meer dan duizend jaar staat? Die salafisten denken dat onze heiligen de plaats van God innemen, maar dat is onzin. Het zijn onze tradities en cultuur die ze vernietigen!"

Mahmoed leidt zijn bezoekers naar een met tapijten bedekte ruimte. "Kijk, een gebedsruimte zoals je die in iedere andere moskee aantreft. Hier vind je geen graftombes; hier richten we ons direct tot God. Ach, die wahabieten in Saoedi-Arabië die alles altijd zo goed denken te weten. Ze mogen baarden en boerka's hebben, maar dat zijn slechts uiterlijkheden; wij dragen de islam in ons hart."

Het soefisme is diep verankerd in de Libische islamitische traditie. Het land kent talloze soefi-ordes met die van de Sanoessi als meest prominente. Als reactie op de Turkse overheersing kreeg deze religieuze orde in de negentiende eeuw een politieke dimensie. En toen de Italianen begin vorige eeuw het stokje van de Turken overnamen, resulteerde dat bij de Sanoessi in een formidabele verzetsbeweging onder leiding van de legendarisch soefi-sjeik Omar Mukthar - nog altijd door vrijwel alle Libiërs op handen gedragen.

"Hoewel de zaouïa's tegenwoordig amper meer worden bezocht, zie je het soefisme nog steeds overal in de Libische samenleving terug", zegt Igor Cherstich, onderzoeker aan de School of Oriental and African Studies in Londen. Hij wijst op de zogeheten mazârs, drukbezochte buurtfeesten met dans, muziek en eten, in de nabijheid van de graftombe van een lokale soefi-heilige.

Het neemt niet weg dat Sadik Al Ghariani, de Libische grootmoefti en in die hoedanigheid bevoegd tot het uitvaardigen van religieuze decreten (fatwa's), aanvankelijk weigerde het vandalisme tegen de soefi-heiligdommen in onversneden termen te veroordelen. Pas recent, en op uitdrukkelijk verzoek van de Overgangsraad, vaardige hij een fatwa uit die de vernielingen verbiedt. Ook werd gerapporteerd over buurten waar de vernietiging van de mausolea door de bewoners juist werd toegejuicht vanwege de 'zwarte magie' die er zou worden bedreven.

Volgens Cherstich is die houding deels te wijten aan het type islam dat Kadafi decennialang in Libië propageerde. "Kadafi vervolgde de salafisten, maar stond ook een vorm van islam voor die wat puritanisme betrof niet voor het salafisme onderdeed. Tegelijkertijd vervolgde hij het soefisme, omdat het 'onzuiver' zou zijn en omdat hij de broederschappen zag als potentiële verzetshaarden tegen zijn bewind. In de jaren negentig, toen zich in Oost-Libië diehard-salafisten begonnen te manifesteren, veranderde Kadafi weer van koers en begon hij een milde vorm van soefisme te propageren. Dat moest tegenwicht bieden aan het oprukkende salafisme."

Maar het kwaad was geschied. De delicate balans tussen soennisme en soefi-invloeden die de Libische islam traditioneel kenmerkte, was grondig verstoord geraakt. "Niemand weet nog langer wat hij is", antwoordde een prominente Libische soefi-geleerde onlangs op de vraag welke vorm van islam de meerderheid van de Libiërs aanhangt. "Daar hebben 42 jaar Kadafi voor gezorgd".

Maar Kadafi's wispelturigheid verklaart lang niet alles, want ook elders in de regio kregen soefi-heiligdommen met vernielzuchtige salafisten te maken. In de Egyptische havenstad Alexandrië bijvoorbeeld, waar enkele weken na de val van Hosni Moebarak een tiental soefi-moskeeën werden belaagd. De stad telt 36 van de 76 geregistreerde soefi-ordes in Egypte. In Kalyoeb, even ten noorden van de hoofdstad Caïro, werden vijf graftombes met de grond gelijkgemaakt.

Ook in postrevolutionair Tunesië laaide het geweld hier en daar op. Op een begraafplaats even buiten Tunis verwoestte een groep van 600 salafisten drie heiligengraven en in de stad Gabès moest een eeuwenoude zaouïa het ontgelden. In Monastir sneuvelde een mausoleum.

In het sinds dit voorjaar door rebellen bezette Noord-Mali, haalden aanhangers van de radicaal-islamitische groepering Ansar Dine onlangs de slopershamer door Timboektoe - 'de stad der 333 heiligen'. Op één dag alleen al gingen zeven eeuwenoude mausolea tegen de vlakte.

Nieuw is het fenomeen niet, aldus Meijer. "Eerder moesten ook soefi-heiligdommen in Pakistan, Irak en Somalië het ontgelden." Wel illustreert de meest recente beeldenstorm de vlucht die het salafisme de afgelopen jaren heeft genomen. "Het geld van de Saoediërs speelt daar een rol bij. Ook biedt het salafisme mannen die laag op de sociale ladder staan de mogelijkheid zich superieur te voelen"

In verschillende landen in Noord-Afrika vond het meeste geweld plaats direct na de val van het regime. "Dat is moment dat het staatsgezag wegvalt en de salafisten, geobsedeerd door hun ideaal van een zuivere islam, hun kans schoon zien."

Zowel in Egypte als Tunesië kozen de autoriteiten direct de kant van de soefi's. Zo noemde Ali Gomaa, de Egyptische grootmoefti, de vandalen 'gewiekste overtreders die verdeeldheid zaaien met als doel Egypte te vernietigen'. In Tunis liet het ministerie van cultuur onmiddellijk een verklaring uitgaan waarin het de aanvallen op soefi-heiligdommen scherp veroordeelde. Volgens het ministerie vormden de mausolea en zaouïas een wezenlijk onderdeel van het Tunesische nationale erfgoed en men dreigde hard op te zullen treden tegen de schenders daarvan.

In Libië is dat wegens de gebrekkig functionerende staat nog steeds lastig, erkent Cherstich, "maar het minste wat de autoriteiten zouden moeten doen is duidelijk maken hoezeer de soefi-traditie onderdeel is van de Libische identiteit."

In het geval van Timboektoe valt van de autoriteiten op dat gebied weinig te verwachten - al was het maar omdat de salafisten daar vooralsnog heer en meester zijn.

Soefisme
Het soefisme is de mystieke variant van de islam. Aangenomen wordt dat het ontstond als een reactie op het wereldse karakter van het vroege Oemayyaden-kalifaat, dat tussen 661 en 750 het Arabische Rijk bestuurde. Centraal staat het idee van purificatie van de ziel als middel om dichter bij God te komen. Die staat kan volgens soefi's bereikt worden door meditatie, ascese, reciteren van koranverzen, maar ook door het uitvoeren van wilde dansen. De 'dansende derwisjen' uit de Turkse stad Konya zijn daar een voorbeeld van. Door in het rond te tollen bereiken zij een vorm van extase en proberen zo tot God te komen. Ook magie en heiligenverering behoren tot de geloofspraktijken. Het soefisme beperkt zich niet tot de soennitische islam, maar komt ook binnen het shi'isme voor. Ook zijn er soefi's die zich niet langer tot de islam rekenen. Om hun doel te bereiken verenigen soefi's zich in broederschappen. Deze ordes worden geleid door leraren die in opeenvolgende generaties zijn terug te leiden tot de profeet Mohammed. De Nederlandse soefi-beweging werd in 1917 opgericht op initiatief van de Indiër Hazrat Inayat Khan. De meeste van hun activiteiten vinden plaats in een markante tempel met goudkleurig dak in de Katwijkse duinen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden