Saksische top in Groningen

Het Groninger Museum wilde weer een mooie wintertentoonstelling, en kon daarvoor putten uit de vermaarde collectie van de Saksische vorsten uit Dresden. 'En daar zeg je geen nee tegen.'

In de entreehal van het Mendinipaviljoen van het Groninger Museum klatert een fontein. Geen modern design, in de stijl van de architectuur van het museum, maar een barok exemplaar met krullen en tierlantijnen. Het hele interieur van het paviljoen heeft een metamorfose ondergaan tot een barokpaleis. De doorgangen zijn classicistische poorten geworden, de zitbanken barokke meubels en ook de bewegwijzering en tekstbordjes zijn rijkelijk gedecoreerd.

Het Groninger Museum was weer toe aan een echte wintertentoonstelling, zegt directeur Andreas Blühm. Dat vraagt, net als bij de vijf succesvolle exposities over Russische schilderkunst die het museum sinds 2001 heeft georganiseerd rond de feestdagen, om een sfeervolle entourage.

Deze winter kiest het museum nu eens niet voor de populaire Russen, maar voor kunst uit de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden. Vanwege een verbouwing laat dit museum een deel van de collectie rondreizen. "Tegen zo'n kans zeg je geen nee", zegt Blühm.

Een verhaal

Een relatie met de collectie van het Groninger Museum is er niet. Maar dat was evenmin het geval bij de Russische kunst, benadrukt de directeur. "Het zou wat anders zijn als het alleen maar om honderd bij elkaar geveegde topstukken zou gaan. Dat is deze selectie beslist niet. Er valt een verhaal bij te vertellen."

Een verhaal dat niet of nauwelijks bekend is bij het grote publiek. Volgens Blühm behoren de verzamelingen in Dresden tot de best bewaarde geheimen van de Europese kunst.

De kerncollectie van de Gemäldegalerie bestaat uit de schilderijenverzameling die de keurvorsten van Saksen in de achttiende eeuw bijeenbrachten. Ze wilden ermee etaleren hoe rijk en machtig ze waren.

Hét topstuk van de collectie is de Sixtijnse Madonna van Rafaël (ca 1513-1514), vooral bekend van de twee peinzende engeltjes aan de onderkant van het doek. Deze Madonna is niet naar Groningen gereisd. Blühm: "Ik heb er niet eens om dúrven vragen."

Missen doe je de Madonna ook niet, als je ziet wat er wel hangt. Om een paar grote namen te noemen: Rembrandts Ganymedes, portretten van Titiaan en Velasquez, gezichten op Venetië van Canaletto en landschappen van Philips Wouwerman en Claude Lorrain. En dan valt er te genieten van een hele rij onbekende schilders die er ook wat van konden.

Obsessief

Ja, smaak hadden ze wel, koning August de Sterke en zijn zoon August III. Op een haast obsessieve wijze verzamelden ze kunst om hun status te onderstrepen. Saksen was al een van de welvarendste Duitse staten toen in 1697 August II ook koning van Polen werd. De bloei bereikte een hoogtepunt onder August III. De culturele rijkdom van Dresden werd zo groot, dat het Florence aan de Elbe werd genoemd.

De Saksische vorsten hadden een sterke voorkeur voor Italiaanse en Franse schilderkunst, leert deze tentoonstelling. Ze kochten niet alleen topstukken van beroemde meesters als Canaletto en Carracci, maar nodigden ook jonge talenten uit om aan het hof te komen schilderen.

Eén van hen was Bellotto, de jongere neef van Canaletto. Hij kreeg de opdracht om imposante stadsgezichten van Dresden te schilderen. De vorsten stelden hun collectie ook steeds meer open voor het publiek, waardoor een van de eerste openbare musea ontstond. Goethe behoorde tot de vaste bezoekers. Hij beschouwde het als een waar heiligdom van de kunst. "Mijn verbazing ging woorden te boven", schreef hij na een bezoek.

Aan deze bloeiperiode kwam vrij abrupt een einde na de zevenjarige oorlog (1756-1763), waarin Pruisen en Oostenrijk vochten om de macht in Centraal-Europa. Saksen werd onder de voet gelopen. Dresden lag in puin en het was afgelopen met de glamour van het hof.

Voordat Bellotto de stad verliet, schilderde hij nog een laatste stadsgezicht: de door brandbommen zwaar beschadigde Kreuzkirche. Dat hangt heel toepasselijk in de laatste zaal, samen met allegorische schilderijen waarin de wederopbouw wordt verbeeld.

De tijd van hofschilders mocht dan voorbij zijn, er werd wel een academie opgericht om schilders op te leiden. Hun kunst was echter niet meer bedoeld om de macht en rijkdom van de vorst te etaleren, maar om zichzelf te ontwikkelen als kunstenaar.

Gewone mensen

Die overgang naar minder pronkzuchtige kunst is ook zichtbaar op de tentoonstelling. Naast Rotari's pompeuze portretten van de keurvorsten, hangen diens kleine portretstudies van gewone mensen.

Het is waar wat Andreas Blühm zegt: deze tentoonstelling is meer dan een aaneenschakeling van topkunst. Er zit een heel verhaal aan vast over een min of meer vergeten bloeiperiode in de Europese cultuurhistorie. Die geschiedenis wordt voortreffelijk verbeeld.

Alleen jammer dat het Groninger Museum te veel heeft vastgehouden aan de teksten van de Duitsers. Bezoekers moeten al vrij veel lezen om de verhaallijn te kunnen volgen. En dan zijn de teksten ook nog eens aan de taaie kant. Het is ook jammer dat de bezoekers bij Rembrandts schilderij van de van schrik plassende kleuter Ganymedes in de klauwen van een adelaar, niet gevraagd wordt om even door de knieën te zakken. Alleen dan zien ze dat Rembrandt in het onderste, donkere deel van het doek nog net zichtbaar de wanhopige moeder van Ganymedes heeft afgebeeld.

HHHHH Het geheim van Dresden, t/m 25 mei in het Groninger Museum

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden