Saïds dromen komen niet uit

(Foto ANP)

Tessa de Loo is niet de eerste romancier die probeert te begrijpen hoe een jongen terrorist wordt. Haar roman ’Harlekino’ herinnert er aan hoe verwaarlozing tot woede kan leiden, en woede tot geweld. Maar met de lesjes cultuur en religie had het wel wat minder gekund.

De aanslagen van 9/11 zijn vanuit alle mogelijke perspectieven geanalyseerd, maar de vraag wat voor mannen de terroristen waren, blijft intrigerend. Menig romancier heeft sindsdien geprobeerd te verklaren hoe iemand er zou kunnen komen terrorist te worden. Te denken valt aan Amerikaanse auteurs als John Updike (‘Terrorist’) en Lorraine Adams (‘Thuishaven’), de Pakistaan Mohsin Hamid (‘De val van een fundamentalist’) en de Egyptenaar Alaa al Aswani (‘Chicago’). Bijna allemaal zoeken ze een mogelijke verklaring in het stigma van het anders zijn, dat vreemdelingen en migranten bij wijze van identiteit wordt opgedrongen en dat, als het naar binnen slaat, tot destructief geweld kan leiden.

Onlangs heeft Tessa de Loo in een interview laten weten dat ook zij inzake 9/11 helderheid probeert te krijgen. In dat opzicht valt haar nieuwe roman ‘Harlekino’ te beschouwen als een 555 pagina’s lang antwoord. Hoofdpersoon van de geschiedenis is, net als bij Updike, een jonge man van gemengde afkomst, de Amsterdamse Saïd, wiens levensverhaal we vanaf zijn vijftiende jaar kunnen volgen.

Nadat vader Youssef naar zijn Marokkaanse land van herkomst is teruggekeerd, nog voordat zijn kind geboren is, staat Saïds Nederlandse moeder er alleen voor. Youssefs vertrek heeft in haar neurotische bestaan een leemte veroorzaakt die ze probeert te dichten met een spirituele queeste én een fanatieke zoektocht naar de passie waarvan haar minnaar (een virtuoze muzikant) haar heeft laten proeven.

Gevoegd bij haar werk in een esoterische boekhandel laten deze bezigheden haar weinig tijd om zich ook nog met Saïd bezig te houden. De enige vastigheid die hij kent is het voorspelbare patroon waarmee de mannen in zijn moeders leven komen en gaan: haar relaties verlopen van extase tot toenemende ontgoocheling en tenslotte de onvermijdelijke val in de kuil van het zelfmedelijden.

Om te overleven vlucht Saïd naar een fantasierijk dat is geschapen door hem, zijn Marokkaanse vriend Hassan en diens zuster Aziza. Tot in detail – regeringsvorm, wetten, een eigen munt, architectuur, geschiedenis, taal en godsdienst - geeft het drietal invulling aan Saïdi-Hassanië. In dit gedroomde land voelt Saïd zich veilig. Hij heeft immers de regie in handen en weet op veilige afstand te blijven van zijn verwarde emoties.

Eén element heeft Saïd echter niet onder controle. Hofnar Harlekino begint steeds nadrukkelijker als kwelgeest in Saïds leven binnen te dringen, en dat niet alleen in de verbeelding maar ook in de werkelijkheid. Dat deze djinn-achtige figuur het tot titelheld heeft weten te brengen doet, gelet op zijn ongeloofwaardigheid, op zijn zachtst gezegd nogal geforceerd aan.

Als hij eenentwintig is gaat Saïd samen met Hassan op zoek naar zijn vader. Het wordt een frustrerende reis. In Marokko komt Saïd tot het besef dat Youssef onbereikbaar is, dat er een onoverbrugbare kloof tussen hem en zijn vaderland ligt en dat hij en Hassan van elkaar beginnen te vervreemden. Zijn toenemende gevoel van ontheemding vergroot de behoefte aan een houvast. In Agdz, te midden van zijn vaders familie, besluit Saïd dat dit de tijd en de plaats is voor zijn bekering tot de islam, een geloof waaraan hij zich fanatiek vastklampt.

Nadat hij onverrichter zake in Amsterdam teruggekeerd is, proberen Saïds moeder en Harlekino de recente bekering te ondermijnen. Hassan en Aziza hebben hem diep teleurgesteld, en de vader waarmee hij bij thuiskomst wordt geconfronteerd wijkt totaal af van het beeld waar hij in Marokko achteraan joeg. Stuk voor stuk zijn het ervaringen die hem ervan overtuigen dat Allah een offer van hem verwacht ter bevestiging van zijn geloof.

Het voornemen om een zelfmoordaanslag te plegen op een homoclub laat hij op het laatste ogenblik varen wanneer hij Hassan onder de bezoekers aantreft. Tenslotte laat hij zijn bomgordel exploderen in een varkensboerderij, voor hem het summum van onreine westerse verdorvenheid. Wat hij niet meer meemaakt, is dat hij, o ironie en karikatuur, wordt gezien als strijder voor de dierenrechten.

Op zich is het heel goed mogelijk om uit zulke elementen een geslaagde roman te destilleren. Maar helaas vertilt De Loo zich er volledig aan. Ze bedelft haar lezers onder informatieve lessen en verklaringen over van alles en nog wat: het boeddhisme, de islam, de Koran, Marokko, en niet te vergeten de ellenlange en doodsaaie beschrijvingen van het gefantaseerde Saïdi-Hassanië. Tot vervelens toe wordt alles uitgelegd, bijvoorbeeld het woord ‘nar’ waaraan bijna een hele pagina wordt gewijd.

De stijl blinkt uit in gezwollen bewoordingen en ronkende clichés, in deze trant: „Al die tijd was hij de echo van de ud achternagereisd, tot die in Bou-Thrarar verstomde. De onheilspellende stilte die erop volgde, had het ten slotte naar Agdz gevoerd, de plaats waar alle lijnen samenkwamen en van waaruit nieuwe lijnen vertrokken. En nu naderde hij op een grauwe winterdag het eindpunt van al die lijnen.”

Gevloerd door zoveel mateloze overdaad vraag ik me af of De Loo’s uitgever behalve een gewiekste marketingafdeling eigenlijk nog een ter zake kundige redacteur in dienst heeft. Want als er bekwaam zou zijn gesneden en gestroomlijnd, was er in elk geval een kans geweest dat deze topzware, met boodschappen overladen en vleugellamme roman ook in literair opzicht van de grond gekomen was. Maar misschien zou Tessa de Loo juist dan de gunst van het grote publiek en de daarmee gepaard gaande verkoopcijfers kwijtraken.

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden