Sacraal eerbiedig en populistisch toegankelijk

Onkerkelijk filosofe Karin Melis wil in januari worden gedoopt in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien tegen de berg op.

In een afgeladen kerk staan de goed heilig man en de priester naast elkaar achter het altaar. Een fraai ogend paar van rood en paars. Zwarte pieten springen in het rond op zoek naar een verloren maat. Die blijkt hoog achter ons op de pedalen van het orgel in slaap gevallen te zijn. Om precies te zijn, deze verdwaalde ziel lag achter de ballustrade waarop met grote letters Totdat Hij Komt staat. Van de een geloof ik dat wel, bij de ander is het nog maar afwachten.

En om de eerste is er stampei in de kerk. Kinderen opgetogen. Een groot aantal van hen, volgens mij wel dertig, hebben zich even tevoren als de aanstaande communicantjes een voor een aan een geknielde pastoor mogen voorstellen. Voor elk een een grapje, een woord van welkom, een bemoediging. De meesten van hen kent hij nog van hun doop. Ik heb trouwens van diverse kanten gehoord hoe fantastisch de pastoor kan improviseren. De doop verloopt, zo schijnt het, nooit hetzelfde. Hij pakt baby's op als doet hij de hele dag niet anders dan boertjes opwekken. De man is met andere woorden toegankelijk, al is hij vanwege zijn zachte 'g' en andere onbenoembare kwaliteiten duidelijk niet afkomstig uit deze bollenteeltgemeenschap die tegen de duinen is aangeplakt.

Wat mij verwondert is hoe de eerbied van het sacrale die deze gewijde aan alle kanten uitademt, gepaard is aan een welhaast populistische toegankelijkheid, zonder dat de een de ander in de weg zit. Het is een wat boude en op zijn kop gezette vergelijking, maar het doet me denken aan Jeroen Brouwers' omschrijving in zijn 'Geheime kamers' van een meisje met het syndroom van Down. Bij het lezen ervan kromden mijn tenen. De schrijver begaf zich op glad ijs: voordat je het weet wordt het deerniswekkende aan de platvloersheid prijsgegeven. Maar al is het kantje boord, Jeroen Brouwers weet de liefde voor menselijkheid te bewaren.

Zo ook met deze priester, deze André Goumans: hij zet deuren open, pieten bespringen het heiligdom, maar geen moment heb je het idee dat het sacrale wordt geschonden.

In een gesprek afgelopen week vertelde Goumans me dat iemand hem, naar aanleiding van deze stukjes in de krant, erop had gewezen hoe ik hem op een afstand houd door hem als gewijde op een voetstuk te plaatsen. Daar had ik niet veel van terug. Ik realiseer me dat, als het aan mij ligt, de voorganger zo weer met zijn rug naar Gods kostgangers de mis mag gaan houden. En stel nou eens dat het Vaticaan op mijn aanbeveling de tijd weer terug draait - en waarom zou het dat niet doen? - en de voorganger houdt zijn gezicht verborgen, hoe zou ik dat vinden? Moeiteloos stel ik me voor hoe ik ook die hypothetische rug aan wilde fantasieën zal onderwerpen. Onthoud me het een en ik sla aan het invullen, schenk me het ander en ik ontdoe het.

Volgens het prachtige boek 'De mateloosheid van het christendom' van Paul Moyaert kan hier sprake zijn van ,,een overmaat van libidineuze energie, dat slechts gedeeltelijk kan worden gekanaliseerd via voorstellingen en dat afstevent op een brandpunt dat de voorstellingen niet kunnen bevatten''.

Ik heb altijd al gezegd dat ik me nog eens tot donder en bliksem sublimeer. Het teveel en het tekort staan elkaar hier duidelijk in de weg, niet veel anders dan Moyaerts observatie maar die betrof dan wel even de christelijke liefdesmystiek. Maar goed, terug naar die rug, die verwordt aldus tot een monument zittend op de schoorsteenmantel dat je in stilte kunt aanbidden zonder daar, en ik zeg het nu maar even op z'n plat Nederlands, iets mee te hebben.

En dat is het hele eieren eten: het heilige zo ver van jezelf en daarmee de mensheid te plaatsen dat het onaantastbaar wordt en zodoende ook onmogelijk om er op enigerlei wijze aan te relateren. Misschien was het daarom wel dat God in Jezus is vleesgeworden, dat we hem/het/haar niet in bekoring zouden ombrengen. Het is immers onmogelijk om voor het heilige verantwoordelijkheid te nemen.

In de pastorie zie ik Goumans in de weer met de bouwtekeningen van de op handen zijnde verbouwing van de kerk en luister ik naar zijn geestdriftige overwegingen over het al dan niet opvallende mozaïek van de tegels en naar zijn pleidooi voor de heiligenlevens en wat die ons te zeggen kunnen hebben. Ik verbaas me over zijn ontwapenende argeloosheid. En besluit me daarbij neer te leggen want daartegen loopt elke defensie stuk.

,,Beter dan bij hem krijg je het nooit meer'', zei iemand in zijn naaste omgeving -wat ik zelf weer weinig hoopgevend vind, want het binnentreden van die ene parochie, de Sint Jozef in Noordwijkerhout wel te verstaan, staat gelijk aan het binnengaan van de katholieke kerk die een universeel domein meent te bestrijken. Wat ik me nu dus afvraag is of we tot in lengte van dagen in deze gemeente moeten blijven wonen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden