Saai gezongen aria's over wanhoop en wraak

‘Altre Stelle’ door Anna Caterina Antonacci. Wo 12/5 in Het Muziektheater, Amsterdam. Herhaling: vanavond en morgen.

Mama is boos. Woedend zelfs, en teleurgesteld bovendien. Terwijl ze in haar paleis tevergeefs wacht op haar geliefde, leest ze haar twee kinderen een gruwelsprookje voor over de verdronken Ophelia. Als haar kroost slaapt, wordt ze nog radelozer: ze smijt glaswerk tegen de muur, er steekt een sneeuwstorm op, ze vermoordt de kinderen en slaat de hand aan zichzelf. De kinderen (ze leven nog!) pakken ten slotte het voorleesboek en horen mama in de hemel zingen.

Na het succes van ‘Era la notte’ (Holland Festival 2007) maakte soprano straordinario Anna Caterina Antonacci in 2008 de nieuwe voorstelling ‘Altre Stelle’, ook weer samen met regisseur Juliette Deschamps. Beide producties zijn nog het best te betitelen als geënsceneerde recitals: opera-aria’s worden geordend tot een associatieve verhaallijn, voor ‘Altre Stelle’ in een prachtig decor van Nelson Wilmotte.

Antonacci, die in 2007 een indrukwekkende Rachel zong in de ‘La Juive’ van Halévy in een regie van Pierre Audi, koestert haar positie als outsider. Ze bewandelde niet het standaardpad. Haar repertoire van oude muziek tot en met Berlioz (haar specialisme), is evenmin mainstream. Antonacci’s stem heeft bovendien het ongebruikelijke bereik van een mezzosopraan (warm laag) en een sopraan (helder hoog) samen.

Je zou verwachten dat zo’n gedramatiseerd recital een verheviging van die wanhoops-, wraak- en zelfmoordaria’s van de heldinnen uit opera’s van Gluck, Cherubini, Rameau en Berlioz teweeg zou brengen. Maar ‘Altre Stelle’ was eigenlijk gewoon saai.

Aan de muziek lag het niet, hoewel je je kon afvragen of zoveel verscheurdheid achter elkaar niet te nivellerend werkte. Het jonge Franse orkest Les Siècles onder leiding van François-Xavier Roth speelde in ieder geval nogal bleekjes op de oude instrumenten: overal dezelfde weke articulatie, orkestgeluid dat niet uit de bak wilde komen, weinig reliëf, vaak te trage tempi, niet al te sterke houtblazers.

Die braafheid hielp Antonacci niet haar personages vlammend over het voetlicht te brengen. Terwijl ze normaal gesproken echt opwindend en warmbloedig kan zingen. Het aangrijpendst was ze woensdag in het halfvolle Amsterdamse Muziektheater in de Didon-aria ‘Je vais mourir’ uit ‘Les Troyens van Berlioz, en in ‘Cruelle mère des amours’ van Rameau (uit ‘Hippolyte et Aricie’). Maar ook daar ontbrak het aan orkestrale kracht en kleur.

De ongelaagde regie van Deschamps sprak weinig tot de verbeelding. De spelers bewogen zich planmatig over het toneel, met bestudeerde gebaren – kapotgegooide glazen en om zeep gebrachte kinderen ten spijt. Het publiek leek zich te vervelen: Een vrouw zat voortdurend op haar horloge te kijken, verderop in de rij checkte iemand zijn sms’jes. Het applaus was lauw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden