's Werelds zorgzame heroïne-koning - KHUN SA

Hij is geen Robin Hood, hij is one hell of a bad guy, zeggen Amerikaanse narcotica-bestrijders. Voor hen is Khun Sa de grootste drugsbaron ter wereld, nu Pablo Escobar gedood is en Manuel Noriega achter tralies zit. Zijn naam betekent 'Prins van de Voorspoed', maar de Amerikanen noemen hem 'Prins van de Dood'. Van alle heroïne die naar de VS komt, levert volgens hen Khun Sa uit Burma veertig procent. De VS willen hem per se te pakken krijgen, en dan wacht hem tien keer levenslang.

Maar de kans op arrestatie lijkt klein. Khun Sa (61) zit goed verscholen in zijn vesting in de Gouden Driehoek, het beruchte opiumgebied op de grens van Burma, Laos en Thailand. Hij acht zelf de kans groter dat hij gewelddadig aan zijn eind komt. “Als Khun Sa wordt overmeesterd en gedood, en het opiumprobleem daarmee wordt opgelost, dan verdient Khun Sa het om te sterven”, zegt hij laconiek. “Maar denkt u dat het opiumprobleem verdwijnt met mijn dood? Ik heb daar toch enigszins mijn twijfels over.”

Hij presenteert zichzelf graag als een weldoener, die zijn boeren louter opium laat verbouwen omdat ze geen andere overlevingskansen hebben. Khun Sa ontkent te handelen, en zegt alleen belasting te heffen op de opiumhandel om zijn onafhankelijkheidsleger te kunnen financieren. Sterker nog, hij beweert een grote hekel te hebben aan heroïne. Naar verluidt veroordeelt hij verslaafden tot tien dagen cold turkey op de bodem van een put. Wie dan nog eens in de fout gaat, krijgt een schot in zijn nek.

Intussen komt uit zijn gebied de meeste opium ter wereld. Burma levert 60 procent van de wereldvoorraad, waarvan een groot deel uit Shan-staat komt, waar Khun Sa de scepter zwaait. In deze afgelegen oostelijke bergen wonen zo'n acht miljoen Shan, die naar onafhankelijkheid streven. En die nu weer zwaar worden bestookt door het Burmese leger, zij het met weinig succes.

Khun Sa heeft zijn hoofdkwartier in Homong. Geen saai, ontoegankelijk jungle-dorp, maar een levendig stadje met goedgevulde winkels, geplaveide straten en nachtverlichting. De huizen zijn omringd door fruitbomen en bougainville. Er zijn scholen, er is een boeddhistisch klooster en een modern ziekenhuis. Vertier is er in karaokebars, twee hotels en een disco. Je kunt er CNN kijken en in telefooncellen internationaal bellen.

Altijd onberispelijk gekleed, rijdt 'de generaal' rond in een glimmende witte Toyota. Hij heeft een collectie paarden, plukt graag een boeketje voor zijn gasten, en is charismatisch gezelschap tijdens karaoke-diners.

Hij lacht veelvuldig, rookt onophoudelijk 555-sigaretten en houdt van Franse cognac, James Bond en worstelfilms. En van jonge vrouwen, “het favoriete tijdverdrijf van mannen”, aldus een vertrouweling. Hij zou twee echtgenotes hebben, in Bangkok en Rangoon, en vijf kinderen, van wie er één in Groot-Brittannië woont.

Zijn eenvoudige stenen huis, waar hij zelden buitenlanders ontvangt, is omringd met orchideeën en aardbeivelden, maar ook met bunkers, zwaarbewapende soldaten en luchtafweerraketten. In de dertig jaar dat hij zich nu met heroïne-handel bezig houdt, is hij een expert geworden in het voorkomen dat hij wordt gepakt.

Voor de Shan is hij een held: degene die hen redt van de onderdrukking en slavernij. Hij is een ware Shan-nationalist, zeggen ze.

Dat is hij niet altijd geweest. Khun Sa werd in 1934 geboren, toen Burma nog een kolonie van Groot-Brittannië was. Zijn vader was Chinees, zijn moeder Shan. Vanwege dit gemengde bloed kreeg hij slechts basisonderwijs, terwijl zijn stiefvader zijn echte zonen op prestigieuze scholen liet studeren. Op zijn zestiende ging hij er vandoor, en begon hij te laveren tussen de rebellen en de regering.

Van 1963 tot 1969 (de Britten waren al lang weg) leidde hij een lokale eenheid van het Burmese leger. Daar kwam hij in aanraking met de opiumhandel, die toen werd beheerst door gevluchte nationalisten uit China. In ruil voor het vechten tegen opstandelingen, kregen de lokale commandanten toestemming voor drugshandel. De autoriteiten verdachten Khun Sa echter van geheime contacten met Shan-rebellen, en arresteerden hem in 1969. Hij werd vijf jaar later vrijgelaten, in ruil voor twee Sovjet-artsen die door de Shan waren gegijzeld.

Terug in de jungle begon hij gestaag aan zijn opmars tot militair en politiek leider van de Shan, waarbij hij het liquideren van rivalen niet schuwde. Met behulp van de Kwomintang en hun nazaten vormde hij het Mong Tai-leger (MTA), waarin nu nog veel Chinees wordt gesproken. De 15 000 soldaten in dit leger zijn uiterst gedisciplineerd en zwaar bewapend.

Mogelijk om zijn imago van drugsbaron wat weg te poetsen, riep Khun Sa in december 1993 de onafhankelijke Shan-staat uit, waarvan hij president werd. Maar voor de Amerikanen blijft Khun Sa's strijd tegen de Burmese junta louter een dekmantel voor de drugshandel. De laatste jaren moeten ze echter toegeven dat Khun Sa zijn monopolie lijkt te verliezen. Er zijn ten noorden van Shan-staat veel nieuwe heroïne-raffinaderijen neergezet door andere drugsbaronnen. Zij handelen vooral via China, terwijl via Thailand (Khun Sa's route) nog maar de helft van de Burmese heroïne gaat.

Washington is hiermee in een lastig parket gekomen, vooral doordat er duidelijk nauwe banden zijn tussen de nieuwe drugsbaronnen en de Burmese regering. Dat de Amerikanen Khun Sa, die in 1990 in New York werd aangeklaagd wegens tien drugstransacties, willen pakken, is begrijpelijk, maar de eenkennige focus op hem wordt wat hypocriet.

Intussen blijft Khun Sa bij zijn aanbod in een brief aan president Clinton. Als de Amerikanen de drugs willen elimineren, is dat volgens hem simpel: gewoon de Shan ontwikkelingshulp geven en helpen met overschakelen op andere gewassen. “Ze verbouwen alleen opium omdat ze verwaarloosd worden door de Burmese regering. Ze hebben geen andere mogelijkheid om aan eten, medicijnen en kleding te komen. Als de Burmezen zich terugtrekken uit Shan-staat, dan zullen de Shan met liefde alle opiumplanten bij hun wortels uit de grond trekken.” Zijn uitspraak dat zelfs zijn eigen dood het opiumprobleem in Burma niet oplost, is echter aannemelijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden