’s Werelds kleinste metropool

De Noorse stad Stavanger, Culturele Hoofdstad 2008, brengt cultuur onder in de fraaie natuur waar het door omgeven is. Als ’Open Haven’ treedt de stad naar buiten, en haalt zij de wereld binnen.

De Noorse stad Stavanger heeft een maritieme geschiedenis die negen eeuwen telt, maar het thema ’Open Haven’ betekent niet dat de Culturele Hoofdstad 2008 enkel terugkijkt. Het wil ook uitstralen dat de stad ’naar buiten treedt en een open geest heeft’. Dat uit zich dit jaar in samenwerkingen tussen lokale artiesten en kunstenaars uit de hele wereld.

Het schone Stavanger, gesticht in 1125, wordt wel ’s wereld kleinste metropool genoemd. Onder de 115.000 inwoners vind je 121 nationaliteiten. Dit jaar haalt het theatrale groepen uit de VS, Letland en Zuid-Afrika binnen, om ook cultureel gezien grenzeloos te kunnen zijn.

De stad deelt de Europese eretitel met Liverpool. De twee steden hebben een historische band doordat tussen 1880 en 1895 veel van de tienduizenden emigranten vanuit Stavanger via Liverpool naar Amerika voeren. Het project ’Norwegian Wood’ is een kleine verwijzing naar Liverpool met zijn Beatles-verleden. Met het Noorse hout bouwen internationale architecten en ontwerpers dit jaar duurzame huizen, theaters, overheidsgebouwen en bruggen, als aanvulling op Gamle Stavanger, het oude stadshart bij de haven, met 173 houten huisjes van eind 19e eeuw.

Stavanger heeft geen boegbeeld van Paul McCartney-allure, maar vertrouwt op de eigen kracht, die in kleinschaligheid en de prachtige natuur schuilt. De vele musea, het aardige winkelgebied en het schilderachtige centrum zijn goed te bewandelen. Buiten de stad vind je het strand, grootse fjorden en bergen.

Met de openingsceremonie wordt 12 januari een ’vuurwerk van culturele activiteiten’ ontstoken, volgens de organisatie het grootste culturele evenement ooit in Noorwegen. Het Franse gezelschap CPM trapt af met een spectaculaire show in de buitenlucht. De eerste van veel theatrale performances in het buitengebied.

Vier internationale gezelschappen komen elk vier weken in residence: Muziektheater Transparant uit België en Inbal Pinto Dance Company uit Israël slaan hun kamp op in februari en juni. Oskaras Korsunovas Theater Company uit Letland verzorgt in september experimentele uitvoeringen van A Midsummer Night’s Dream en Hamlet. En de Handspring Puppet Company uit Zuid-Afrika sluit het jaar in november af. Elk moet op eigen terrein - theater, muziek, dans, circus, poppenspel - opzienbarend zijn.

Verscheidene optredens vinden plaats in de fjorden van Stavanger, op een plateau iets onder water, waardoor de spelers over water lijken te lopen. Het hoogtepunt van de buitenoptredens moet dat van Bandaloop worden, een Amerikaans collectief dat bekend is van luchtdansen langs wolkenkrabbers. Op 4 juli bedwingen ze de hellingen van het Gloppedalsura. Verder is Fairytales in Landscape een openlucht theaterproject, brengt Neighbourhood Secrets moderne kunst naar het buitengebied van Stavanger, en verzorgen artiesten en architecten kunstprojecten voor de vuurtorens aan de kust van Rogaland.

Aan het eind van dit jaar hebben er 75 concerten plaatsgevonden, onder meer in de 12-eeuwse kathedraal in hartje Stavanger. Verder houden in september voormalige winaars van de Nobelprijs hun jaarlijkse bijeenkomst niet in Rome maar in Stavanger. Drie dagen lang spreken ze over olie, oorlog en vrede, de gevolgen van 9/11, en media en jeugd.

Een klok op het plein voor de kathedraal telde af naar 2008, om de bevolking op te warmen. „Maar het is niet gemakkelijk om iedereen enthousiast te krijgen”, zegt muzikant Thomas Dybdahl, net terug van een tournee die hem ook in Amsterdam bracht. Hij hangt rond in de hippe bar Timbuktu, dat zoals de meeste cafés aan de haven ligt. „Eerst maar eens zien wat er gebeurt.”

De Schotse intendant Mary Miller herkent de afwachtende houding bij de Noren. Wie met iets nieuws komt wordt met scepsis ontvangen. Janteloven heet dat in het Noors, naar een set leefregels die de schrijver Aksel Sandemosen introduceerde en die voorschrijven dat iedereen gelijk is. Maar de tweehonderd geplande activiteiten, die 35 miljoen euro kosten, overtuigen iedereen, zo meent zij.

Een vader kruipt met zijn kleuter naar de rand van de Prekestolen, als was hij Michael Jackson op een Berlijns balkon, om samen over het randje te gluren naar het diepblauwe water, dat 604 meter lager ligt. Anderen worden al misselijk bij het idee en houden zich ver van de afgrond, voorzover dat kan op een plateau van 25 bij 25 meter. Hekjes staan er niet op dit toeristische hoogtepunt in de omgeving, dat vorig jaar 130.000 bezoekers trok en uitdaagt tot opvallende gebeurtenissen. Het lokale symfonie-orkest heeft er concerten gegeven, en onder de noemer Pulpit Rock Rock treden er soms popgroepen op, zoals Kaizers Orchestra dat uit de buurt komt en onder meer olievaten bespeelt. Er wordt hierboven wel eens getrouwd en turners uit Stavanger hebben eens pal op het randje de handstand geoefend. De wandeltocht omhoog is goed te doen voor wie zo’n twee uur lang van steen naar steen kan huppen. Vertrekpunt is de Preikestolhytte, waar je kunt eten en van half mei tot half september ook overnachten. Rond 1900 klommen de eerste toeristen omhoog. Sindsdien is het jaarlijks drukker geworden en wie pech heeft wandelt de 3,8 km in optocht. Italianen komen boven op slippers, vertelt elke gids, maar goed schoeisel is onontbeerlijk. Ook kan het weer snel omslaan en is het niet mogelijk onderweg proviand in te slaan. Wel zijn er voldoende rustplaatsen met fraai uitzicht, en zorgen de naaldbomen, kleine dieren, meertjes en rotspartijen waarvan men vroeger dacht dat ze door trollen op hun plaats waren getrokken, voor een gevarieerd landschap. De krapte op het laatste stuk vergroot de weidsheid van de Lysefjord, dat door Victor Hugo gememoreerd werd in ’Les Travailleurs de la mer’ als indrukwekkendste kloof ter wereld, ook al had hij dat van horen zeggen. Diepe scheuren in de rotsformatie vriezen in de winter dicht en kunnen rotsdelen uiteen drukken. Er is nog geen beweging gemeten, maar eens stort de Prekenstolen volgens geologen in de fjord.

Drie enorme zwaarden staan in de rots geplant aan de waterkant bij de Hafrsfjord, iets ten zuiden van Stavanger. Hier vocht Harald Harfagri (Schoonhaar) de veldslag waarmee hij Noorwegen circa 890 tot een koninkrijk verenigde. Het monument vertegenwoordigt vrede, eenheid en vrijheid, en werd in 1983 onthuld door Koning Olav. Het is een werk van de in Noorwegen bekende kunstenaar Fritz Rüed (1928-2002), die in zijn geboorteplaats Bryne (bij Time) nog zijn eigen beeldenpark heeft, vol circusfiguren, sprookjeswezens, prinsessen en andere vrouwen.

Oud-Stavanger omvat 173 gebouwen van eind 18e eeuw. Actievoerders wisten de sloop van de kleine witte huisjes te voorkomen en inmiddels heeft Stavanger prijzen binnengesleept voor dit restauratieproject. Tussen de woonhuizen, kunstgalerieën en handwerkboetiekjes is het aangenaam wandelen. Een surreëel gezicht is het als pal achter de straatjes een oceaanstomer aanmeert.

Aan de üvre Strandgt. 88 & 90 ligt in deze oude wijk het Conservenmuseum, waarin de oude economische motor wordt geëerd. Sinds 1873 werden hier sardines gerookt, onthoofd en verpakt, en op het hoogtepunt in 1925 had de stad zelfs 59 van deze fabrieken. De rokerijen in het museum zijn nog in gebruikt, evenals de inblikmachines die het werk van de soldeerders enorm vereenvoudigden. De opgewekte rondleiding brengt leven in het wat stoffige museum. De woning naast het museum heeft een historische inrichting.

Nadat de visindustrie was ingestort veranderde Stavanger in een centrum voor de olieindustrie, en het Oliemuseum in de haven is daarvan het meest zichtbare bewijs. Veel van de spectaculair ogende apparaten zou je ook in een Jules Verne-museum kunnen verwachten, om te laten zien hoe je afdaalt naar het middelpunt van de aarde of hoe een reis naar de maan begint. Het museum vertelt hoe olie ontstaat en sinds 1969 voor de kust van Noorwegen gewonnen wordt, en wat dat betekent voor de moderne maatschappij. Voor wie geen zin heeft in gedetailleerde uitleg, valt er genoeg te zien. De grootste boorkop ter wereld (1700 kg, 90 cm), duikapparatuur, de zelfaangedreven reddingscapsule ’Whittaker’ met plaats voor 28 man en de helikoptercabine waarin je ’net alsof’ naar het olieveld vliegt. Daar aangekomen is de ontsnappingskoker de snelste weg naar buiten, en dat is nuttige kennis, aangezien je ook leert dat oliewinning best riskant is. Kinderen kunnen aan de slag op het nagebouwde boorplatform.

Een van de beste voorbeelden van een Renaissance kerk aan de west-kust van Noorwegen, ligt in ürdal, vlakbij Hjermeland, 47 km van Stavanger. ’De kerk onder drie daken’, wordt wel gezegd, omdat het dak verspringt als gevolg van uitbreidingen kort na de bouw in de 17e eeuw. Een kruisbeeld uit de 13e eeuw hing tot 1880 boven de toegangsdeur, maar is nu in het Stavanger Museum te zien. Binnen hangt een bijzondere sfeer door de intimiteit en de versieringen op al het houtwerk: zowel plafond als zijmuren zitten van onder tot boven vol gekleurde bloemen, bomen, fruit, engelen en heiligen. In het altaarstuk is Golgotha afgebeeld, een werkstuk dat Godtfred Hendtzschel in 1635 voltooide. In 1919 werd de nabijgelegen nieuwe kerk in gebruik genomen, gebouwd van het geld dat emigranten vanuit Amerika hadden opgestuurd.

Wie iets wil ervaren van de overal opduikende spa-activiteiten, kan terecht in hotel Spa Velvaere in Hjelmeland (www.spahotellvelvaere.no), even verzorgd als opgeruimd. Met binnenbaden waarvan het water voor het oog overloopt in de fjord. Een fraai uitzicht, helemaal als later dit jaar de zon niet ondergaat maar aan de horizon voorbijrolt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden