Tuin in de Eifel

's Avonds is de tuin op zijn mooist

Gerbrand BakkerBeeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Het mooie is dat als je buiten bent, de schemering veel langer duurt dan je denkt

Een tuin overdag, daar is natuurlijk niks mis mee, maar nu eens is het te warm, dan weer komen er veel te veel motorrijders langs - afgelopen zaterdag duizenden, werkelijk waar, en allemaal op weg naar iets waar ik niets van afwist, dat was dus een onbegrepen gejakker - of het waait onaangenaam hard.

Maar in de avond, als ik gegeten en gedronken heb, de wind is weggevallen, het woon-werkverkeer voorbij is en de temperatuur al snel vijf graden is gedaald, dan is hij toch op z'n mooist. De rust. En het sproeien, gedachteloos, het zorgvuldig wegplukken van zevenblad, zevenblad dat je overdag niet eens ziet staan.

In de verte blaft een hond, en ik weet of dat Henri is, of Anka, of één van de Franse bulldogjes van Axel en Gabi, de Kameroenschapen van buurman Max blaten zachtjes, merels die de hele dag stil zijn, do not go gentle into that good night en intussen ben ik met de slang en sproeikop aangekomen bij de pas overgeplante kogeldistels. Soms staat ineens buurman Klaus achter me en hij lacht als ik me omdraai, omdat hij weet dat ik me elke keer weer rot schrik, en is even de avondtuinrust weg.

Maar Buurman Klaus blijft geen uren en ik loop met hem mee naar beneden. Tot aan de poort praten we, dan draai ik me om en kijk ik de Abessijnse gladiolen uit de grond, dat is een overgangsgebeuren, want als ik echte avondrust heb, besproei ik die plek alleen en zie ik een week later wel of ze alle honderd bovenkomen, en ik zie in de verte iets goorgeels, besef dat de allerlaatst gekochte roos bloeit, hoewel het blad akelige roestvlekken heeft.

Nu beginnen ook de paarden van Peter en Maria geluid te maken. Nooit is geluid dat dieren voortbrengen overlast, nooit, net zoals ik, als ik in Amsterdam ben, het lekker vind om 's nachts de meerkoeten te horen blaffen, terwijl ik wit wegtrek van woede als een auto ook maar een half minuutje stationair staat te draaien onder mijn slaapkamerraam.

Ik wil niet naar binnen, ik wil tot het donker wordt in mijn tuin blijven, het liefst achter het huis, want daar zweven nu tientallen vuurvliegjes, en die maken helemaal geen geluid, die zweven alleen maar, gaan aan en uit en wacht even, moet de clematis niet nu beginnen te bloeien?

En als het dan echt begint te schemeren knip ik takken uit de in vorm gesnoeide hulst. Waarom begin ik daar nu mee? Het is veel te laat, maar het mooie is dat als je buiten bent, de schemering veel langer duurt dan je denkt. Als ik nu binnen had gezeten, was het buiten al aardedonker. Voor ik het weet, is de hulst vierkant. Gedachteloos door je tuin dwalen, dan ben je écht één met wat je gemaakt, geplant, gemaaid en gesnoeid hebt. En dat lukt alleen als het avond is. (NB: dichtregel van Thomas Hardy.)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden