S als stofdeeltjes

Stills uit het filmpje van Serge Brunier. (Trouw)

De hemel van theologe Ellen van Wolde is een filmpje van fotograaf Serge Brunier met 1200 foto’s van sterrenwolken. „Als je dit ziet, dan denk je: wat zullen wij toch menen dat alles van ons afhangt? Dat is toch verbazingwekkend hoogmoedig.”

De hemel van theologe Ellen van Wolde, daar klinkt muziek bij. Achter haar bureau op de veertiende verdieping van het Erasmusgebouw, bij de Radboud Universiteit van Nijmegen, laat ze haar hemel zien, met geluid dat uit de boxen van haar computer komt.

De hemel van Van Wolde is een filmpje van enkele minuten en bestaat uit 1200 foto’s die aan elkaar gemonteerd zijn. Ze heeft hem gedraaid vlak voor haar oratie aan de universiteit over het scheppingsverhaal waarbij ze liet zien dat God daar vooral aan het scheiden is: land en water, licht en donker. Alleen al het noemen van het woord scheiden, veroorzaakte veel ophef.

De foto’s, vertelt ze, zijn gemaakt door de Franse fotograaf Serge Brunier. Hij is met een nogal gewone digitale camera naar Zuid-Amerika gegaan, naar een van de donkerste plaatsen op aarde. Die camera heeft hij op een statief neergezet in Atacama, in Noord-Chili, waar ook de Europese sterrenwacht zit.

Een jaar lang heeft Serge Brunier vanaf hetzelfde punt in Noord-Chili de hemel gefotografeerd, beeldje voor beeldje. De 1200 foto’s die dat opleverde, zijn tot een film gemonteerd. Als je naar dat filmpje kijkt, zie je de hemel.

Ze doet het licht in haar werkkamer uit en drukt op ’play’.

We zien eerst de kale keien waar het statief op staat, en daarna draait de camera naar boven. Sterren, adembenemend veel sterren, en dan een schijf met lichte en donkere vlekken. Wacht, die donkere vlekken, zijn dat wolken? Alles wat donker is, daar zijn net wat minder sterren dan op de lichte plaatsen, legt Van Wolde uit. Die schijf, die op een wolk lijkt, met lichte en donkere plekken, is de Melkweg. Het zijn onwaarschijnlijk veel sterren, op sommige plaatsen meer verdicht, op andere verder uit elkaar. De zon, zegt van Wolde nog maar eens, is gewoon een van de vele sterren in die wolk.

Iedere illusie dat de aarde – laat staan de zon, laat staan de Melkweg – ook maar enige betekenis heeft in het heelal, wordt voorgoed de bodem ingeslagen door deze trage, prachtige beelden van lichtverdichting, van sterren, talrijk als stofdeeltjes. En dan te bedenken dat deze opnamen gemaakt zijn vanaf een willekeurig punt op een willekeurig niet eens zichtbaar stipje in de Melkweg, net zo onbetekenend als die sterren allemaal even prachtig oplichten.

’Als je dit ziet”, zegt Van Wolde, „dan denk je: wat zullen wij toch menen dat alles van ons afhangt? Dat is toch verbazingwekkend hoogmoedig.”

Zelf was ze getroffen toen ze deze beelden voor het eerst zag, moet ze bekennen. De vraag of ze een voorstelling heeft van de hemel na haar dood, lijkt bijna ongepast. „Mijn hemel, welnee. Deze voorstelling is mij volslagen voldoende. Na mijn dood val ik weg als kijkende instantie. Ik ben een echte materialist, wat dat betreft. Onze beelden en verklaringen schieten altijd tekort. Daarin zit altijd onze maat der dingen, en dat is wat beperkt.”

We kijken weer naar de sterrenwolken van Serge Brunier. Verdragen deze hedendaagse beelden, gemaakt tussen zomer 2008 en zomer 2009, zich wel met de hemel zoals mensen uit oudtestamentische tijden zich die hebben voorgesteld?

Ellen van Wolde ziet overeenkomsten. „Alle beelden van de hemel, of dat nu de foto’s van Brunier zijn of de verhalen uit Mesopotamië, of uit het Oude Testament, komen uit dezelfde verbazing voort, dezelfde verwondering, en er klinkt dezelfde lof in door.”

Dat de Mesopotamiërs, net als de Egyptenaren, de hemel voorstelden als een koepel en de aarde als een platte schijf op zuilen, maakt hun verwondering niet groter of kleiner dan de onze, wanneer we de film van Serge Brunier bekijken. We zijn even verwonderd en de vragen die uit die verwondering opkomen, blijven actueel. De richting waarin het antwoord op die vragen wordt gezocht, kan wel verschillen. Die hangt af, zegt Ellen van Wolde, van onze cultuur, van onze religie, en van de manier waarop religie onderdeel is van die cultuur.

Als het gaat om de hemel als de plaats waar de gestorvenen in gelukzaligheid verblijven, is er wel iets opmerkelijks veranderd, zegt Van Wolde. Ze gaat staan. „Vroeger, tot aan de gnostiek, stond die plaats bekend als de onderwereld, en keek iedereen naar beneden, als je vroeg naar de verblijfplaats van de doden. Maar sinds de gnostiek, de eerste eeuwen van het christendom, kijkt iedereen naar boven, als het gaat over waar we elkaar dan zullen ontmoeten, na de dood.”

Er is nog iets veranderd, zegt Van Wolde, en ze pakt een boek van haar bureau. ’Paradise Lost’, van John Milton. Het enige boek dat Darwin bij zich had tijdens zijn reis met de Beagle.

„We hebben het paradijs en de hemel in de loop van de tijd door elkaar gehaald. Bij onze voorstelling van de hemel zijn we bij het paradijs terechtgekomen. Daar is een soort verwarring ontstaan.”

Nog een keer kijken we naar de hemel, door de camera van Serge Brunier. „Die muziek vind ik wat te kwezelig. Ik had er liever wat hoekigers onder gezet. Als je bedenkt hoe onherbergzaam de maan is...”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden