Rwanda liet genocideplegers, bij gebrek aan rechters, berechten door hun buren

Een Rwandees meisje kijkt naar een massagraf van slachtoffers van de genocide. De begrafenis vond plaats op 20 juli 1994. Beeld Reuters

Rwanda kwam na de volkerenmoord in 1994 rechters tekort. Volksrechtbanken behandelden een miljoen zaken tegen daders en medeplichtigen van de genocide. Nog steeds gaan de processen door.

De genocide in Rwanda kostte 25 jaar geleden aan bijna een miljoen mensen het leven. Hoe verwerk je zo’n tragedie? Rwanda koos voor dorpsrechtbanken, de zogenaamde Gacaca’s die ruim een miljoen mensen berechtten. Daders en slachtoffers troffen elkaar daar elke week, jarenlang. 

Het was een moorddadige orkaan die honderd dagen over het kleine Centraal-Afrikaanse land trok. De massamoord, vaak met kapmessen, werd gepleegd door de Hutu-meerderheid en was gericht tegen de Tutsi-minderheid. Hutu’s die Tutsi’s hielpen werden ook afgeslacht.

Het drama begon op 6 april 1994 toen het vliegtuig met de presidenten van Rwanda en Burundi werd neergeschoten onder nooit opgehelderde omstandigheden. Na honderd dagen was de storm uitgeraasd. De Tutsi’s waren gedecimeerd, maar hun rebellenleger, het RPF, had onder leiding van de huidige Rwandese president Paul Kagame wel de hoofdstad Kigali ingenomen. 

Veroordelingen voor genocide

De wereld was geschokt. De Verenigde Naties besloten een tribunaal op te richten om de hoofdverantwoordelijken te berechten. Rwanda moest opbouwen en verwerken, er kwam een Rwanda-tribunaal in Tanzania. “Er zijn 73 mensen berecht”, zegt Thijs Bouwknegt, die in 2004 voor dat tribunaal werkte. “In Rwanda leefde dit tribunaal niet echt. Te ver weg. Er zaten geen Rwandezen in als rechter, aanklager of advocaat.” Tegenwoordig is Bouwknegt onderzoeker bij het NIOD, Instituut voor oorlogs-, holocaust en genocidestudies in Amsterdam. Hij volgde vele processen bij het tribunaal en in Rwanda.

Bij het Rwanda-tribunaal in Tanzania werden de eerste internationale veroordelingen ooit wegens genocide uitgesproken. “Niet eerder was dat gebeurd. Niet bij het Neurenberg-tribunaal en niet bij het Tokio-tribunaal na de Tweede Wereldoorlog.”

Rwanda koos een eigen weg en richtte militaire en speciale rechtskamers in om daders te vervolgen, ondanks een schrijnend tekort aan rechters. De meesten waren omgekomen. De gevangenissen puilden uit. Eind 1994 zaten er al 58.000 mensen achter de tralies en dat aantal verdubbelde in vier jaar. Er zijn hooguit tienduizend verdachten berecht.

Terug naar het dorp

Volgens Bouwknegt was duidelijk dat de rechtbanken de grote aantallen niet aankonden. Vanaf 2000 werd besloten vele gevangenen vrij te laten. Toen werd ook een oud systeem opnieuw opgetuigd, de zogeheten Inkiko Gacaca, dorpsrechtbanken met lekenrechters. Vroeger ging het in de Gacaca’s om het beslechten van kleine conflicten door dorpsoudsten. “Nu ging het om genocide en alles dat daarbij komt kijken.”

Sinds 2002 waren er lokaal onderzoeken gedaan. In totaal zijn er in tien jaar tijd een miljoen verdachten voor deze volksrechtbanken gebracht. Van ieder huishouden in een dorp of buurt moest iemand verplicht elke zaterdag, jaar in jaar uit, Gacaca-processen bijwonen. “Het was veel orale procesvoering. Mensen beschuldigden elkaar van moord, lidmaatschap van milities en het faciliteren van moorden. Twee derde ging over plunderingen en vandalisme, het stelen van huisraad zoals borden, messen of vorken. Of het kopen van een stuk vlees van een koe, gestolen van een Tutsi-familie.

“In dorpen kwamen daders en slachtoffers bijeen in die Gacaca’s. Of dit verzoenend heeft gewerkt, is lastig te bewijzen. Het was wel een uitlaatklep, maar er zaten ook veel valse beschuldigingen bij om bezittingen in handen te krijgen: een huis of een koe.”

Overwinnaarsrechtspraak

De Gacaca’s veroordeelden daders soms tot gevangenisstraf, maar vooral tot werkstraffen. “Je zag toen overal mannen aan het werk in roze of oranje overalls”, vertelt Bouwknegt. “Ze legden wegen aan en verbouwden de hoofdstad Kigali tot een moderne metropool. Die veroordelingen tot werkstraffen door de Gacaca’s hebben geleid tot enorme economische bloei, maar tegelijkertijd niet minder armoede onder een groot deel van de plattelandsbevolking.”

Het waren heel veel processen tegen de Hutu’s en nauwelijks tegen Tutsi’s. “Het was overwinnaarsrechtspraak. Het ging over die honderd dagen genocide op de Tutsi’s, niet over de moorden tijdens de burgeroorlog in de jaren ervoor en niet over de vele wraakmoorden in de jaren daarna. Het ging ook niet over de rol van het rebellenleger RPF van de Tutsi’s dat nu aan de macht is”, concludeert Bouwknegt.

Nog steeds zijn er rechtszaken. In Nederland zit nu een Rwandese asielzoeker vast. Kigali heeft om zijn uitlevering gevraagd wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Bouwknegt constateert dat er moeheid onder de bevolking heerst om steeds weer met het gruwelijke verleden te worden geconfronteerd. “Er zijn veel jonge Tutsi’s vanuit Oeganda en Congo naar Rwanda gekomen en die hebben de slachting indertijd niet meegemaakt. Je merkt dat veel Rwandezen niet meer om willen kijken, maar vooruit willen. De regering blijft inzetten op totale gerechtigheid.”

Lees ook:

Excuses Veiligheidsraad voor genocide Rwanda

De VN-Veiligheidsraad heeft excuses aangeboden voor de weigering van de raad om te erkennen dat zich in 1994 in Rwanda een volkerenmoord voltrok.

Rwanda op de rand van burgeroorlog

Tientallen lokale medewerkers van internationale hulporganisaties zijn gisteren in de Rwandese hoofdstad Kigali vermoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden