Ruzie in het parlement brengt rust in samenleving

Afgelopen donderdagavond hadden ministers en staatssecretarissen weer hun wekelijkse overleg met hun partijgenoten uit de Kamer om onderwerpen voor de ministerraad voor te bereiden, en een standpunt af te stemmen. Om de kans op ongelukken in de samenleving te verminderen, zo redeneert vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink.

Cyntha van Gorp

Het bewindspersonenoverleg, of BPO in Haags jargon, is maar één van de vele voorbeelden van de nauwe verbondenheid tussen Kamer (of dat deel van de Kamer dat tot de coalitie behoort) en het kabinet. Het is een bekend en al zo vaak besproken fenomeen. De uitvoerende en de controlerende macht zijn nauw verweven geraakt in de Nederlandse politiek.

Op zich is dat een logische ontwikkeling in een politiek stelsel dat slechts minderheden kent en dus wel met coalities werken moet. Waarom zou je risico’s nemen als je stabiliteit kunt winnen, door bij de start van een coalitie in een regeerakkoord nauwgezette afspraken te maken, en ook tijdens de rit vooral veel met elkaar te overleggen?

Maar zo eenvoudig kan de conclusie niet zijn. Al eerder wezen menig deskundige en (helaas altijd oud-) politici op het nadelige effect van een gebrek aan tegenstelling tussen kabinet en Kamer op de waardering van de parlementaire democratie onder de kiezers.

De vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, voegde daar deze week een paar interessante overwegingen aan toe bij de presentatie van het jaarverslag van zijn raad. Zijn opmerking, dat een inhoudelijk politiek debat in het parlement in een democratie een eigen legitimerende functie heeft, is al vaker en door velen gemaakt.

Zijn tweede opmerking is echter nieuwer en daarmee ook interessanter. Volgens de vicepresident dienen debatten in de Kamer veel scherper te worden en dienen tegenstellingen scherper op tafel gelegd te worden (de vertaling is van mij, zelf had Tjeenk Willink het over politisering van maatschappelijke tegenstellingen) juist om de groeiende tegenstellingen in de samenleving te verminderen.

Een interessante stelling van de vicepresident met een op het eerste gezicht wellicht wat vreemde veronderstelling: door in de Kamer meer met elkaar te vechten, wordt het gevaar dat het in de samenleving tot ongelukken komt kleiner.

Wellicht is het gelijk van Tjeenk Willink nog het beste te illustreren aan de hand van de boycot (het cordon sanitaire) dat in de Belgische politiek werd gehanteerd tegen het Vlaams Blok van Filip Dewinter. Zo negeerde het Belgische parlement een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, terwijl de Belgen steeds meer sympathie kregen voor zijn extreem-nationalistische standpunten.

Gelukkig is dat in Nederland niet gebeurd met de PVV met Wilders, al duurde het te lang voor er een serieus debat met hem gevoerd werd over zijn islamstandpunt. Dat debat, spannend en belangrijk, kwam er uiteindelijk na de film van Wilders.

Het debat had wellicht het effect kunnen hebben dat Tjeenk Willink van scherpe, de tegenstellingen niet verdoezelende, debatten verwacht. Maar helaas gooide een actie van de coalitie, vanuit het kabinet en vanuit de Kamer, grondig roet in het eten. De twee verslagen van gesprekken met Wilders zorgden ervoor dat sinds het debat de discussie niet meer gaat over zijn islamopvatting, maar over de vraag of een minister liegt. Elk positief effect is met de publicatie van de verslagen, hoe waarheidsgetrouw ook, weg.

De Kamer heeft besloten over de analyse van Tjeenk Willink te debatteren met premier Balkenende. Terecht. Al moet niet worden verwacht dat de aanvoerder van de coalitie zijn analyse met enthousiasme zal omarmen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden