Ruwe bolster, veelzijdige pit

Het Indonesische Sumba moet binnen tien jaar het eerste compleet duurzame eiland worden. Trouw volgt de overgang: hoe de noten van de alom aanwezige kemiriboom een bron van groene energie kunnen zijn.

Zakken tot de rand gevuld met harde bolsters van de kemirinoot staan overal langs de kant van de weg in de heuvels boven Waikabubak, een stadje op het eiland Sumba. Ook voor het huis van Cornelis Nani Mila Nesa staan volle zakken. "Nog geen twee maanden geleden gooiden we dit als afval weg", vertelt de 42 jarige boer.

Nesa verkoopt sinds die tijd de harde houtachtige bolsters van de noot aan een Javaan. "Voor 200 roepia (minder dan een halve eurocent, red.) per kilo. Je had de kinderen moeten zien. Ze gingen door de vuilnis heen om de omhulsels te zoeken. We hoefden ze niet eens te wassen, we hebben de schillen in de zon gelegd om te drogen en toen meteen verkocht."

Javaanse bedrijven kopen steeds vaker de resten van de kemirinoot om deze door te verkopen aan satéverkopers op Java. Zij gebruiken het als brandstof voor kleine satébranders. Over één Javaan gaat zelfs het gerucht dat hij wel 2.000 ton bolsters heeft besteld. Een interessant voorbeeld van hoe afval kan worden gebruikt als energiebron, meent onderzoeker Jacqueline Vel van de Universiteit van Leiden. Zij onderzoekt voor ontwikkelingsorganisatie Hivos welke gewassen op Sumba geschikt zijn voor productie van groene energie.

"De schillen branden heel lang, net als houtskool. Ze zouden het natuurlijk net zo goed hier kunnen gebruiken. Vooral tijdens het regenseizoen, als het sprokkelhout is nat geregend." De lange dunne kemiriboom met zijn groen-witte bladerdak is overal aanwezig op Sumba. Vóór de Nederlandse overheersing was de boom vooral slachtoffer van de 'kap en brand'-landbouw. De harde noot werd gebruikt voor een soort knikkerspel, de inhoud van de noot ging als verdikkingsmiddel in gerechten, diende als medicijn en nam een belangrijke plek in bij rituelen.

Ook maakten mensen vroeger 'kaarsen' van de kemirinoot, vertelt de 58-jarige Wiyati Wito Sudarmo. "Wij vermorzelden de noot en vermengden het met katoen. Daarna plakten we de pasta op een stok en op die manier hadden we een soort kaars." In het Engels heet de kemirinoot dan ook candlenut. Bijna niemand op Sumba gebruikt de kemiripasta nog als brandstof, die is nu vervangen door petroleum.

De Nederlanders zagen niet alleen de waarde van de olieachtige vrucht, maar gebruikten de boom ook om Indonesië te herbebossen. Begin vorige eeuw creëerden zij kemiriplantages op verschillende eilanden in Indonesië. De plantages vervielen na de koloniale tijd, maar ook Soeharto gebruikte eind jaren zestig de kemiriboom, naast cacao, koffie en kapok om Indonesië te herbeplanten.

Beny Ratu Lado staat in Waikabubak in zijn winkel. Hij verkoopt landbouwapparatuur, de omhulsels van kokosnoten, cashews en kemiris. De blanke noten liggen op een berg pal voor de ingang. Net gekocht van de boeren in de bergen. "Deze zijn nog niet gesorteerd", vertelt hij. De gebroken pitten worden op Java verkocht, waar de geurige noot vooral dient als bindmiddel in Javaanse curries. De hele noten gaan naar Nederland. "Nederlanders willen blijkbaar niet koken met de goedkopere gebroken variant."

Op de markt in Waikabubak lopen huisvrouwen rond tussen groenten, vers geslachte kippen, en kookpotten. Een enkeling schept met haar hand door de aangeboden kemirinoten, die haast in ieder stalletje liggen. "De kemirinoot wordt op Sumba eigenlijk alleen gebruikt voor een geitenvleesboemboe, verder is het niet populair", vertelt marktkoopman Tagu Bore (25). De prijs van de noot is in de afgelopen tijd enorm gestegen. Bore: "Vooral de boeren verderop in de heuvels zijn er blij mee."

De olie van de kemirinoot is volgens onderzoeker Jacqueline Vel van erg hoge kwaliteit: "Ze kan ook door de cosmetische industrie worden gebruikt en zelfs als biobrandstof, maar dat zou zonde zijn, juist omdat de kwaliteit zo goed is." Het as van de bolsters kan worden gebruikt als wasmiddel, en als meststof.

Daarnaast wijzen andere groene energiespecialisten op de voordelen van het verbouwen van notenbomen door arme mensen. Notenbomen hebben vaak weinig water nodig en produceren proteïnerijk voedsel dat anders dan fruit en groenten bewaard kan worden op warme plekken. Op Sumba heeft het grootste deel van de bevolking geen elektriciteit, dus ook geen koelkast.

Voor grootmoeder Carlina Gole geldt hetzelfde. Ze zit voor haar afgelegen hut, ver weg van de drukte op de markt. Ze past op haar zeven kleinkinderen, haar leeftijd weet ze niet. Haar zoon en schoondochter zijn naar de markt in Waikabubak om 20 kilo kemirinoten te verkopen. "Niet veel, maar genoeg om de eerste tijd weer wat eten te kunnen kopen." De meeste van de kemiribomen in de jungle achter haar huis zijn in de afgelopen dertig jaar geplant.

Naast de kemirinoot wijst Jacqueline Vel op het afval van suikerriet als potentieel energieproduct. "Dat past in nationale beleid om minder afhankelijk te zijn van import: Indonesië haalt suiker uit het buitenland, maar zou het zelf ook kunnen produceren. Het zou op Sumba kunnen gaan om op zijn minst 25.000 hectare. Met het afvalproduct van de suikerproductie kan elektriciteit worden geproduceerd, genoeg voor het hele eiland."

Nadeel hiervan is volgens Vel dat de plantages in de plaats zouden komen van landbouwgrond, die nu voornamelijk voor de verbouwing van voedsel wordt gebruikt. Voorstanders van de plantages beweren dat de boeren daar kunnen werken en dan van hun salaris makkelijker voedsel kunnen kopen. Een dergelijke plantage zou goed zijn voor duurzame energie, zegt Vel, "mits het niet ten koste gaat van voedselzekerheid voor lokale boeren."

In Indonesië is al bijna 80 procent van het oerbos gekapt om ruimte te maken voor plantages, vooral voor de oliepalm. En nog steeds doet de Indonesische regering niet moeilijk over het verstrekken van concessies voor dat soort activiteiten. Bos kappen voor de aanleg van Kemiriplantages zou dan een slechte ontwikkeling zijn, maar dat is volgens Vel ook helemaal niet nodig. "Kijk eens naar al die wit-groene bladeren, er zijn al zoveel kemiribomen. De oogst daarvan, doet het milieu geen kwaad. En zij geven arme mensen een mogelijkheid om extra geld te verdienen."

De kemiribomen hebben namelijk ook een sociale functie: de eigenaren van de boom oogsten tijdens het oogstseizoen, maar daarna mag iedereen de op de grond gevallen noten rapen. Waardoor het ook een kleine bron van extra inkomsten is voor de armste Indonesiërs.

Met de extra opbrengsten gaan sommige dorpelingen op bedevaart naar Mekka of ze sturen hun kinderen langer naar school. Voor het huis van Cornelis Nani Mila Nesa, de boer uit Tama Rara, staat een grote schotel, de kabel leidt naar een televisie in het huis die werkt op een aggregaat. Gekocht met de verkoop van kemiri. "Maar ik gebruik het extra geld ook om mijn huis te verbeteren, om rijst te kopen en kleren voor de kinderen. Mijn kinderen hebben schoolboeken gekocht van het geld dat ze kregen voor de bolsters."

Dit is aflevering drie van een serie waarin de ontwikkelingen van Sumba naar een duurzame status worden gevolgd. Deel 1 en 2 zijn terug te lezen op: www.trouw.nl/duurzaamsumba

Zorg dat de kemirinoot niet breekt
De kemiriboom is een 'luie' boom. Boeren hoeven niet al te veel te doen om er maximale winst uit te halen. De boom gedijt goed in het harde droge klimaat op Sumba. Een keer in het half jaar vallen de noten op de grond. Het enige dat de raper goed moet doen is het drogen van de noot. Wanneer dat niet correct gebeurt, breekt de noot en is deze niet meer verkoopbaar op de internationale markt. Dat scheelt al snel de helft in de opbrengst. Een jonge boom produceert na drie tot vier jaar vruchten en produceert op de top van zijn productie 35 tot 50 kilo per jaar. Kemiri wordt vooral verbouwd in Atjeh, Noord-Sumatra, Zuid-Sulawesi en Oost Nusa Tenggara, waar Sumba ligt. Per jaar verbouwt Indonesië zo'n 60.000 ton noten, 95 procent daarvan is voor de eigen markt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden