Rutte kiest met PVV voor stilstand en verschansing

In 1990 opende de liberaal Frits Bolkestein de Kulturkampf tegen de islam door de westerse cultuur superieur te verklaren. Hij stelde vast dat de multiculturele samenleving, net als de verzorgingsstaat, op haar grenzen was gelopen. Niet het behoud van de eigen identiteit moest de kern van het integratiebeleid zijn, maar aanpassing. Daarnaast was een afrekening nodig met de ’knuffelstaat’ die als een magneet immigranten aantrok. Bolkestein kan twintig jaar later tamelijk tevreden zijn, maar zeker niet helemaal.

Er is een kabinet aangetreden onder leiding van zijn partijgenoot Mark Rutte, destijds voorzitter van de jongerenorganisatie JOVD, nu de eerste liberale premier sinds 1918. Misschien had Bolkestein zelf de eerste liberaal in het Torentje kunnen zijn, als hij na zijn grote verkiezingsoverwinning in 1998 niet naar de Europese Commissie in Brussel was vertrokken en zelf zijn politieke erfenis was blijven bewaken. Door zijn vertrek kon die erfenis na de eeuwwisseling een prooi worden van Fortuyn en later Geert Wilders.

Wilders, destijds een van de beleidsmedewerkers van Grote Frits, maakt nu ’het meest rechtse kabinet sinds de oorlog’ mogelijk door het gedoogsteun te verlenen. Al direct op de eerste dag van het nieuwe kabinet werd duidelijk hoe de machtsverhoudingen liggen. Terwijl Rutte de hand reikte naar de gehele Nederlandse samenleving, liet Wilders blijken dat hij nauwgezet op de uitvoering van de immigratie- en asielparagraaf van het program zal toezien, met name de plannen om de immigratie uit niet-westerse (lees: islamitische) landen terug te dringen. Als dat niet gebeurt, heeft het kabinet een probleem, waarschuwde hij.

In een vraaggesprek met Nieuwsuur, dat door de zeldzaamheid en de setting, het karakter had van een audiëntie, gaf Wilders aan hoezeer Rutte en diens vicepremier Verhagen van hem afhankelijk zijn. Het is zonneklaar dat deze machtsverhouding in de coalitie een bron van spanningen zal zijn en daarmee een zwakke stee onder het kabinet. Er is een kapitein op het schip en een kapitein aan de wal; zoals iedere zeeman weet, geeft dat geheid gelazer.

Bolkestein kan er vooralsnog tevreden over zijn dat Wilders het voor elkaar heeft gekregen de cultuurstrijd tegen de islam, hoe bemanteld ook, in de regeerafspraken te krijgen en daarmee politieke legitimiteit te verschaffen. De liberaal is nooit zo ver gegaan als zijn vroegere pupil (het verbieden van de Koran wijst hij af), maar hij heeft wel altijd vol overtuiging bepleit de invloed van religie, alle religie, zo mogelijk volledig uit het publieke domein te bannen. Evenals Rutte meent hij dat geloof een privézaak is die achter de voordeur thuishoort, de spagaat voor lief nemend die dit oplevert met de door liberalen verdedigde uitingsvrijheid.

De opvattingen van Bolkestein op het culturele vlak hebben in twee decennia dus school gemaakt en een onvervalst rechts kabinet opgeleverd. Zelfs kan hij met genoegen vaststellen dat het CDA onder Verhagen, in navolging van zijn verre voorganger Nolens in 1925, links in de ban heeft geslagen. Hoewel hij als VVD-leider tot twee keer toe voor regeren met de PvdA koos, ging Bolkestein midden jaren zeventig de politiek in om de linkse geest van het kabinet-Den Uyl uit het land te verdrijven. Dat rechtse revanchisme hangt ook om dit kabinet en is niet weg na de eerste poging van Rutte als premier van heel Nederland wat boven de partijpolitieke grenzen uit te stijgen.

Het is in lijn met de strategie van Rutte en Verhagen de PVV in te kapselen dat zij mensen met een zo rechts mogelijke uitstraling voor de kabinetsposten hebben gerekruteerd. Zelfs stemde Verhagen erin toe dat Wilders een van zijn kandidaten, Gerd Leers, aan een ballotage onderwierp.

Voor elk van de ministers afzonderlijk valt het met die rechtse signatuur misschien nog wel mee, maar in elkaars gezelschap ontstaat het beeld van conservatieve, volgens sommigen zelfs rancuneuze regenten. Dat anachronistische beeld wordt nog versterkt door het geringe aantal vrouwen, maar ook dat past volledig in een revanchistisch denken dat met allerlei vormen van politieke correctheid wil afrekenen.

In dit kader moest Verhagen wel gedwongen zetten doen en kon hij weinig overeind houden van de belofte recht te doen aan de minderheid in zijn partij die samenwerking met de ondemocratische PVV afwijst. Die minderheid zal zich slecht in dit kabinet van Dikkerdakken onder leiding van een liberale Tom Poes herkennen en misschien zelfs de hoop opgeven dat het CDA een verbindende partij in het midden zal blijven. Van de nieuwe fractieleider, Van Haersma Buma, mag weinig tegenwicht worden verwacht. Hij heeft altijd tot de rechtervleugel behoort, net zo zeer als zijn verslagen tegenkandidaat Ormel.

Hoezeer strategische overwegingen tot het kabinet-Rutte hebben geleid, blijkt uit de geringe ambities op sociaal-economisch gebied. CDA en VVD hebben zeer fors toegegeven aan de PVV om de verfoeide ’knuffelstaat Nederland’ overeind te houden. Dat zal Bolkestein, die in de jaren negentig de weg van het rauwe kapitalisme en persoonlijke zelfredzaamheid wees, weinig genoegen doen. Hooguit kan hij zich ermee tevreden stellen dat er voor migranten hogere hindernissen worden opgeworpen.

Nederland stelt zich onder dit kabinet niet open voor de internationale dynamiek, maar kiest uit angst en behoudzucht voor verschansing tegen de boze buitenwereld. Dat is volledig in tegenspraak met wat Bolkestein en Rutte altijd hebben voorgestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden