Rutte, flexibele zoeker

Beeld Lennart Gäbel

Het ontbreekt premier Rutte aan visie, was een jaar geleden de kritiek. Komende dinsdag op Prinsjesdag mag hij opnieuw laten zien wat hij met Nederland voorheeft. Wat zijn we daar het afgelopen jaar wijzer over geworden?

Het was een jaar geleden de vraag waar het politieke seizoen mee aftrapte: wat is nou de visie van premier Mark Rutte? Onderliggende vraag: heeft hij die wel? De plotselinge tumult ontstond aan de vooravond van de H.J. Schoo-lezing die Rutte begin september in Amsterdam zou geven. Gefluisterd werd dat hij een vergezicht zou schetsen, een visionaire blik op de samenleving. Dat hij het imago van pragmatische premier-zonder-plan van zich af zou schudden in een Obama-achtige redevoering.

Dat critici de verwachtingen tot onmeetbare hoogtes oppookten, moet Rutte hebben geïrriteerd. Hij maakte er meteen bij aanvang van zijn toespraak - die hij geheel uit het hoofd uitsprak - korte metten mee. "Laat ik beginnen met de olifant te benoemen die een deel van de zaal vrij stevig het zicht beneemt", zei hij in het uitverkochte Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed. "Op die olifant staat heel groot: visie."

'Praktisch'
Retorisch behendig reduceerde Rutte vervolgens de betekenis van het woord. Visie, dat deed hem denken aan 'alomvattende blauwdrukken'. "Als 'visie' betekent tot in detail voorschrijven waar we over 25 jaar uit moeten komen, dan verzet als liberaal alles in mij zich daartegen. Een land, een samenleving past niet in een mal", lichtte hij diezelfde avond toe.

Historische wetmatigheden, een overheid die precies weet wat goed is voor de burger en hoe zij moet handelen, nu en in de verre toekomst, daar heeft Rutte nooit iets mee opgehad. "Ik ben enorm praktisch ingesteld", zei de toenmalig staatssecretaris van sociale zaken in 2004 in een openhartig interview met de Haagsche Courant. "Dat heb ik van huis meegekregen: niet te veel naar de toekomst kijken, niet te veel zeuren en op de kleine steentjes blijven lopen."

Tijden veranderen immers en dat kan invloed hebben op de rol van de overheid. Omvallende banken, werkloosheid, internationale spanningen, het valt niet te voorspellen en daarom moet de overheid voorzichtig, stapsgewijs en rationeel opereren. Voor flexibiliteit moet altijd ruimte zijn. Zie goed besturen als surfen op de maatschappelijke golven, was in juni zijn boodschap aan de Tweede Kamer.

Premier Mark Rutte spreekt tijdens de opening van het nationaal congres Anders Denken over psychische aandoeningen.Beeld anp

Door een jaar geleden zo ferm afstand te nemen van de term visie leek het alsof Rutte het woord verafschuwt. Alsof hij helemaal niet aan de toekomst wil denken, maar zich vooral wil richten op de problemen van vandaag.

Dat blijkt een kwestie van semantiek. Met onomkeerbare bouwtekeningen voor de toekomst heeft Rutte weinig, maar met het schetsen van perspectief voor mensen des te meer. "Daar ben ik voor", zei hij in juni in een Kamerdebat over hoe Nederland in de toekomst zijn brood moet verdienen. "Dat is mijn baan en dat hoort bij de functie van minister-president en politiek leider van een partij."

Zie het bieden van perspectief als het schetsen van een aanlokkelijk vergezicht, legde Rutte in 2005 uit in Trouw, toen hij onder Balkenende-II staatssecretaris van onderwijs was. "Het idee dat er ergens een groene grazige weide is, iets wat mooier is dan het heden, en dat jij als individu die mooie toekomst dichterbij kunt halen als je het beste uit jezelf haalt."

Goed onderwijs
Die groene grazige weide moet voor iedereen bereikbaar zijn, is Ruttes overtuiging. Daar moet de overheid de basisvoorwaarden voor scheppen in de vorm van een veilige samenleving en goed onderwijs. "Als je zegt dat het individu het verschil kan maken, dan moet je hem daarvoor toerusten. Goed onderwijs is daarvoor onmisbaar. Niet om iedereen een goede uitkomst te garanderen, maar wel een goede start."

Door goed onderwijs aan te bieden, kan het mes vervolgens in de overheid, is in grote lijnen de gedachte van Rutte. Want een samenleving vol goed opgeleide, zelfstandige, initiatiefrijke mensen heeft geen grote overheid nodig. Zo'n overheid werkt volgens Rutte als een "verstikkende moltondeken die mensen de adem ontneemt en initiatief doodslaat", zei hij in 2011 tijdens zijn Karl Popper-lezing. Zo'n samenleving moet je z'n gang laten gaan, want zij kan zich heel goed redden.

Niet voor niets vergeleek Rutte de samenleving in die lezing met een amoebe onder een microscoop; zo'n eencellig organisme beweegt precies zoals Ruttes ideale maatschappij. "Ze lijkt alle kanten op te wiebelen, zonder vooropgezet plan, maar gaat wel degelijk vooruit. Elke beweging komt voort uit de vorige. En er zit meer richting en snelheid in dan je op het eerste gezicht denkt."

Premier Mark Rutte aan het woord tijdens de start van het tweedaags VVD-congres in de Utrechtse Fabrique.Beeld anp

Momenteel ziet Rutte in die samenleving een behoefte aan meer bewegingsvrijheid, meer speelruimte en minder overheidsbemoeienis. Hij verwees er het afgelopen jaar regelmatig naar in lezingen en debatten, naar die behoefte om zelf dingen te regelen. Om zelf op creatieve, online manieren geld in te zamelen voor goede doelen, om familie langer thuis te kunnen verzorgen, om met een groep ouders een kinderopvang te runnen, om met buurtbewoners een binnentuin te onderhouden. Enzovoort.

Die drang komt volgens Rutte voort uit een mengelmoes aan ontwikkelingen: mensen hebben gemiddeld een hoger opleidingsniveau, ze zijn zelfstandiger, mondiger en meer zelfredzaam dan voorheen. Dat heeft weer voor een deel te maken met de opkomst van internet en sociale media. Mensen hebben daardoor meer mogelijkheden te communiceren, zich onderling te organiseren en toegang te verkrijgen tot nieuwe netwerken.

Participatiesamenleving
Voeg aan die ontwikkelingen twee eigenschappen toe die ons Nederlanders in de genen zouden zitten - behulpzaamheid en verantwoordelijkheidszin - en voilà, we kunnen volgens Rutte concluderen dat we momenteel leven in een participatiesamenleving. Overigens geen woordvondst van Rutte; al in het kabinet-Lubbers III noemde het CDA het, Wim Kok gebruikte het in de jaren negentig en Jan Peter Balkenende omarmde het daarna ook.

Toen het begrip participatiesamenleving precies een jaar geleden opdook in de Troonrede en door de koning als opvolger van de klassieke verzorgingsstaat werd aangekondigd, volgde veel kritiek. Andere partijen zagen het woord vooral als een stok om Rutte en zijn kabinet mee te slaan. Rutte zou de alom geprezen verzorgingsstaat de nek om willen draaien en alles op het bordje van de burger willen leggen. Opgelegde participatie als dekmantel voor bezuinigingen. Een eufemisme voor 'zoek het lekker zelf uit', klonk het honend.

Natuurlijk scheelt het de overheid geld als mensen taken van de staat overnemen, verweerde Rutte zich in juni tijdens een lang uitgesteld debat over het begrip. Maar dat legt de overheid niet op, dat gebeurt simpelweg. "Voor het kabinet is de participatiesamenleving geen na te streven heilstaat. Het is geen einddoel. Sterker nog: wij roepen de samenleving zelfs niet op om te participeren. Wat wij doen, is vaststellen dat het probleemoplossend vermogen van de samenleving steeds groter wordt."

Dat zal Rutte met tevredenheid constateren, omdat het goed in zijn liberale straatje past. Een zelfredzame samenleving die problemen aanpakt en alleen wanneer het nodig is bij de staat aanklopt. De overheid als schild voor de zwakken. Dat, vindt Rutte, is een sterke, krachtige samenleving. Het getuigt van een zogenaamd 'bezielend verband', een begrip dat zijn voorganger Frits Bolkestein in 1994 introduceerde en Rutte graag gebruikt om de kracht die hij ziet in de samenleving in woorden te vangen.

Premier Mark Rutte schudt de hand van PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke beschouwingen vorig jaar.Beeld anp

Onder bezielend verband verstaat Rutte dat 'de kracht van de samenleving uit mensen zelf komt, zonder dat de staat of een andere instantie het oplegt'. Ook zonder grote overheid gaan mensen talrijke verbanden aan die zorgen voor sociale cohesie, voor een hechte samenleving. Ze werken ergens, doen vrijwilligerswerk, zijn lid van een vereniging of politieke partij of helpen de buren bij ziekte.

Zo maken individuen de maatschappij samen sterk, meent Rutte. "Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vaak ook goed voor de mensen om zich heen en dat versterkt de textuur van onze samenleving", concludeerde hij in oktober tijdens zijn Willem Drees-lezing. "Hoe meer kansen mensen krijgen, hoe sterker mensen in hun schoenen staan, des te sterker de textuur van onze maatschappij."

Werkloosheid
Het is een optimistische blik, die uitgaat van het idee dat iedereen die maar wil, kansen krijgt en die kan grijpen. Dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk en dat iemand die niet lekker uit de startblokken komt, altijd wel betrokken mensen om zich heen heeft staan die hem kunnen bijstaan en hem op het juiste pad kunnen helpen. En oké, wie het zelf echt niet redt, kan aankloppen bij de overheid. Die functioneert dan liefst niet als het klassieke sociale vangnet, maar als 'trampoline naar zelfstandigheid'.

De vraag daarbij is of Rutte met zijn optimisme voor alle Nederlanders een aansprekende boodschap heeft. Er zijn zat mensen die zich het liefst een eind in de rondte zouden participeren, hield menig fractievoorzitter Rutte dit jaar voor, maar dat simpelweg niet kunnen omdat ze niet aan werk komen vanwege de crisis of een beperkt aantal banen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Als de premier zo graag wil dat iedereen meedoet, moet zijn kabinet dat dan niet wat beter faciliteren?

Misschien lag het aan die reacties, maar Rutte krabbelde in de laatste vergaderweek voor de zomer wat terug. Dat gebeurde in een debat waar ChristenUnie-voorman Arie Slob al bijna een jaar op had aangedrongen met als doel het begrip participatiesamenleving wat meer uitgediept te krijgen. In plaats van uitdiepen, beperkte Rutte de impact van het begrip.

Anders dan in de Troonrede, waarin burgers werd verzocht naar vermogen bij te dragen, zei Rutte nu dat het kabinet geen oproep doet aan de bevolking, maar het initiatief vanuit de burger moet komen. En nee, de participatiesamenleving zal de verzorgingsstaat niet vervangen, iets wat in de Troonrede wel degelijk zo was geformuleerd. Wie hulp nodig heeft, kan blijven rekenen op de overheid.

Marginaliserend
Het leek op een compromis met de PvdA. Binnen de coalitiepartij was kritisch gereageerd op het woord en vooral op de uitleg die Rutte eraan gaf. Die zouden sociaal-democraten niet mogen slikken, schreef oud-PvdA-leider Wouter Bos in zijn column in de Volkskrant. Iedereen die voor zichzelf kan zorgen, moet dat ook doen? Een overheid die er vooral is voor diegenen die dat echt niet kunnen? 'Amerikaans, klassiek liberaal en zichzelf uiteindelijk marginaliserend. Zeg me dat het niet zo is!'

In de flexibele opstelling van Rutte zien we weer de pragmaticus zoals we hem kennen. Hij heeft zelf heus wel ideeën, maar is niet te beroerd die aan te passen, gevoelig als hij is voor de wind die waait. Het maakt hem misschien niet tot een groot visionair, een man van de ideologische vergezichten, maar wel een ondogmatische premier. Hij heeft de waarheid ook niet in pacht, gaf hij in oktober in zijn Drees-lezing ruiterlijk toe. Het inrichten van een samenleving is een leerproces.

Rutte: "Ik wil (...) helemaal niet de suggestie wekken dat ikzelf of het kabinet precies weet hoe dat samen-leven in onze tijd er in detail uit zou moeten zien. Juist niet. De politiek, de overheid, is gewoon een van de deelnemers in die zoektocht naar de optimale verhouding tussen staat en samenleving. Een zoektocht die lijkt op een Echternachse processie, maar die ons wél verder brengt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden