Rutte en Sap tonen leiderschap dat leek uitgestorven

Bij zijn aantreden als premier nam Mark Rutte zijn verre voorganger Cort van der Linden tot voorbeeld, die zich als leider van een minderheidskabinet tussen 1913 en 1918 de bijnaam verwierf van ’stille tovenaar’. Cort kreeg veel voor elkaar dankzij de vaardigheid politieke tegenstanders stapje voor stapje dichter bij elkaar te brengen. Zo loste hij de twee grootste en langst slepende politieke kwesties uit zijn tijd op, de Schoolstrijd en de strijd voor het algemeen kiesrecht.

Rutte trad deze week in het voetspoor van zijn politieke overgrootvader met een doorbraak in de langdurige impasse over de kwestie-Afghanistan. Hij dankte dat aan een scherp oog voor het haalbare, wat in de verbrokkelde politieke verhoudingen bijna om meer dan tovenaarskunst vraagt.

De missie valt naar aard en omvang in het niet bij de eerdere inspanningen van Nederland in de Afghaanse provincie Uruzgan, maar de politieke betekenis is een grote.

In de eerste plaats geldt dat voor onze positie op het internationale toneel. Nederland behoudt aansluiting bij de wereldgemeenschap. Rutte constateerde dat na afloop van het Kamerdebat met blijdschap. Niet ten onrechte. Afhaken zou een geïsoleerde positie in de Navo en de Europese Unie tot gevolg hebben gehad en verwijdering in de oude en hechte relatie met de Amerikanen. De tegenstanders van de missie lieten dat zwaarwegende aspect angstvallig onbesproken of ongewogen, hoe hard SP-leider Roemer ook verkondigde dat zijn socialistische partij ’internationalistisch’ is.

Winst voor de premier is er ook in de arena van de nationale politiek. Hij heeft aangetoond dat de bijzondere staatkundige constructie waarin zijn kabinet moet opereren, hem niet tot onmacht doemt. Partijen buiten de coalitie zijn in een gewichtige kwestie van buitenlandse politiek bereid gebleken tot zakendoen, als daar invloed op het beleid tegenover staat. In dit geval is dat niet alleen de verdienste van Rutte, maar ook die van de fracties van GroenLinks, D66 en ChristenUnie. Sap, Pechtold en Rouvoet bleken ondanks hun politieke bezwaren tegen de coalitie in staat de kwestie op eigen merites te beoordelen.

Met de inzet en uitkomst van het Afghanistandebat heeft Rutte ook als premier winst behaald. Cort van der Linden koos destijds voor een zelfstandige positie, omdat hij in zijn ogen alleen zo van de zwakte van zijn minderheidskabinet een kracht kon maken. Rutte heeft die mogelijkheid met name op het terrein van de buitenlandse politiek, omdat daarover met de nationalistische PVV geen afspraken zijn gemaakt. In deze kwestie heeft hij laten zien van die ruimte voluit gebruik te maken. Aldus heeft hij de zelfstandigheid van zijn positie als premier onderstreept. Tegelijk illustreerde Wilders zijn vernauwde blik met de uitspraak dat ’de bevrijding van Nederland’ belangrijker is dan Afghanistan: ’Eerst Gouda, dan Kunduz’.

Van zulk populisme toonde Rutte zich wars. Hij zei dat de steun in de samenleving voor missies over de grenzen van belang is, ’maar niet leidend’. Daarmee zette hij als het ware nog een extra streep onder zijn zelfstandigheid als premier. Zoals het een verantwoordelijk politicus betaamt beloofde hij zijn best te doen de samenleving van het nut van de missie te overtuigen. Aan de politieke motivering en de publieke verantwoording van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan heeft het laatste jaren opzichtig ontbroken. Als Rutte hier serieus werk van maakt kan hij de verbroken verbinding tussen Den Haag en de samenleving herstellen.

In zekere zin verkeert de liberale premier in eenzelfde politieke positie als GroenLinks-fractievoorzitter Sap, die haar partijleden ervan moet overtuigen dat zij een juist besluit heeft genomen. Dat vraagt om een leiderschap dat in de Nederlandse politiek leek uitgestorven. Sap heeft een sterke uitgangspositie. In de eerste plaats was het haar fractie die vorig voorjaar, na de kabinetsbreuk over Afghanistan, samen met D66 een opening maakte voor een politietrainingsmissie. GroenLinks nam daarmee een verantwoordelijkheid op zich die politieke verplichting meebrengt en daardoor mede werd uitgelegd als bereidheid regeermacht te dragen. Dat lag strak in lijn met het beginselprogram uit 2008, waarin de partij zich een plek in het centrum van de macht ten doel stelt.

In de ruim twintig jaar van zijn bestaan is het GroenLinks nog nimmer gelukt die sprong te maken en zich uit zijn eeuwige oppositierol en kleinlinkse verleden te bevrijden. Waar Joschka Fischer en groene politici in België en Italië wel slaagden, faalden Rosenmöller en Halsema de brug te slaan tussen goede bedoelingen en harde realiteit. Als de partij al instemde met militaire acties van de Navo (tegen het regime-Milosevic in 1999 en tegen het talibanregime in Afghanistan in 2001), bleek die steun door het opspelen van pacifistische en anti-Amerikaanse sentimenten al snel een wankelmoedige. Sap heeft met het nemen van een moeilijk besluit laten zien dat ze de politieke strijd aandurft. Dat getuigt van moedig leiderschap.

Rutte kan het zich als VVD-leider ten slotte tot winst rekenen dat hij met het Afghanistanbesluit de linkse oppositie volledig uit elkaar heeft gespeeld. De PvdA heeft zich met haar afwijzing van de missie met de PVV, de SP en de Partij voor de Dieren achter de Hollandse waterlinie teruggetrokken. Dat is niet de natuurlijke plaats van deze partij en roept de vraag op naar het leiderschap van Cohen. SGP-fractievoorzitter Van der Staaij liet trefzeker zien hoezeer de PvdA de weg kwijt is: ’Onder Bush zei u ’ja’ tegen vechten in Uruzgan, onder Obama zegt u ’nee’ tegen het opleiden van politieagenten in Kunduz’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden