Ruth of: het boek van de plaatsvervanging

'Het is een wonderbaarlijk spiegelpaleis, dit kleine boek. Gespiegeld worden land van herkomst en land van aankomst, immigratie en emigratie, autochtoon en allochtoon, twee schoon-dochters, twee lossers. Loyaliteit en trouw zijn de trefwoorden.' Nicolaas Matsier over het bijbelboek Ruth.

Zo het bijbelboek Ruth al geen meesterwerk is, dan toch minstens een kleinood van de grootst mogelijke allure. Je leest het jezelf, of jezelf plus een ander, in twintig minuten voor. De hele geschiedenis telt slechts zevenentwintighonderd woorden of - in termen van het welbekende in twee kolommen per pagina gedrukte type bijbel - vier bladzijden. Ruth is niet zo vreselijk veel langer dan dit stuk.

Nu ben je er niet, als lezer, met die twintig minuten. Want je kunt Ruth rustig een keer of wat lezen terwijl het aantal onopgeloste raadsels toeneemt. In grote lijnen is Ruth namelijk even helder en vernuftig als het raadselachtig om niet te zeggen duister is in zijn details. Het mooie van Ruth is dat het de lezer onopvallend een heleboel te doen geeft terwijl het hem tegelijk een groot en onmiskenbaar plezier verschaft om deze novelle, deze pastorale, deze idylle, deze love story te lezen.

In het Oude Testament respectievelijk de Hebreeuwse bijbel zijn er maar heel weinig personages te vinden die niet hier of daar een bedenkelijk trekje hebben - het maakt ze, over het algemeen, alleen maar menselijker. Maar op Ruth, het voornaamste personage van het gelijknamige bijbelboek, is nou werkelijk helemaal niets aan te merken. Zij is, in één woord, model. Ruth is de ideale schoondochter. Zoals de man die - eind goed al goed - ten slotte haar aanstaande wordt, Boaz, op zijn beurt een al even ideale schoonzoon blijkt te zijn. 't Is nagenoeg een sprookje.

Maar opgepast. Dit boek is minstens vijfentwintighonderd jaar oud en er zijn natuurlijk nogal wat zaken waar een moderne lezer met gemak overheen zou kunnen lezen. Het boek Ruth bestaat uit vier uiterst vernuftig gecomponeerde hoofdstukken waarin elk woord telt. De lezer moet erg goed opletten. Die vier hoofdstukken gaan, net als grote delen van de rest van de bijbel, over familiegeschiedenis. Het is een familiegeschiedenis waarmee het er in het eerste hoofdstuk totaal hopeloos voor staat - hier wordt weer eens zo'n geschiedenis van een mislukte familie verteld. Mislukt in die zin dat er geen nageslacht is. En uitsterven, dat is het ergste wat een oudtestamentisch mens kan overkomen.

Het was, zo wordt de lezer geïnformeerd, een hongersnood die de familie in beweging heeft gebracht. Een man uit Bethlehem in Juda trekt met zijn vrouw en hun beide zonen weg 'om als vreemdelingen te vertoeven in het veld van Moab.' Ruth begint als een emigratieverhaal. En emigratie - tenminste als die plaatsvindt vanuit het beloofde en intussen ook bereikte land - heeft al meteen een ongunstige bijklank. Eerst sterft de man die de vader van de twee zonen is; in den vreemde dus. De zoons nemen zich Moabitische vrouwen. 'De ene heette Orpa en de andere Ruth; en zij woonden daar ongeveer tien jaren.' Met Moab is wat; dat land heeft iets bedenkelijks. Het is het land van Lot, de broer van Abraham, aan de andere kant van de Jordaan. Daar hebben de wegen van de broers zich gescheiden.

Vervolgens sterven ook de twee zoons. Naomi is nu dubbel doelloos geworden: als vreemdelinge en als schoonmoeder van twee onvruchtbaar gebleven en daardoor in zekere zin niet meer bij haar horende 'vreemde' schoondochters. Dit laatste feit, van Naomi's kleinkinderloosheid, wordt de lezer overigens uitsluitend tussen de regels te verstaan gegeven. Nadat zij vernomen heeft dat de hongersnood in haar geboorteland is afgelopen (er staat 'dat de HERE naar zijn volk omgezien' heeft 'door hun brood te geven') besluit Naomi tot remigratie.

Haar twee schoondochters - die zich kennelijk met haar verbonden voelen - reizen met haar mee, tot het moment waarop Naomi hun in een mooie scène gebiedt om terug te keren. Ziehier de karakteristieke Hebreeuwse beknoptheid waarmee de schoonmoeder zich plotseling tot haar schoondochters richt: 'Gaat heen, keert terug, ieder naar het huis van haar moeder; de HERE bewijze u liefde, zoals gij die bewezen hebt aan de gestorvenen en aan mij; de HERE geve u dat gij rust moogt vinden, ieder in het huis van haar man.' Hertrouwen moeten ze dus van Naomi, die haar schoondochters alvast vaarwel kust.

Maar dat gaat zomaar niet. De schoondochters barsten in tranen uit. Zij gaan mee, zeggen ze. Waarop Naomi hen er, nu in een langere monoloog, op wijst dat h r, Naomi's, toekomst achter haar ligt, maar die van haar schoondochters niet. 'Toen verhieven zij opnieuw haar stem en weenden, en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth klemde zich aan haar vast.' Orpa is, in en met dit ene zinnetje, al vertrokken. Maar de schermutselingen met Ruth duren voort. Het lijkt wel een wedstrijd: wie heeft het nou eigenlijk het beste voor met wie?

Ruth wint. 'Waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God; waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden.' Schitterend, deze woorden van Ruth, die er bovendien nog een eed bij zweert. Dan staat er: 'Toen zij [dat wil zeggen: Naomi] zag, dat zij vastbesloten was met haar mee te gaan, hield zij op tot haar te spreken. En zij gingen beiden voort tot zij te Bethlehem kwamen.' Weer zo'n prachtig kaal zinnetje. Ruth is het boek van de loyaliteit.

Daarmee begint pas de eigenlijke geschiedenis: met Ruth, die haar lot aan dat van haar schoonmoeder verbindt, in de hoofdrol. In een film (bijvoorbeeld gemaakt door de gebroeders Taviani) zou deze samenvatting van het voorafgaande, die in Ruth 1:1-8 staat, tijdens de titels te zien zijn geweest. En met 1:8 en volgende verzen, waar Naomi het woord neemt en de directe rede haar entree maakt, zouden we dan in de tegenwoordige tijd van de film aangeland zijn. Het boek Ruth bestaat voor twee derde uit directe rede, en dan vooral uit dialoog. Als er één bijbelboek is dat van huis uit al bijna theater is, moet het Ruth zijn.

In Ruth 1:1 wordt melding gemaakt van de hongersnood die het gezin van Naomi in beweging heeft gezet. In het laatste vers van hetzelfde hoofdstuk (1:22) krijgt de lezer te horen dat de gersteoogst net begonnen is. De rest van het boek Ruth speelt zich geheel af tegen het decor van die oogst.

Voor de meesten van ons is hongersnood een woord van lang geleden of heel ver weg. Speciaal in Nederland, met zijn kassen en zijn ingevlogen groenten en vruchten, hebben de seizoenen zowat afgedaan als factoren die iets te maken zouden kunnen hebben met ons eten en ons voortbestaan. Wie bij de supermarkt zijn inkopen doet, denkt nauwelijks meer aan grond.

In de Hebreeuwse bijbel is vruchtbaarheid, zowel die van mensen als die van de grond, misschien wel de preoccupatie bij uitstek. En het is de merkwaardige Hebreeuwse God, die eigenlijk geen naam heeft, die over beide soorten van vruchtbaarheid gaat. En die er gewoonlijk ook scherp op toeziet dat de zijnen niet vergeten dat dit zijn domein is. In het boek Ruth komt hij slechts tweemaal in actie. De eerste keer, in het eerste hoofdstuk, als beëindiger van de hongersnood. De tweede keer, in het laatste hoofdstuk, als schenker van zwangerschap. Grond en schoot worden in het boek en in de persoon van Ruth zeer nauw verbonden.

Direct na aankomst gaat Ruth, uiterst voortvarend, aren lezen achter de maaiers. Er moet immers brood op de plank komen. Aren lezen achter de maaiers, dat was een recht dat in Leviticus en Deuteronomium was toegekend aan de allerarmsten. Toevallig komt Ruth op het land van Boaz terecht. Hij is een verwant, maar dat weet Ruth nog niet, van Naomi's overleden man. Hij is rijk.

Er vindt een heel subtiele toenadering plaats tussen deze buitenlandse, met Naomi meegekomen, nog niet erg oude weduwe Ruth, die van de bedeling leeft, en de rijke Boaz. Het wordt een schaakspel van plichtplegingen, hoffelijkheden en kleine voorkeursbehandelingen. Maar alles, daarover geen misverstand, even gentleman- en gentlewomanlike. Misschien lokt Ruth de bejegening die zij van Boaz ondervindt zelf ook wel een beetje uit. Maar intussen werkt ze keihard. Van zijn kant arrangeert Boaz de oogst zo dat Ruth aan het eind van de dag met een onwaarschijnlijke hoeveelheid gerst thuiskomt. Wanneer Naomi aan Ruth vraagt bij wie zij dan wel gewerkt heeft, geeft haar schoondochter een lange zin ten beste (2:20) waarvan pas het laatste woord zijn naam is.

De rest van de oogsttijd blijft Ruth op het veld van Boaz werken.

NACHT/EXTERIEUR. Die twee draaiboekaanduidingen zouden er staan boven het volgende, indien tot filmscript omgewerkte, hoofdstuk. Daarin zet Ruth haar volgende stap. Deze keer gaat het om een manoeuvre die volledig door Naomi geregisseerd is. Ruth is nu zelf een schaakstuk geworden in een partij tussen Naomi en Boaz. De schoonmoeder weet namelijk dat Boaz de aanstaande nacht op de dorsvloer door zal brengen. Zij draagt Ruth op goed te kijken waar hij, na gegeten te hebben, precies gaat liggen. Zij moet zelf ongezien blijven en zich als het donker is aan zijn voeteneind vlijen. 'Dan zal hij u wel duidelijk maken, wat gij doen moet', aldus Naomi tot haar schoondochter.

Waar Naomi precies op uit is, daarover zijn de commentatoren het onderling niet eens. Maakt zij Boaz attent op wat hij heus wel zal weten, namelijk dat hij, zoals haar schoondochter inmiddels ook weet, één van hun zogenaamde lossers is? Een losser, moet de lezer weten, is een familielid in mannelijke lijn, gewoonlijk een broer, die als verwekker van nageslacht invalt wanneer de bewuste mannelijke lijn dreigt af te breken. Zo'n losser fungeert dus als substituut of plaatsvervanger. Een losser kan ook wel eens alleen maar financieel te hulp schieten. Of is het een veel bescheidener doel dat Naomi heeft, zoals anderen menen, en solliciteert zij naar iets als een concubinaat voor haar schoondochter?

Ruth doet hoe dan ook wat Naomi haar geadviseerd heeft. De man ligt naast zijn korenhoop, de vrouw legt zich aan het voeteneind. Midden in de nacht schrikt hij wakker en grijpt om zich heen. ,,En zie, daar lag een vrouw aan zijn voeteneind. En hij vroeg: Wie zijt gij? Zij antwoordde: Ik ben Ruth, uw dienstmaagd: spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.'' De losser?! Dat kwam in elk geval niet voor in de instructie van haar schoonmoeder. Is dit een zet van Ruth zelf of is het een kleine slordigheid van haar?

Maar de reactie van Boaz is in alle gevallen groots en royaal: hij verklaart zich bereid, haar losser te zijn, maar waarschuwt dat er nog een andere losser is, nader dan hij. Hij is bovendien zo voorkomend een paar maatregelen te nemen die moeten beletten dat Ruth in opspraak zou kunnen raken.

De volgende dag, tevens hoofdstuk 4, is vooral de dag van Boaz. Hij heeft zich naar de stadspoort begeven en is daar gaan zitten. De poort, althans het plein erachter, is de plaats van de rechtspleging. Hier verwacht Boaz zijn collega-losser te treffen. Hij roept hem bij zich. In het bijzijn van tien mannen uit de oudsten der stad voert hij vervolgens een juridisch toneelstukje op. Dat doet Boaz erg slim. En voor dit laatste hoofdstukje heeft de verteller - in elk geval voor de argeloze moderne lezer - nog een verrassing in petto gehouden. Wat blijkt? Dat Naomi een stuk land bezit. Dat stuk land, zo zegt Boaz nu tegen de andere losser in spe, wil Naomi verkopen.

Boaz vraagt hem, het te lossen - wat hier blijkbaar betekent: kopen, om het voor de clan of de stam te behouden. De ander verklaart zich bereid. Dan doet Boaz zijn beslissende zet. U moet zich wel realiseren, zegt hij, dat Ruth erbij hoort. Want de naam van de gestorvene dient op diens erfdeel instandgehouden te worden. Dit is dan misschien niet helemaal zo'n leviraatshuwelijk, van een gesubstitueerde broer met een weduwe, maar wel iets wat er sterk op lijkt, op twee fronten tegelijk. Het land moet in dezelfde hand blijven en er mag geen schakel ontbreken in de genealogische ketting.

Nu schrikt de kandidaat-losser terug: hij ziet ervan af. En dan komt die mooie scène van het uittrekken en overhandigen van de schoen, ter bekrachtiging van het zojuist besprokene. Dit is blijkbaar net zoiets als het verlijden van een notariële akte. Boaz koopt het land van Naomi en huwt Ruth. Hun zoon, eigenlijk geboren uit een dubbel plaatsvervangerschap, is de grootvader van David, met wiens beknopte genealogie het boek Ruth besluit.

Het is een wonderbaarlijk spiegelpaleis, dit kleine boek. Gespiegeld worden hier land van herkomst en land van aankomst, immigratie en emigratie, autochtoon en allochtoon, twee schoondochters, twee lossers. Loyaliteit en trouw zijn de trefwoorden. Maar de genoemde tegenstellingen worden in zekere zin geïroniseerd zo niet opgeheven doordat juist Ruth, in haar schitterende hoofdrol als vreemdeling, een toonbeeld van loyaliteit is. Een ideale schoondochter, dat was in deze tijd zeker niet: een Moabitische weduwe zonder kinderen die per se mee wilde naar een land dat het hare niet was.

Wat een prachtige opera zou Ruth kunnen zijn! Met al die riante mogelijkheden. De aria van het bittere afscheid dat Naomi van beide dochters wil nemen. Ruths aria van de totale toewijding. Het afscheidsduet van de vertrekkende schoonzusters. Het koor van de arenlezende meisjes. Het duet op de dorsvloer. Het koor van de oudsten van de stad. En niet te vergeten het koor van die merkwaardige, hier verder onbesproken gebleven burinnen, die de stamhouder in 4:17 een naam geven, en daarna misschien nog even het stamregister van David ten gehore zouden kunnen brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden