Levenslessen

Rutger Bregman: "Het komt niet vanzelf goed"

Beeld Merlijn Doomernik

Historicus en journalist Rutger Bregman (28) houdt ervan ingewikkelde kwesties simpel te maken. Van hem geen analyses meer met honderd voetnoten. Na de overwinning van Trump waarschuwde hij in een pamflet: '2016 is het 1933 van mijn generatie.'

Les 1: Honger naar kennis kan ook later ontstaan

"Op de middelbare school was ik een zeer gelukkige jongen, maar wel een tikje ongemotiveerd en ongeïnteresseerd. Ik spijbelde geregeld en niemand had het door, tot er een nieuwe conrector kwam die zei: Als je nu niet ophoudt, stuur ik de leerplichtambtenaar op je af. Alleen voor geschiedenis haalde ik hoge cijfers: dat vond ik echt een leuk vak. Ik ging geschiedenis studeren in Leiden, maar veranderde pas van houding toen een goede vriend me een keer meenam naar een avond van de kleine christelijke studentenvereniging S.S.R.-N.U. in Utrecht. Daarna stapte ik over van de Universiteit van Leiden naar die van Utrecht.

Ik werd daar lid van een klein dispuut van zes jongens, met 'verwondering' als centraal thema. We bezochten lezingen, ouwehoerden over van alles en nog wat en deden alsof we alles afwisten van de filosoof Ludwig Wittgenstein. Vond ik het op de middelbare school nog vooral belangrijk om zoveel mogelijk Fifa te spelen, nu vond ik het ineens cool om van heel veel dingen zoveel mogelijk te weten.

Vanaf het tweede jaar volgde ik het dubbele aantal vakken en als ik naar het toilet ging, luisterde ik naar hoorcolleges op mijn iPod. We hadden een kabel van mijn kamer naar de douche gelegd, zodat je ook daar naar muziek kon luisteren. Werden mijn huisgenoten helemaal gek als ik hoorcolleges van Maarten van Rossem of Herman Philipse opzette."

Levenslessen
In de wekelijkse rubriek 'Levenslessen' vertellen bekende en minder bekende Nederlands over de dingen die zij in het leven geleerd hebben

Beeld Merlijn Doomernik

Les 2: Versimpel dingen

"In mijn derde studiejaar schreef ik een ellenlang paper, met minstens honderd voetnoten - dat vond ik toen erg belangrijk. Ik kreeg er een negen voor. Na twee weken las ik het nog eens door en realiseerde ik me dat ik geen flauw benul had van wat ik nou had geschreven. Dat moment heb ik altijd onthouden en nu is mijn missie: maak dingen eenvoudiger. Het is veel gemakkelijker om dingen moeilijk te maken, maar heel moeilijk om dingen makkelijk te maken.

Dat zie je in de wereld van het management, de universiteit en ook in de politiek. In zekere zin worden mensen daarvoor opgeleid: maak dingen zo moeilijk mogelijk zodat je kunt verhullen dat je geen idee hebt waar je het over hebt. Maar heel vaak zijn dingen niet ingewikkeld. Zoals het bestrijden van armoede: hoe pak je dat het beste aan? Armoede is geldgebrek, dus de oplossing is: geef geld. Heel veel studies laten zien dat dat werkt. Maar dan zeggen we: Kan het echt zo simpel zijn? Dat is wel heel plat, hè?

Soms is iets niet heel ingewikkeld, maar hebben mensen er belang bij het ingewikkeld te houden omdat ze daar status aan ontlenen of veel geld mee verdienen. Een van de standaardregels die ik heb ontdekt omdat ik regelmatig lezingen geef, is: hoe beter ik betaald krijg, hoe minder ontwikkeld en geïnteresseerd mijn publiek. Studenten zijn nog heel gretig. En bij een lezing in een bejaardentehuis bleek iedereen mijn boek 'Gratis geld voor iedereen' gelezen te hebben. Spreek je voor een zaal met tweehonderd consultants, dan moet je meestal bij het begin beginnen."

Les 3: Het komt niet zonder meer goed

"Mijn ouders zijn allebei gelovig, ik ben dat niet. Al vraag ik me af of het verschil nou zo heel groot is - vaak heb ik het idee dat we andere woorden gebruiken om hetzelfde te zeggen. Wat ik van huis uit heb meegekregen, is het belang van een groter verhaal: een mens heeft niet genoeg aan een beetje piekeren over zijn koopkracht en zijn relatie. Maar ik ben er niet van overtuigd dat er een kosmisch principe is dat ervoor zorgt dat het goed komt.

De centrale les bij veel religies is dat er nog een moment van rechtvaardigheid komt. Dat denk ik niet: sommige mensen hebben gewoon pech. Stel dat je in Syrië wordt geboren, je land ontvlucht en die enorme reis naar Europa maakt, waar ze je terugsturen naar Syrië en daar sterf je vervolgens: dat komt dus nooit meer goed. Als we willen dat het wél goed komt, moeten we het nu zelf doen.

In mijn studententijd zette ik me af tegen het geloof, later besefte ik dat het niet zozeer tegen het geloof van mijn ouders was, maar vooral tegen het geloof van de strengere kerk. Of tegen het meer dogmatische geloof van sommige verenigingsgenoten, en tegen de suggestie dat het moedig zou zijn om je twijfel weg te drukken en je over te geven. Dan dacht ik altijd: hoezo is dat moedig?Weet je wat moedig is? Niet geloven. Want daar krijg je helemaal niks voor terug. Dan is er geen leven na de dood en krijg je geen zalvende woorden over dat het allemaal wel goed komt."

Les 4: Engagement is meer dan een bericht op Facebook liken

"Toen Donald Trump de verkiezingen had gewonnen, ergerde ik me in de dagen daarna heel erg aan de analyses die als strekking hadden: het valt wel mee. Ik dacht: misschien gaat het niet meevallen. Misschien is dit echt een gigantische ramp voor het klimaat, de financiële sector, de miljoenen mensen die hun gezondheidszorg verliezen, voor de ongelijkheid die verder groeit: misschien is dit wel het begin van iets wat nog veel naarder is.

Een aantal dagen later schreef ik een artikel voor De Correspondent waarin ik heel duidelijk het gevoel wilde uitspreken: mensen, word wakker! Het is niet meer genoeg om aan de zijlijn te blijven staan en te zeggen: 'Hoe verklaren we dat een kwart of misschien wel een derde van de kiezers PVV wil stemmen? Ach, dat zullen wel domme mensen zijn' - en dan hebben we dat ook weer verklaard. Die houding is niet genoeg, net zoals alleen af toe Unicef liken op Facebook niet genoeg is.

Het was een oproep aan vooral mijn generatiegenoten om nu op te staan, omdat ik echt denk dat alles erop wijst dat 2016 een historisch jaar wordt met de Brexit en Trump. Heel vaak vragen mensen mij: Wat moet ik doen? En eigenlijk is die vraag al verkeerd. Want ja, wat moet ík doen? Het gaat erom wat wíj moeten doen. Als dat de eerste vraag is, zie je al hoe ver het individualisme is doorgeschoten.

Maar het tweede antwoord is best simpel. Hoe zien sociale bewegingen in de afgelopen paar eeuwen eruit? Altijd hetzelfde: mensen die bij elkaar komen - niet alleen online, maar vooral ook echt - en die clubjes beginnen, die gaan demonstreren, die zich laten horen en op allerlei manieren de idealen in hun leven laten weerklinken."

Beeld Merlijn Doomernik

Les 5: Zelfspot is een verademing

"Veel mensen denken bij een studentenvereniging aan jongetjes in jasje-dasje en comazuipen, maar een goede studentenvereniging kan je veel leren. Om het leven niet altijd zo serieus te nemen bijvoorbeeld, en om dingen met een knipoog te doen. Naarmate mensen ouderejaars werden bij ons, waren ze beter in staat tot zelfspot. En dat kan zo'n verademing zijn - had Donald Trump maar wat meer zelfspot! Wat ik ook mooi vond, is dat binnen onze vereniging het principe van de 'amicitia' centraal stond. Alle mores - vaak vertaald als regels, maar het zijn meer zeden - moesten daaraan bijdragen: alles was erop ingericht om iedereen in zo'n kleine gemeenschap, die groter is dan een normale vriendschap, erbij te betrekken. Dus: je jas aanhouden in de sociëteit? Dat deed je niet, dat is niet gezellig. Op je telefoon zitten? Ook niet gezellig.

Alle overtredingen werden bestraft met rondjes geven. Maar het was heel duidelijk wat ons doel was: mensen bij elkaar krijgen. In het normale sociale leven spreek je bijvoorbeeld met mensen af om samen naar een festival of kroeg te gaan. Nu ging ik naar de sociëteit en zag ik wel wie er was. Kende ik mensen wat minder goed, dan paste je het 'open-de-kring'-mos toe (mos is het enkelvoud van mores, CB): je ging er gewoon bij staan en dan ging de kring altijd open - mits je je natuurlijk met een liquide geste inkocht. Je kocht sowieso nooit één biertje, maar altijd minstens twee. Dit soort plekken hebben we nauwelijks meer in onze samenleving en dat vind ik jammer."

Les 6: Inspiratie bestaat niet

"Over mensen die schrijven bestaat het clichébeeld dat ze klaar zitten met een cappuccino en hun laptop, en dan gaan zitten wachten tot de inspiratie tot hen komt. Maar zo werkt het volgens mij totaal niet. Ik heb meestal een idee en in mijn hoofd is dat dan een prachtig idee, maar als ik het ga opschrijven blijkt het echt bagger te zijn: de ene zin die ik eruit pers blijkt nog lelijker dan de andere. De hele tijd lukt het net niet, maar elke keer mislukt het ietsje minder en zo kom je steeds dichter bij wat je zou willen, al haal je nooit de honderd procent - hoogstens zestig of zeventig.

Mijn eerste boekje 'Hoe haal ik mijn tentamen?' is er gekomen doordat ik massaal uitgeverijen ben gaan spammen totdat de dertiende zei: Leuk, doen we. Als je iets graag wilt, ga dan niet wachten totdat de maagden uit de hemel komen vallen."

Les 7: Een titel maakt je niet tot iemand die het beter weet

"Vroeger was ik gevoelig voor titels. Ik was zo'n student die mijn professoren ook echt 'professor' noemde - dat vond ik mooi, want dat wilde ik zelf misschien ook nog eens worden. Dus vond ik het belangrijk om daar een cultus omheen te creëren. Dat ben ik helemaal kwijt. Je hebt heel intelligente professoren, maar lees eerst maar eens wat ze hebben geschreven. Bepaal niet al van tevoren dat ze briljant zijn. Het wil nog wel-eens tegenvallen."

Beeld Merlijn Doomernik

Les 8: Liefde is: niet moe worden van een ander

"Afgelopen zomer ben ik getrouwd - het was een prachtige dag - en een paar maanden eerder kwamen mijn ouders bij ons eten en kletsten we een beetje over het huwelijk en wat dat betekent en zo. Mijn moeder zei op een gegeven moment: 'Rutger, weet je wat het is, ik word eigenlijk van iedereen moe behalve van je vader.' De beste definitie van liefde die ik ooit heb gehoord. De meeste liefdesliedjes gaan over hoge pieken en heftige emoties, maar het geniale aan deze definitie is dat ze negatief is geformuleerd. Het gaat om de afwezigheid van iets.

En het klopt: ik word van iedereen moe, op den duur zelfs van mijn beste vrienden, maar van mijn vrouw nooit. Daar draait het om. Ik denk dat het soms fout gaat omdat mensen in hun relatie almaar op zoek gaan naar de hoge bergen. Ik zeg niet dat die hoge bergen er niet moeten zijn, maar die kun je niet altijd en overal hebben. Het grootste deel van het leven bestaat niet uit epische momenten. Het leven is vooral erg kneuterig, en dat is prima zo."

Rutger Bregman

Rutger Bregman (1988) studeerde geschiedenis aan de universiteit van Utrecht en in Los Angeles. Hij schrijft voor het online journalistenplatform De Correspondent en publiceerde vier boeken: 'Met de kennis van toen' (2012), 'De geschiedenis van de vooruitgang' (2013) (beide bij de Bezige Bij), 'Gratis geld voor iedereen' (2014) en 'Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers' (met Jesse Frederik, 2015) (beide bij De Correspondent).

'Gratis geld voor iedereen', over het basisinkomen, is onlangs aan vijftien landen verkocht, waaronder de VS, Japan, Engeland, Duitsland en Turkije. Samen met Jesse Frederik heeft hij een veelbeluisterde podcast: de Rudi & Freddie Show.

Bregmans artikel '2016 is het 1933 van mijn generatie' is te vinden op decorrespondent.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden