Rust

'Wat we missen, is rust. Rust om goed na te denken, rust om iets grondig uit te zoeken, rust om de grote lijnen en de fundamenten weer duidelijk voor ogen te krijgen. Kortom, rust om ons te bezinnen.' Politiek filosoof Andreas Kinneging daagt politici en journalisten, wetenschappers en ambtenaren uit om rustiger te werken. 'Bestudeer Montesquieu, de Federalist Papers en Tocqueville.'

door Andreas Kinneging

Oppervlakkigheid stempelt de publieke discussie. Kijk naar de discussie over waarden en normen, die het niveau van platitudes maar niet overstijgt. Hetzelfde geldt voor de discussie over de Europese grondwet. Nadenkend over de vraag waar dit aan zou kunnen liggen, realiseerde ik me gaandeweg dat oppervlakkigheid zelf tot de ondeugden behoort, die de morele crisis van het westen vormen. Geen wonder dat de discussie aan de oppervlakte blijft steken.

Dat de oppervlakkigheid regeert, behoeft geen uitgebreide toelichting. Ik noem slechts, bij wijze van voorbeeld, een paar opvallende fenomenen. Neem, om te beginnen, de pers. We weten allemaal - we behoren het althans te weten - dat de vrije pers één van de pijlers is van onze vrijheid, omdat ze de macht, waar die ook schuilt, controleert en zo in de hand houdt. Deze rol van de pers is zo belangrijk, dat men met zekerheid kan stellen dat waar de vrijheid van de pers wordt ingeperkt door de macht, deze laatste autocratisch is. En autocratische macht (alleenheerschappij) gaat op den duur altijd gepaard met willekeur, machtsmisbruik, repressie, rechtsonzekerheid en schending van de fundamentele rechten van de mens.

Een vrije pers is dus geboden, maar het getuigt van oppervlakkigheid te menen dat het doel dat daarmee beoogd wordt, al bereikt is wanneer er een divers palet is aan kranten en opiniebladen, dat niet gehinderd door de macht nieuws kunnen vergaren. Als de pers onkritisch meedrijft op de golfslag van de actualiteit, als ze slechts achter de waan van de dag aanholt, als het haar vooral te doen is om een sensationele scoop en human interest verhalen over love babies, dan vervult ze haar rechtsstatelijke functie onvoldoende of zelfs helemaal niet. Die rol vervult ze alleen met serieuze, oprechte, kritische journalistiek, met onderzoeksjournalistiek dus.

Daarmee is het, zoals we weten, slecht gesteld. De onderzoeksjournalistiek is zo goed als dood. Er is eenvoudigweg geen tijd voor. De dead-

lines zijn moordend. Alle artikelen moeten binnen enkele dagen, vaak binnen enkele uren af zijn. Tijd voor reflectie ontbreekt. Ook iemand vrijstellen om gedurende een langere periode een uitgebreid onderzoek te doen, is out of the question. Geen geld voor. En zo blijft slechts over wat snel, simpel en smeuïg is: infotainment. De Europese grondwet? Even snel een paar mensen interviewen en een stukje typen. Klaar is Kees. Volgende onderwerp.

Dezelfde haast, dezelfde deadlines, dezelfde drukte teisteren de politiek en de ambtenarij, onderwijs en wetenschap, advocatuur en rechterlijke macht, kortom alle geestelijke professies met een publiek belang. Men heeft iedere dag een vergadering, vaak meerdere, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Over alles wat aan de orde komt wordt men geacht een mening te hebben. Ter voorbereiding van de vergaderingen, of gewoon ter informatie, ontvangt men elke dag een niet aflatende stroom beleidsnotities, terwijl het 'gewone' werk doorgaat. De telefoon staat niet stil en de computer kondigt iedere vijf minuten de ontvangst van een nieuw emailbericht aan. Als de secretaresse of een collega ziek is, kan zij/hij wegens gebrek aan budget niet vervangen worden. De overblijvers gooien er dan een tandje bij. Ze waren toch al gewend om drie avonden per week door te werken. Dat worden er nu vier. En het weekend niet te vergeten, in ieder geval de zondag vanaf een uur of twaalf.

Een voorbeeld uit de sfeer van politiek en ambtenarij. Kort geleden kruiste ik de degens met een Nederlandse politicus die deel had uitgemaakt van de Europese conventie, die onder voorzitterschap van de heer Giscard d'Estaing een Europese grondwet in elkaar heeft geflanst. Al gauw bleek dat mijn opponent nog nooit echt had nagedacht over het fenomeen grondwet. Dat er een traditie is van constitutionele theorie, teruggaande tot de oudheid en culminerend in Montesquieu, de 'Federalist Papers' en Tocqueville, was voor hem volkomen nieuw. Dat de Amerikanen in 1787 en 1788 ook een conventie hebben gehouden, de Philadelphia Convention, die een zo voortreffelijke grondwet in elkaar heeft getimmerd, dat hij nu nog, meer dan tweehonderd jaar na dato en nauwelijks geamendeerd, de juridische en morele grondslag vormt van dat land, ondanks het feit dat de VS van toen qua inwonertal, rijkdom, macht en cultuur, nauwelijks te vergelijken zijn met de huidige VS, dat alles was onze politicus onbekend. En hij had ook niet het gevoel dat de deelnemers aan de Europese conventie hun licht hadden moeten opsteken bij hun Amerikaanse voorgangers.

Deze politicus vormt geen uitzondering. Integendeel, de gehele Europese conventie bestond uit dergelijke oppervlakkige pragmatici. Dat is ernstig, want een Europese rechtsstaat zal op deze wijze nooit tot stand komen. Wie niet is ingewijd in en doordrongen van de grondvesten van

limited government, de trias politica en de representatieve democratie, wie zich niet bewust is van de grote vragen die in deze leerstukken aan de orde zijn en worden opgelost, maakt er een staatsrechtelijke bende van en schept een draak van een grondwet, die niets dan chaos sticht of onderdrukking.

Kunnen we het de politici kwalijk nemen dat ze hiervan geen flauwe notie hebben? Neen, ze hebben immers nooit tijd om zich ergens in te verdiepen. Aan boeken lezen komen ze niet toe, laat staan aan een grondige studie van de klassieken der constitutionele theorie. Dit is het wezenlijke verschil met de Philadelphia Convention. De mensen die daaraan meededen - en velen er omheen - hadden wel lang gestudeerd op de materie en hadden er een bezonnen visie op ontwikkeld. Dat blijkt wel uit de Amerikaanse grondwet.

En de ambtenarij dan? Biedt deze geen tegenwicht tegen de ondraaglijke lichtheid van de politici? Ik vrees van niet. Om bij de Europese grondwet te blijven: kort geleden verzuchtte de directeur van de afdeling constitutionele zaken van het ministerie van binnenlandse zaken tegen me dat zowel hijzelf als zijn mensen geheel in beslag werden genomen door de actualiteit - de gekozen burgermeester en dergelijke. Tijd om zich te verdiepen in de fundamenten van de rechtsstaat en vanuit dat perspectief een bijdrage te leveren aan de discussie over de Europese grondwet was er niet. En dat van de baas van een afdeling die geldt als de ambtelijke waakhond van de rechtsstaat.

Gelukkig, zo lijkt het, zijn er altijd nog de universiteiten. Daar wordt nog grondig nagedacht, daar worden nog fundamentele beschouwingen geschreven. Of niet soms? Nee dus. De universiteiten zijn allang niet meer de tempels van de geest die, afgeschermd van het geroezemoes en gekwaak van het alledaagse leven, vrijgesteld van de druk van de markt, aan de contemplatie zijn gewijd. Voor contemplatie is geen tijd meer. Door de grote studentenaantallen en de nog grotere bezuinigingen op de universiteiten is de onderwijslast meer dan exponentieel gestegen. Daar komen nog de bestuurlijke klussen bij. Interessant genoeg is de bestuurslast met de komst van allerlei 'ondersteunend' personeel alleen maar toegenomen. Wezenlijk kenmerk van het universitaire bestuur: alles wordt voortdurend veranderd. Alle regels en afspraken staan permanent ter discussie.

In de geringe tijd die resteert, moet onderzoek worden gedaan, bijvoorbeeld over de Europese grondwet. Er is een publicatiedwang van een artikel of drie per jaar, op straffe van - uiteindelijk - ontslag. Het zal duidelijk zijn dat die artikelen niets wezenlijks toevoegen aan onze kennis. Zo is er vanuit de universiteiten over de Europese grondwet nog maar bar weinig van enige betekenis naar voren gebracht. Dat kan ook niet anders als alles in grote haast moet worden geschreven. Voor rustige reflectie op een ingewikkeld en veelomvattend onderwerp als de Europese grondwet is dan geen ruimte. Het maakt overigens weinig uit of de artikelen nu goed zijn of niet, want niemand leest ze. Immers, niemand heeft er tijd voor, zeker de journalist, de politicus en de ambtenaar niet.

Maken we de balans op van het voorgaande, dan kunnen we maar tot één conclusie komen: wat we missen en waar we meer behoefte aan hebben dan aan wat ook is rust. Rust om goed na te denken, rust om iets grondig uit te zoeken, rust om de grote lijnen en de fundamenten weer duidelijk voor ogen te krijgen. Kortom, rust om ons te bezinnen.

Dat geldt waarschijnlijk voor iedereen, maar vooral voor genoemde geestelijke professies met een publiek belang: journalistiek, politiek en de ambtenarij, onderwijs en wetenschap, advocatuur en rechtelijke macht. Omdat dit de cultuurdragende professies zijn, dragen ze een speciale verantwoordelijkheid. Als zij niet goed functioneren, komt de samenleving als geheel in de gevarenzone.

Deze geestelijke professies kunnen alleen goed functioneren, als degenen die deze professies uitoefenen de rust hebben om door de oppervlakte van de dagelijkse feitenstroom heen te breken, om zich de wezenlijke vragen te stellen omtrent de menselijke conditie, aard en geschiedenis. En om de meest doordachte antwoorden die in de loop van de tijd gegeven zijn op deze vragen aandachtig te bestuderen. De politicus, bijvoorbeeld, die een Europese grondwet maakt en daarmee de grondbepalingen vaststelt van de toekomstige Europese staat, moet bovenal van deze fundamentele zaken kennis hebben. Want, zoals de Federalist Papers het uitdrukken, 'wat is de staat anders dan de grootste van alle bespiegelingen op de menselijke natuur'?

Waar haalt men die geestelijke habitus en die kennis vandaan? Uit de beste bronnen die we hebben, de werken van de grootste denkers en dichters die hebben geleefd. Van Homerus, Thucydides en het Evangelie tot Dostojewski, Nietzsche en T.S. Eliot. Alleen wie door deze mal is gevormd, kan van zichzelf met recht zeggen dat hij educated, gebildet is.

Alle anderen leven, hoeveel specialistische kennis ze ook hebben, op de tast.

Het bestuderen van deze bronnen vereist rust. Ze moeten herkauwd worden. Ze moeten langzaam bezinken. Daarvoor is tijd nodig en de geestelijke ruimte die ontstaat als men vrij is van praktische zorgen. De maatschappij heeft er dus alle belang bij om die rust te creëren en te waarborgen.

Dit inzicht gaat terug op de oudheid en was tot voor kort onaangevochten. Het kwam tot uiting in het ethos van de beoefenaren van de geestelijke professies - Bildung was een must - als ook in diverse instituties, zoals de zondagsrust, de retraite, het gymnasiale en universitaire curriculum, de beperkte werklast van bijvoorbeeld politici, advocaten en rechters, de wetenschappelijke bibliotheken die in stand werden gehouden ook al kwam er bijna niemand, de academische vrijheid van de onderzoeker, aan wie geen eisen werden gesteld, etc.etc. Allemaal vanuit de gedachte dat er voor hen die deel uitmaken van de geestelijke professie, gelegenheid moet zijn om na te denken over de wezenlijke dingen.

Al deze instituties, al deze enclaves van rust, is de afgelopen jaren de nek omgedraaid. De geestelijke professies zijn allemaal, naar het woord van de theoloog/filosoof Josef Pieper die zo fraai heeft geschreven over deze thematiek, ingespannen in de 'totale arbeidswereld'. Ze zijn 'verproletariseerd'. Ze zijn 'gelijkgeschakeld' en maken nu deel uit van de markteconomie. En dat blijkt duidelijk uit de kwaliteit van de journalistiek, de politiek, de rechtspraak, de wetenschap en de andere geestelijke professies. Die is, in één woord, om te huilen. Als dat niet verandert, kan het niet anders of het zal op den duur vreselijk misgaan. De gang van zaken rond Europese grondwet is daar een teken van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden