Rust zoeken langs de IJzeren Rijn

(Trouw)

Nationaal park ’De Meinweg’ wordt geroemd als een van de parels van Limburg. Klopt dat?

Hoofdschuddend steken we de Keulsebaan bij Roermond over en rijden een stukje Herkenbosch in. We willen het natuurschoon in ons land niet samen met dichter J.C. Bloem bagatelliseren tot ’een stukje groen ter grootte van een krant’. Maar we hadden ons bij ’Nationaal Park De Meinweg’ toch wel iets anders voorgesteld dan een golfterrein, een drukke provinciale weg, luxevilla’s en een stevig bedrijventerrein, met vlak daarvoor een bordje Roermond. Staatsbosbeheer moet kennelijk alle zeilen bijzetten tegen de urbanisatiedrift van de Nederlandse bevolking.

Een tijdje geleden mochten we een poosje aan de Haagse politiek ruiken. We herinneren ons nog de gepassioneerde strijd van PvdA-kamerlid Roos Vermeij tegen de bedrijventerreinverloedering in Nederland. Die verloedering van: Oh, nog een mooi onbedorven stukje landschap aan de rand van de gemeente? Daar kunnen we wel een bedrijventerrein beginnen! Kom op, Roos, met je aanvalsplan. Pak wethouder Jos van Rey (ooit kamerlid voor de VVD) en zijn Roermondse ruimtelijke barbaren!

Maar laten we terugkeren naar de positieve verwachtingen waarmee we deze fietstocht zijn begonnen. Want Staatsbosbeheer, die de route heeft opgesteld, noemt ’De Meinweg’ een van de mooiste nationale parken van Nederland en een paradijs voor rustzoekers. En elders wordt gesproken van een van de parels van Limburg. Dat belooft wat!

Het park, dat tot in Duitsland doorloopt, is een terrassenlandschap met heidevelden, beken, vennen, moerassen en bossen vol wild. Het park is onderdeel van een landschappelijk aaneengesloten gebied dat loopt van Nijmegen tot Wassenberg, aan de oostkant van De Meinweg. Veel van het naaldhout, dat destijds in het park is aangeplant, heeft gediend om de staatsmijn Beatrix in Herkenbosch te stutten. De Beatrix werd in 1954 gebouwd, maar is nooit in gebruik genomen. De Meinweg heeft overigens niks met de mijnbouw te maken, maar komt van het woord gemein, ’gemeenschappelijk’.

Het spoor De IJzeren Rijn speelt een belangrijke rol in het gebied. Maar liefst vier keer kruis je hem tijdens de route. Twee keer, ten oosten van het officiële startpunt bij het bezoekerscentrum, vlak na elkaar. In de 20 jaar dat het spoor ongebruikt is, heeft de natuur zijn werk gedaan tussen de rails en de bielzen, en is er zelfs drijfzand ontstaan. Gaandeweg komen we er trouwens achter dat de naam van de route enigszins misleidend is. We doen wel de randen van het park aan, maar dringen er niet diep in door. Want daar moeten we waarschijnlijk het paradijs voor de rustzoekers situeren.

Maar ook rond de Roer en de bijbehorende dorpen als Postenholt en Reutje is het aangenaam fietsen. In de omgeving van Sint Odilienberg wijken we even van de route af. We koersen niet rechtdoor de kant op van de Roermondse tv-toren, maar slaan rechtsaf, achter een boerderij langs. Een kronkelige weg voert eerst langs de mooie Thaborpriorij van de kannunikessen van het Heilig Graf en dan staan we aan de noordkant van het dorp aan de voet van de indrukwekkende basiliek, die maar liefst aan drie missionarissen is gewijd die in de regio werkten: de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus. We verbazen ons: zo’n klein dorp en toch zo’n kolos van een kerk.

Maar eigenlijk zijn we gekomen voor het kleine museum aan de voet van de basiliek. Hier zijn leuke herinneringen bijeengebracht aan De IJzeren Rijn. Zijn geschiedenis staat er op poppen, hangt er aan de wand of ligt er in vitrines. Dat moet je op zo’n tocht toch wel even hebben gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden