Rust, ruimte en een restaurant

Willem Streekstra kijkt sinds vier jaar met heel andere ogen naar de ganzen die in de wintermaan den op zijn grasland neerstrijken. Vroeger betekende de komst van de vogels uit het hoge noorden voor de melkveehouder uit Oostmahorn vooral veel stress. Want de ganzen vraten het gras voor zijn melkkoeien weg en vormden daardoor een aanzien lijke schadepost.

In zijn monumentale boerderij vertelt Streekstra dat het gebied na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 zeer aantrekkelijk is geworden voor ganzen. Ze vinden er niet alleen een ruim gedekte tafel maar ze kunnen ook in het ondiepe water van het Lauwersmeer veilig slapen.

Streekstra: ,,De situatie werd onhoudbaar. Je moest ze verjagen en bejagen en een eindeloze papieren weg afleggen om de schade vergoed te krijgen. Zo moest je aantonen dat je je had ingespannen om de ganzen te verjagen, je moest elke keer weer formulieren invullen, taxateurs ontvangen en afwachten wat je uiteindelijk aan schade vergoed zou krijgen. En de schade liep steeds verder op, tot tienduizenden guldens per jaar. En hoe groter de bedragen werden, des te langer moest je op je geld wachten.'

Het moest anders, vond Streekstra, en hij richtte met andere landbouwers in Oost-Dongeradeel de vereniging Guozzekrite (Ganzenkring) op die in 1996 met het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij een overeenkomst sloot: in ruil voor een vaste vergoeding laten de boeren de ganzen met rust. Het ganzengedooggebied Oost-Dongeradeel beslaat zo'n 2200 hectare; bij de Guozzekrite zijn ruim honderd boeren aangesloten.

De landbouwers zetten hun koeien eerder op stal (half oktober) en laten de ganzen ongestoord op hun land grazen. Ook verrichten ze geen verstorende werkzaamheden in de wintermaanden. Streekstra: ,,We bieden de ganzen rust, ruimte én een restaurant. Als je ganzen wilt beschermen, moet je ze ook voedsel bieden. Mijn leven is een stuk rustiger geworden. Ik hoef niet meer hele dagen achter de ganzen aan. Ik geniet nu ook van de ganzen: het is een prachtig gezicht, die ganzen in de lucht. Ze horen gewoon bij dit gebied.'

De Guozzekrite heeft het niet bij gedogen gelaten: de vereniging is zich ook anderszins voor de ganzen gaan inzetten. Zo zijn er in het gebied drie informatiepanelen geplaatst, is er een folder gemaakt, een lespakket voor scholieren in de streek samengesteld en is in Oostmahorn een informatiecentrum over ganzen ingericht. Ook worden ganzenexcursies georganiseerd. De activiteiten van de vereniging vormen een duidelijk voorbeeld van plattelandsverbreding. De leden willen graag doorgaan met het gedoogbeleid; de vereniging is in gesprek met het ministerie over het voortzetten van de vierjarige proef.

Om de kosten voor het Faunafonds (de opvolger van het Jachtfonds) binnen de perken te houden, is afgesproken om de ganzen in de gedooggebieden te concentreren door ze in de omringende gebieden gecoordineerd te verjagen en te bejagen, met het geweer. De afgelopen winter zijn in het gebied rond Oost-Dongeradeel ruim 1200 ganzen doodgeschoten.

Het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra heeft in opdracht van het Fauna fonds in Oost-Dongeradeel onderzocht of het instellen van gedooggebieden (Nederland telt nu zeven van die gebieden met een totale oppervlakte van 13 000 hectare) en het verjagen van ganzen uit de periferie ook leidt tot een afname van de schade.

Volgens onderzoeker Bart Ebbinge werkt het gecoordineerd verjagen wel sturend in de richting van het opvanggebied: ,,Ganzen hebben in de gaten: dit is een rustig hoekje. Ze blijven gemiddeld langer in het opvanggebied zitten dan in de periferie. Maar als daar het voedsel afneemt, keren ze het weer de rug toe.'

Wat de schade betreft: de claims rond Oost-Dongeradeel zijn met meer dan de helft afgenomen. Ebbinge: ,,Maar de schade die hier niet wordt geclaimd, hebben ze waarschijnlijk elders aangericht. We weten dat hier ganzen zijn weggetrokken en ze moeten toch ergens eten.'

Staatssecretaris Faber (natuurbeheer) heeft vorige maand het afschieten van ganzen verboden omdat afschot om schade te voorkomen inderdaad het probleem niet oplost. Er is sprake van een verschuiving: door het afschieten treedt er schade op in gebieden waar vroeger nauwelijks schade werd gemeld. De schade is de afgelopen jaren steeds even groot gebleven (ruim zes miljoen gulden per jaar), ondanks het gebruik van het geweer.

Waar staatssecretaris Faber wél mee wil doorgaan, is het instellen van ge dooggebieden voor ganzen. Over twee jaar moeten deze gedoogzones zo'n 20 000 hectare beslaan. Die oppervlakte biedt volgens Faber de ganzen voldoende rust en voedsel om in goede conditie naar hun noordelijke broedgebieden, hun geboorteplaats in het land van het eeuwige licht, terug te keren.

Die oppervlakte is echter veel te klein, zegt Gerard Muskens van Alterra, die vorige winter de ganzen in het Lauwersmeergebied heeft geteld: ,,Op grond van onze tellingen en schattingen van het aantal brandganzen, kolganzen en grauwe ganzen en het aantal dagen dat zij in het opvanggebied hebben doorgebracht, heb je voor deze drie soorten in heel Nederland veel meer oppervlakte nodig. Wij hebben berekend dat er meer dan twintig gedooggebieden moeten komen met een totale oppervlakte van meer dan 50 000 hectare.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden