Russische geheime dienst bracht Pius XII in diskrediet

Aan paus Pius XII kleeft het imago van nazi-sympathisant. Dat beeld blijkt doelbewust gecreëerd te zijn door de Russische inlichtingendienst KGB.

Dat stelde Ion Mihai Pacepa, voorheen de meest invloedrijke persoon van de geheime dienst van het communistische Roemenië, vorige week in het Amerikaanse tijdschrift National Review.

Pacepa keerde zich in 1978 af van het communistische regime en kreeg politiek asiel in de Verenigde Staten. In het artikel beschrijft hij hoe Sovjetpresident Chroesjtsjov in februari 1960 instemde met een plan van de KGB om het morele gezag van het Vaticaan in West-Europa te ondermijnen, door wijlen paus Pius XII in diskrediet te brengen. Pius was twee jaar daarvoor gestorven, maar de KGB vond hem een geschikt doelwit, omdat een dode zich toch niet kan verdedigen.

Voordien bestreed de KGB de rooms-katholieke kerk vooral in Oost-Europa, door haar te beschuldigen van spionage voor Amerika, en priesters daarvoor gevangen te zetten. Nu wilde Moskou het Vaticaan van binnenuit laten beschadigen, door eigen priesters, die de Heilige Stoel zouden betichten van nazisme. De logica achter die beschuldiging moest zijn dat Pius tijdens de opkomst van nazisme pauselijk nuntius was in München en Berlijn.

Naar eigen zeggen kwam Pacepa aan het hoofd te staan van ’operatie stoel 12’ tegen Pius. Hij diende het Vaticaan ervan te overtuigen dat Roemenië de verbroken banden met de Heilige Stoel (de Sovjets hadden de hoogste rk geestelijke in Roemenië beticht van spionage, en daarop bisschoppelijke kantoren gesloten) wilde herstellen, en daarvoor toegang nodig had tot de pauselijke archieven.

Dat lukte, en al gauw werkten drie Roemeense geheime agenten als spionerende priesters in het Vaticaan. Twee jaar lang verzamelden ze documenten in het handschrift van paus Pius – persoonlijke brieven, teksten van redevoeringen, notulen van vergaderingen – en speelden die door naar Moskou. Daar werden ze bewerkt om te dienen als bijlage bij het script van het roemruchte toneelstuk ’Der Stellvertreter’ (’De plaatsbekleder’), waarvan de centrale gedachte was dat Pius Hitler had gesteund en hem had aangemoedigd de Joden te vervolgen. De bijlagen bij het stuk dienden als ’bewijs’ voor de authenticiteit van die gedachte. Het stuk ging in 1963 in première en zorgde voor een storm van protest aan het adres van wijlen paus Pius XII, die beschouwd werd als koud en harteloos, en meer begaan met Vaticaanse eigendommen dan met het lot van Hitlers slachtoffers. Daarmee was de opzet van de KGB meer dan geslaagd.

Halverwege de jaren zeventig luwde de storm tegen Pius enigszins. Volgens Pacepa vertelden hoge KGB’ers hem toen dat men met de kennis van dat moment niet nogmaals zou suggereren dat Pius en Hitler sympathie voor elkaar hadden. Inmiddels was namelijk uitgelekt dat Hitler ooit het (nooit uitgevoerde) plan had opgevat om Pius te laten ontvoeren.

Onder paus Johannes Paulus II begon het proces om Pius XII zalig te verklaren. Een Italiaanse krant meldde vorig jaar dat Pius in de Tweede Wereldoorlog kloosters had verzocht hulp te bieden aan Joden die bij hen wilden onderduiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden