Russische boeren wilden geen revolutie, zij wilden eten

Historicus Marcel van der Linden, die vandaag zijn afscheidsrede als hoogleraar geschiedenis begon met De Regel van Romer: menig grote verandering is bedoeld om de bestaande manier van leven onder veranderende omstandigheden te kunnen voortzetten. Beeld Maartje Geels

Grote omwentelingen, betoogt historicus Marcel van der Linden, komen vaak voort uit een diep verlangen om alles bij het oude te laten.

De crossopterygians waren primitieve, graatrijke vissen die 416 miljoen jaar geleden in ondiep water zwommen. Een paar hun nazaten doen dat nog altijd, zoals een ander deel van hun nageslacht nu op het land leeft. Want die crossopterygians ontwikkelden hun vinnen zo, dat ze ermee over de bodem konden peddelen. Alsof ze liepen.

Waarom doet een vis dat, investeren in een nieuwe manier van voortbewegen zodat hij zich over land kan verplaatsen? Omdat het water nog weleens droog viel en dan was de vis ten dode opgeschreven, concludeerde paleontoloog Alfred Sherwood Romer in de jaren dertig van de vorige eeuw. Tot de crossopterygian zich over land kon voortbewegen; toen kon hij op zoek naar ander water. Dus, zei Romer, de revolutionaire ontwikkeling van ledematen die leven op land mogelijk maakten, was juist een noodgreep bedoeld om in het water te kunnen blijven.

Marcel van der Linden (65) begon zijn afscheidsrede met de Regel van Romer: menig grote verandering is bedoeld om de bestaande manier van leven onder veranderende omstandigheden te kunnen voortzetten. Vanmiddag zwaaide hij af als hoogleraar geschiedenis van sociale bewegingen aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn functie als directeur onderzoek aan het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam gaf hij drie jaar geleden al op. Hij is daar nu onderzoeker, en dat blijft hij nog een jaar.

Erfenis

Dat hij leentjebuur speelt bij de biologie tekent Van der Linden. Hij is opgeleid als socioloog, gepromoveerd als historicus en nu hoogleraar aan een antropologische faculteit. "En ik ben ook nog een paar jaar leraar economie op een middelbare school geweest." Zijn erfenis zijn de multidisciplinaire onderzoeksteams - bij de UvA, het IISG en ver daarbuiten - waarin naast de historicus, die graag inzoomt op de veranderlijkheid der dingen, de socioloog of de econoom staat die getraind is om wetmatigheden te ontwaren en die algemeen geldend te verklaren. Ook sociaal-geografen en antropologen doen mee. Doel is dat zij elkaar bevragen en aanvullen, zegt Van der Linden. "Als we willen begrijpen wat er met mensen gebeurt, wat mensen doen dan is een combinatie van al die disciplines nodig. Anders heb je maar een klein stukje van de werkelijkheid te pakken."

Het idee om de Regel van Romer op de menswetenschappen los te laten heeft Van der Linden niet zelf verzonnen en, erkent hij, in zijn afscheidsrede zet hij hem een beetje aan. "Grote sociale veranderingen komen nooit alleen maar uit een conservatief motief voort. Er zijn altijd mensen, meestal een minderheid, die werkelijk een revolutionair idee hebben."

Bolsjewieken

Neem de Russische revolutie, zegt Van der Linden, die nu volop in de schijnwerpers staat omdat honderd jaar geleden de Oktoberrevolutie uitbrak. Een periode bovendien waar hij veel onderzoek naar heeft gedaan. Natuurlijk lieten de bolsjewieken onder leiding van Lenin en Trotski zich leiden door grootse vergezichten. Maar het overgrote deel van de Russen toentertijd was boer en had andere dingen aan het hoofd. "De Eerste Wereldoorlog woedde en de Russische boeren waren er slecht aan toe. Ze moesten voedsel afstaan voor de troepen, waardoor ze zelf niet meer genoeg te eten hadden. Hun zonen moesten het leger in, velen stierven. De boeren wilden vrede en hun land bebouwen."

Dan ga je toch niet met de bolsjewieken in zee? Van der Linden: "Die zorgen dat er weer te eten is, was het idee. En een van de eerste dingen die de bolsjewieken deden toen ze de macht hadden, was de vrede van Brest-Litovsk sluiten met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Niemand vermoedde dat er daarna een grote burgeroorlog zou uitbreken. En de boeren hadden geen idee dat de communisten hun land later zouden onteigenen en collectiviseren en dat ze in kolchozen terecht zouden komen. Dat was niet wat ze wilden. Maar voor enige tijd hadden zij en de bolsjewieken een gezamenlijke doelstelling. En de bolsjewieken, die vooral in de steden zaten, hadden de steun van de boeren nodig voor hun voedselvoorziening."

Hadden ze kunnen lezen en waren ze goed geïnformeerd geweest, dan hadden de boeren ook in 1917 al kunnen weten met wat voor mensen ze zich in lieten. Grote kans dat ze zich dan wel twee keer hadden bedacht, zegt Van der Linden, 'want ze hadden overwegend niet de bedoeling om een revolutie tot stand te brengen'.

Beeld Maartje Geels

In beweging

Er zijn een paar zaken die mensen nastreven in het leven, zegt hij. "Dat is autonomie, dat je over je eigen lot kunt beslissen. Dat is zekerheid, dat je genoeg te eten hebt en voor je kinderen kunt zorgen. En dat is respect, dat je in je waarde wordt gelaten. Wanneer die worden aangetast, als de zekerheid verdwijnt, mensen worden vernederd of hun zeggenschap wordt ingeperkt, dan komen ze in beweging." Niet omdat alles anders moet, maar omdat mensen terug willen wat ze zijn kwijtgeraakt.

De steun van de boeren gaf de bolsjewieken de massa die ze nodig hadden, maar de Russische revolutie dreef op de arbeiders in de steden, zegt Van der Linden. Anders dan op het eerste gezicht wellicht lijkt, waren ook die niet per se vervuld van het verlangen de wereld op zijn kop te zetten. "Tijdens de Oktoberrevolutie ontstonden de eerste fabriekscomités. Die vormden de kern van de revolutionaire arbeidersorganisatie in Sint-Petersburg, of Petrograd zoals de stad toen heette, maar het waren geen revolutionaire, maar defensieve organisaties", aldus Van der Linden.

Een half jaar eerder was Rusland opgeschrikt door de Februarirevolutie, de tsaar was aan de kant geschoven. "Onder die dreiging was een groot deel van de bedrijfsleiding vertrokken, vaak naar het buitenland. Arbeiders in de metaalfabrieken - zelfs in de wapenfabrieken, een belangrijke rol was weggelegd voor een fabriek die gasmaskers maakte - zeiden: wij kunnen de productie niet handhaven als we geen management hebben, dus nemen we zelf de leiding over. Het was niet de bedoeling, in eerste instantie, om de maatschappij om te wentelen. De zaken moesten doorgaan en dat lukt niet als de managers er vandoor zijn."

Maar er is een verschil met de boeren, aldus de hoogleraar. "Arbeiders zagen wel een sterke overeenkomst met wat de bolsjewieken nastreefden en zij zijn het project veel langer trouw gebleven. Hun belang was om niet meer overgeleverd te zijn aan de despotie van de kapitalist, om baanvastheid te hebben en een goed inkomen."

De vergelijking dringt zich op met het Amerika van Donald Trump, wiens aanhangers hun banen zagen verdwijnen naar Mexico, China, India of die door machines zijn vervangen. Met hun werk verdween hun bestaanszekerheid en hun trots. Ze stemden massaal op de man die belooft om Amerika weer groot te maken en ze hun werk en trots terug te geven. Een omwenteling is het presidentschap van Trump nog niet, maar sinds zijn komst is het voortbestaan van de wereldorde zoals we die kennen wel minder zeker. Kijken we hier aan tegen de eerste stadia van een proces volgens de Regel van Romer?

Van der Linden: "Het zou heel goed kunnen, maar daar kan ik niet veel over zeggen. We weten dat altijd pas achteraf."

Van de Regel van Romer gaat geen enkele voorspellende waarde uit, zegt hij, het is geen wet die zegt 'als A, dan B'. "Er wordt mij vaak gevraagd naar de lessen uit de geschiedenis. En ik denk dat je die kunt leren. Je kunt, achteraf, mechanismes herkennen die vaker voorkomen en die zich kunnen herhalen. Soms. Maar soms ook niet."

Duitse Nederlander

Marcel van der Linden (1952) is zoon van een Nederlandse vader en een Duitse moeder, werd geboren in het Duitse Hittfeld en groeide op in Weert. Hij promoveerde in 1989 aan de Universiteit van Amsterdam op Westers marxisme en de Sovjet-Unie. In de jaren negentig spande hij zich aan het Amsterdamse Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in voor een minder eurocentrische blik op de sociale geschiedenis.

Hij geldt als geestelijk vader van de global labour history, een inmiddels wereldwijde stroming die laat zien dat de industriële revolutie niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in het Caribisch gebied begon. Of dat het Nederlandse systeem waarin vakbonden onderhandelen over cao's niet zaligmakend is, maar dat dit land, met zijn groeiend aantal (schijn)zelfstandigen, wat kan leren van hoe Indiase zelfstandigen in coöperaties hun arbeidsvoorwaarden regelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden