Ruslands trots en slangenkuil

De Amerikaanse schrijver John Steinbeck vond het Kremlin 'de meest mistroostige plek op aarde'

De auteur had voor de context soms wat meer buiten het Kremlin kunnen kijken, maar verder: een prachtboek

Elias van der Plicht

Aantrekken en afstoten. De houding van Rusland tegenover Europa heeft wel wat weg van een knipperlichtrelatie. Het ene moment willen de Russen heel graag bij het Westen horen, dan weer kan de grens met het Avondland hun niet ver genoeg weg liggen. Het gedoe in het vertroebelde Nederland-Ruslandjaar past in dat plaatje. Maar als je bedenkt dat het er al negen eeuwen zo aan toe gaat in het Kremlin, relativeert dat weer.

Over het ontstaan van het Kremlin valt niet veel met zekerheid te zeggen. Zeker is dat er al in de twaalfde eeuw een fort op de heuvel langs de rivier de Moskwa heeft gestaan. Voor die tijd woonden er reeds Finnen in het gebied. Niet voor niets stamt de naam Moskou uit hun taal, hoewel je daarmee niet hoeft aan te komen bij Russische patriotten.

De burcht moet destijds een tamelijk desolate indruk hebben gemaakt. Afgelegen, diep verscholen in de bossen, deed nog niets vermoeden dat deze plek in 2013 het decor zou zijn van de eerste buitenlandse test voor Nederlands kersverse koning. Willem-Alexander liep eerder deze maand op eieren tijdens zijn bezoek aan Moskou.

Historica Catherine Merridale bezocht dertig jaar geleden voor het eerst de Russische hoofdstad. Ze doceert moderne Russische geschiedenis aan de Queen Mary University of London. Met 'Het Kremlin. Een politieke en culturele geschiedenis' schreef ze een mooie biografie van Ruslands bestuurlijke en religieuze machtscentrum. De interdisciplinaire studie bevat een encyclopedische hoeveelheid kennis. Politiek, architectuur, theologie en kunst, het komt allemaal aan bod in dit prachtboek.

Als er al een kritiekpunt zou zijn, dan misschien dat Merridale de context soms wat uit het oog verliest. Een blik buiten het Kremlin zou af en toe net wat meer helderheid kunnen scheppen over wat er binnen de muren gaande was. In de tweede helft van het boek gaat dat beter. Dat is ook het sprankelendste gedeelte. Duidelijk is dat Merridale als specialist in moderne geschiedenis de periode vanaf de achttiende eeuw het best in de vingers heeft. Smakelijke verhalen en anekdotes zijn het gevolg.

Ze beschrijft hoe het Kremlin door de eeuwen heen het centrum werd van eerst Moskou, daarna Rusland en vervolgens de Sovjet-Unie. Een constante in de geschiedenis zijn de intriges en de rampen die de citadel steeds weer overleefde. Vooral het aantal branden is niet te tellen. Maar als een feniks was het Kremlin elke keer in staat uit de as te herrijzen. Doordat de vesting zo vaak in vlammen opging, besloot Ivan de Verschrikkelijke, Ruslands eerste tsaar, om een brandgang van 250 meter breed rondom de muren aan te leggen. Hieraan dankt het beroemde Rode Plein zijn bestaan.

Je kunt je nog zo goed tegen vuur beschermen, tegen dynamiet kan niemand op. Nadat Napoleon in 1812 het Kremlin had veroverd, ontheiligd en geplunderd, gaf hij bevel alle gebouwen op te blazen. Zo'n twee ton aan explosieven moest een einde maken aan Ruslands trots. Voor de grote klap hadden de Napoleontische soldaten het goud en zilver uit de paleizen gestript en hun paarden uit de kerken geleid waar ze op stal waren gezet, om de Russen te choqueren. Toch bleef de schade uiteindelijk beperkt, naar verluidt door de regen.

In de sovjettijd gold dat de architectuur van het Kremlin zuiver Russisch was, maar wie ooit Italië heeft bezocht, weet wel beter: daar barst het van de zwaluwstaartkantelen die ook de dikke muren van het Kremlin sieren. De stenen lijken bovendien wel erg op die van Bologna's ommuring. Niet zo gek: als je eind vijftiende eeuw op zoek was naar een bouwmeester met faam was Noord-Italië dé plaats. Een legertje Italiaanse architecten werd in die tijd ingehuurd om het Kremlin allure te geven.

De Russische Revolutie zorgde in 1917 voor een einde aan de eeuwenoude tradities van de tsaren en de orthodoxe kerk in het Kremlin. De monarchie maakte plaats voor een republiek, kerken werden gesloopt en geestelijken vervangen door bolsjewieken. Waar de vesting voorheen nooit meer dan tweehonderd mensen had gehuisvest, namen begin jaren twintig tweeduizend communisten er hun intrek.

Al snel leidde de nieuwe elite er een luxeleventje. In het Kremlin was alles te krijgen waar het volk van Moskou niet eens van kon dromen. En de luxe werd als steeds normaler ervaren. "Onder de sovjets had het volk de nieuwe tsaar moeten zijn, maar de leiders vonden het best om namens het volk te handelen", schrijft Merridale onderkoeld.

Met Stalin aan het roer veranderde het Kremlin in een bolwerk van angst en paranoia. Muren kregen oren. Overal liet de dictator afluisterapparatuur plaatsen. Maar de man die er een specialisme van maakte om de gangen van zijn omgeving na te gaan, werd zelf ook door luistervinken gevolgd: een jaar of twintig geleden werd een ondergrondse tunnel ontdekt die het mogelijk moet hebben gemaakt de secretaris-generaal af te luisteren.

Het was bepaald niet de enige verborgen ruimte onder de grond van het Kremlin, de burcht was en is vergeven van geheime bunkers en vluchtroutes.

Het meest tot de verbeelding spreekt de geheime metrolijn, waarover nog altijd mysterieus wordt gedaan. Stalin zou er ongezien zijn datsja mee hebben kunnen bereiken.

Vrij rondlopen in het Kremlin was er onder Stalin niet bij. Zonder connecties met prominente apparatsjiks kostte het weken onderhandelen om een rondleiding te krijgen.

De beroemde Amerikaanse schrijver John Steinbeck viel die eer in 1947 te beurt. Het bezoek was hem nogal tegengevallen en deprimeerde de Nobelprijswinnaar. Hij vond het maar een dor en doods oord, 'de meest mistroostige plek op aarde'.

In 1955, twee jaar na Stalins dood, gingen de poorten van het Kremlin weer open voor het publiek. Al snel liepen er jaarlijks vier à vijf miljoen toeristen rond. Volgens Merridale was dat het begin van de wedergeboorte van de citadel. Het hart van Moskou was door allerlei mensen bezocht en zelfs door buitenlandse legers bezet, maar nooit hadden er drommen vakantiegangers rondgestruind.

De tijd van ontspanning was aangebroken. Een paar decennia later leidde die tot glasnost en perestrojka. Dat de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet automatisch tot nog meer ontspanning heeft geleid, weten we in Nederland inmiddels.

Catherine Merridale: Het Kremlin. Een politieke en culturele geschiedenis. (Red Fortress. The Secret Heart of Russia's History) Vertaald door Henk Moerdijk en Pieter de Smit. Nieuw Amsterdam, Amsterdam; 528 blz. euro 39,95

Jozef Stalin (l.) en zijn vertrouweling Kliment Vorosjilov in het Kremlin na regen. Schilderij van Aleksandr Gerasimov uit 1938.

(Tretjakovgalerij, Moskou)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden