Rumoer om Foster Parents blijft

Foster Parents Plan (FFP) is sinds september tienduizend donateurs kwijtgeraakt en loopt daardoor 5,4 miljoen gulden mis. De adoptie-ouders zouden er vooral de brui aan hebben gegeven door de negatieve publiciteit de afgelopen maanden. Afgelopen weekeinde meldde de hulporganisatie de melding van de opzeggingen, op een zeer strategisch moment, kort voor een veelbekeken tv-uitzending.

Na zes voorafleveringen bracht de Tros-televisie dinsdagavond het sluitstuk van de jaarlijkse campagne. Presentatrice Caroline Tensen praatte na met de bekende Nederlanders Wilbert Gieske, Wendy van Dijk, Xander de Buisonjé, Paulien Huizinga, Bart Chabot, Martine van Os en Ivette Forster die een weekje bij een Foster Parents Plan-gezin hadden doorgebracht. Deze finale van de campagne 'Een wereld van verschil' zal ongetwijfeld weer nieuwe adoptieouders opleveren. Maar daarmee is de kritiek op de FPP nog niet geluwd.

Foster Parents Plan geeft de negatieve publiciteit de schuld van het vertrek van zoveel adoptieouders. Vorig jaar toen er minstens evenveel rumoer was, meldde FPP nog een aanwas van 18 600 leden ,,ondanks de negatieve publiciteit'. Een nieuw persbericht over het ledental mag nu rond de kerstdagen worden verwacht, dan loopt de huidige actie af. Monique van 't Hek, woordvoerster van FPP, wil nog geen tussenstand leveren.

De hulporganisatie, die zich vooral richt op kinderen in ontwikkelingslanden, had het vorig jaar al aan de stok met de Vereniging van verontruste Foster Parents. Beide organisaties stapten toen naar de rechter om hun geschil uit te vechten.

Wat is het verschil met een jaar geleden? Foster Parents Plan heeft inmiddels de status van medefinancieringsorganisatie aangevraagd en gekregen. Dat garandeert een extra inkomstenbron van 35 miljoen gulden voor het komend jaar en 50 miljoen gulden voor 2002. Dat geld is afkomstig van de overheid. Deze subsidie zorgt voor een kentering in het FPP-beleid. De tijd is voorbij dat het geheel draait op het geld van adoptieouders.

Met de nieuwe status heeft ook het debat over de werkwijze van FPP zich verlegd van groepjes verontruste adoptieouders naar de Tweede Kamer. De subsidie-aanvraag bij minister Eveline Herfkens van ontwikkelingssamenwerking kreeg begeleidende kritiek van nieuwe collega-medefinanciers zoals Cordaid, Novib, Icco en Hivos. En uit de stukken bleek dat ook de 'ogen en oren' van Buitenlandse Zaken, de ambassades, niet altijd positieve effecten van het werk van FPP 'in het veld' hadden waargenomen.

Zo meldde de ambassade in Quito (Ecuador) dat FPP zaaigoed weggaf en daardoor projecten van andere organisaties in de wielen reed. Die kwestie is inmiddels met 'Quito' opgelost. De ambassade in Sri Lanka kon ook met moeite iets positiefs melden. Vanuit Mali pleitte de Nederlandse vertegenwoordiging voor een onderzoek naar de overheadkosten van FPP door een onafhankelijk adviesbureau.

Gevraagd naar een commentaar stelt FPP dat hulp wordt geboden in 43 landen en dat de kritiek slechts uit een bescheiden aantal landen afkomstig is. De steekproef van Herfkens onder de ambassades was overigens ook van bescheiden omvang.

De kritiek uit eigen kring ging gewoon door. Adoptiekinderen uit Colombia vroegen via een Nederlandse advocaat hun geld terug voor een project in hun land. Toen dat niet gebeurde, werd het faillissement aangevraagd van FPP. De rechter wees die eis af. Een vergelijkbare discussie wordt ook gevoerd over een project in Haïti. Inmiddels moet een drie leden sterke arbitrage-groep onder voorzitterschap van oud-minister Margreet de Boer een bindend advies opstellen over de kwestie-Haïti.

Kritiek was er dit jaar ook op FPP-organisaties buiten Nederland. In Denemarken bleek veel van de 40 miljoen Deense kronen die de 26 000 adoptieouders bij elkaar hadden gebracht, nooit de arme landen te bereiken. Dat is een van de redenen dat Denemarken, met Zweden amper bijdraagt aan Plan International, de koepel waartoe FPP Nederland behoort. De beide Scandinavische landen, met een stevige traditie op het terrein van ontwikkelingswerk, dragen voor slechts 1,6 procent bij aan de inkomsten van de internationale Foster Parents Plan, met hoofdkantoor in Londen. Plan International draait voor 40 procent op Nederlands geld. Ter vergelijking: het Verenigd Koninkrijk levert krap acht procent van de inkomsten.

De kritiek op Foster Parents Plan is niet van vandaag of gisteren. In 1999 onderzocht Ergo, bureau voor markt- en beleidsonderzoek, de beeldvorming in de pers van diverse hulporganisaties. Gepeild werd de interesse voor Novib, Bilance, Artsen zonder Grenzen, Mensen in Nood, Memisa, Rode Kruis, Terre des Hommes, SNV en Foster Parents Plan. FPP kreeg als enige hulporganisatie een slechte beoordeling. Het persbeleid van FPP - en ook van Terre des Hommes, Foster Parents Plan en de SNV - kreeg als afzonderlijk deel van het onderzoek van de ondervraagde journalisten een onvoldoende. ,,We hebben met de pers en de ontwikkelingswereld weinig contact gehad', zegt Frans van Loon voorzitter van FPP. ,,Twee jaar geleden hebben we gezegd: het is toch eigenlijk te gek dat we helemaal in ons eigen wereldje leven. We willen onderdeel worden van de wereld waarin we leven. We hebben het niet goed gedaan. Dat rapport van Ergo kennen we niet, maar het onderbouwt dat we het niet goed hebben gedaan.'

Ondanks alle inspanningen als het gaat om contacten met de adoptieouders zelf, de communicatie waar ongeveer zeven procent van het budget naar toegaat, komt de zwaarste kritiek nu juist van die ouders en hun sympathisanten. Ze betalen ongeveer 35 gulden van hun jaarlijkse bijdrage van 540 gulden aan communicatie.

Wat is er fout gegaan? Van Loon: ,,Ontwikkelingssamenwerking zit in een fase dat alle vormen kritisch worden bekeken. Dat is opvallend, die trend is internationaal. Wij ambiëren kinderen te helpen door potentiële donoren op projecten individuele kinderen te laten zien. We bieden daarbij direct contact met die kinderen. Dat zorgt voor een hoge emotionele waarde, het is iets anders dan een obligatie kopen bij de Wereldbank of belastinggeld betalen voor de begroting van Eveline Herfkens. In die toegenomen sfeer van scepsis is het logisch dat de organisaties waar de emotie het sterkst wordt benadrukt, het eerst worden bekeken. Er is nog altijd een groep die wil dat we voor individuele kinderen werken. En dat het individuele kind geld in het knuistje krijgt om naar de dokter te gaan. Die mensen blijven dat benadrukken, ook al vertellen we dat dat niet werkt. Ze willen hun geld terug en zijn bereid dat via de rechter te eisen.'

Ondanks vele pogingen lukte het volgens Monique van 't Hek, manager programma-informatie, niet de groepjes verontruste ouders gerust te stellen. Reizen naar projecten en vele overlegrondes ten spijt, blijven twee groepjes FPP bestoken met kritiek. ,,We hebben het opgegeven om daar een verklaring voor te vinden. De discussie over Haïti hebben we nu uit handen gegeven aan de commissie onder leiding van Margreet de Boer', zegt voorzitter Van Loon.

De door andere hulporganisaties met enige jaloezie bekeken succesvolle marketingstrategie van FPP lijkt zich tegen de gebruiker te keren. ,,Vouw uw eigen lijstje voor de foto van uw pleegkind', vermeldt de map van FPP. ,,Reis naar uw adoptiekind', raadt FPP aan. Is het dan niet vreemd dat groepen ouders dan verwachten dat hun geld bij individuele kinderen terechtkomt?

Volgens critici graaft FPP zijn eigen kuil door te hameren op het individuele kind. Terwijl in de praktijk het geld gaat naar projecten voor de gemeenschap. Het adoptiekind heeft daar indirect baat bij. ,,Het is een goede zaak om geld te vragen voor kleine projecten voor kinderen. Die 1,2 miljoen kinderen die van het geld profiteren zijn er. Die bestaan echt. Wij maken ontwikkelingssamenwerking zichtbaar door individuele kinderen te laten zien. We weten dat de meeste mensen begrijpen dat er een mate van spanning bestaat tussen het individuele kind en de projecten in hun omgeving. Wij blijven ook doorgaan met die identificatie met het kind. Er zullen best zaken veranderen. Maar het is een goede zaak om goede projecten te verbinden met individuele communicatie. We zijn niet van plan het individuele kind vaarwel te zeggen. Wel moeten we beter overbrengen wat we doen. Als mensen scholengemeenschappen of een kindertehuis willen adopteren is dat ook prima, maar wij vinden dit een interessante manier om het te doen. Aan 320 000 mensen (het huidige aantal adoptie-ouders, red.) kunnen we die boodschap overbrengen. Blijkbaar hebben we dat niet gekund aan die tienduizend die hebben opgezegd. En daar maken wij ons zorgen over.'

Van Loon wil het adoptiesysteem beslist niet aan de kant zetten. Iets wat Save the Children en Terre des Hommes wel hebben gedaan en in 1982 ook Foster Parents Plan is geadviseerd. Communicatie is volgens Van Loon in een globaliserende wereld van essentieel belang en de brievenschrijverij tussen adoptie-ouder en adoptiekind is ,,een mogelijkheid om over en weer begrip te kweken'. Naast verbetering van gezondsheidszorg, onderwijs, leefomgeving en inkomenspositie is dat voor FPP een doel op zich. Van Loon en Van 't Hek erkennen dat het ouderwetse systeem moet worden aangepast, bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van internet. Maar afschaffen van het adoptieouderschap is niet aan de orde, ondanks de discussie daarover - ook intern bij FFP Nederland .

Foster Parents Plan ligt nog steeds onder vuur. Donateurs lopen weg, hebben kritiek op de hulporganisatie. Maar Foster Parents gaat door met zijn bekende strategie: donateurs verbinden aan hun geadopteerde kind. Ook al krijgt dat kind slechts een klein deel van het voor hem of haar bestemde geld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden