Ruimtevaart / De Russische metgezel is vijftig

Op de avond van 4 oktober 1957 zette Nikita Chroesjtsjov zijn radio aan en hij hoorde dat het goed was. De Sovjet-leider had al vernomen dat zijn land met succes een satelliet had gelanceerd, maar de bevestigende piepjes van de Spoetnik klonken hem prettig in de oren. Tevreden ging hij naar bed.

De beschrijving van de historische avond komt van Sergei, Chroesjtsjovs zoon, onlangs in een gesprek met de The New York Times. Zijn vader besefte de ongekende omvang van deze gebeurtenis overigens nauwelijks en daags erna wijdde de Sovjet-pers er slechts een tweekolommertje aan.

Hoe anders waren de reacties in het westen. Kranten besteedden hele pagina’s aan de Russische kunstmaan. Miljoenen tuurden ’s nachts naar boven om het eerste door mensen gemaakte hemelobject te zien voorbijkomen. Vooral Amerikanen waren als door een mokerslag getroffen. Hoe kon dit gebeuren? Hoe konden de VS deze ruimterace verliezen? En als de Sovjets een satelliet in een baan om de aarde konden brengen, wat hadden ze dan nog meer in hun mars?

De lancering van de Spoetnik – Russisch voor metgezel – markeerde niet het feitelijke begin van de ruimtevaart – die primeur had Duitsland precies vijftien jaar eerder gehad met zijn V2-raket. Op 4 oktober 1957 klonk wel het startschot voor de ruimterace tussen beide supermachten, die twaalf jaar later in Amerikaans voordeel zou worden beslist.

Maar eerst moesten de VS nog enkele tegenslagen verwerken. Eén maand later schoten de Sovjets hun Spoetnik-2 omhoog, met het hondje Laika aan boord. Het Amerikaanse antwoord, de Vanguard, kwam op 6 december 1957 niet van de grond en ging ten onder in een vlammenzee.

En Joeri Gagarin had zijn ruimterondje al achter de rug toen de tegenaanval werd ingezet. In woorden althans: op 25 mei 1961 verklaarde president Kennedy tegenover het Congres dat „dit land, voordat het decennium ten einde is, een man op de maan heeft gezet en hem weer veilig naar de aarde heeft teruggebracht.”

The rest is history, zeggen de Amerikanen dan. Ruim acht jaar na Kennedy’s rede zet Neil Armstrong zijn eerste ’kleine stapje’ op de maan, en zijn ’grote sprong voorwaarts voor de mensheid’.

Maar een grote sprong waarheen? Nadat de Apollo 17 eind 1972 de maan heeft verlaten, heeft geen mens zich verder dan een paar honderd kilometer van de aarde begeven. Van de bemande ruimtevaart is niet meer over dan een halfjaarlijkse pendeldienst naar het internationale ruimtestation.

De verwachtingen waren hooggespannen. De sterrenkundige Carl Sagan had het over het gouden tijdperk van planetaire ontdekkingen. „In de hele geschiedenis van de mensheid”, schreef hij, „is dit de enige generatie die de planeten heeft leren kennen als verre objecten aan de hemel en die ze op latere leeftijd is gaan zien als werelden om te ontdekken.”

In de New Scientist blikken auteurs met weemoed terug op die tijd – rond 1970 – waarin ze voorzagen dat ze rond het jaar 2000 uitstapjes zouden maken naar pretparken op de maan. De populaire sf-tekenfilmserie uit de jaren zestig, The Jetsons, situeerde die toekomst ergens in de 21ste eeuw, in onze tijd dus.

Wanneer spatte die droom uiteen? Wetenschapsjournalist Dennis Overbye van The New York Times kan zich dat moment nog helder voor de geest halen. Begin jaren tachtig zag hij een foto van een gelanceerde space shuttle, die vanaf een jachtvliegtuig was genomen. Door de speciale fotohoek viel het op hoe de shuttle balanceerde op een toren van rook, ’als een speldenknop op Sjakie’s bonenstaak’. „Zo veel energie voor zo’n kleine stap in het heelal?”, vroeg hij zich af. „Hoe kon dit ooit een routine worden, economisch en veilig?”

De ruimtevaart zelf is niet ter ziele. Na het Apollo-project heeft de Nasa naast enkele rampen en mislukkingen ook vele successen gekend. De Hubble ruimtetelescoop heeft prachtige beelden van de kosmos gemaakt. Het ruimtekarretje Sojourner fascineerde jan en alleman toen het in 1996 een kleurenblik op het Marsoppervlak bood. En begin 2005 leverden Nasa en de Europese Esa een sterk staaltje technisch vernuft door de Huygens-capsule op een maan van Saturnus af te leveren.

Maar al die hoogstandjes hebben het grote publiek niet zo weten te beroeren als de dappere mannen in hun dikke pakken. President Bush probeert in de voetsporen van zijn voorganger Kennedy te treden, met zijn aankondiging (in 2004) dat de Amerikanen vóór 2020 terug zullen keren naar de maan om dan koers te zetten naar Mars en verder. De termijn die Bush stelt, is twee keer zo lang als die van Kennedy, constateert Overbye: dus ga zelf maar na wanneer we naar Mars gaan.

Misschien gaat het daar ook niet om. Vóór alles was de ruimterace een wapenwedloop. In de jaren zestig, toen het publiek meeleefde met de astronauten, van John Glenn tot Buzz Aldrin, bouwden de twee supermachten óók aan een gigantisch rakettenarsenaal en ontwierpen ze allerlei ideeën om de raketten van de ander te bestrijden. Die race putte beide landen zo uit dat ze in 1972 het ABM-verdrag overeenkwamen, dat antiraketsystemen verbood. Niet geheel toevallig het jaar dat ook het Apollo-project ten einde liep. En hoe achterdochtig moet je zijn om dan weer een link te leggen met Bush die in 2001 het ABM-verdrag opzei?

Wat hebben die 50 jaar dan gebracht? In elk geval het bewijs dat we mannen op de maan kunnen zetten en hen weer veilig terug kunnen halen. Bovendien hebben die eerste ruimtevaarders met hun foto’s onze kijk op de aarde letterlijk en onomkeerbaar veranderd.

Ook ons leven is onherkenbaar veranderd. Want de race heeft ons vaardig gemaakt in het omhoogschieten van satellieten waardoor we nu beschikken over directe televisiebeelden overal vandaan, over Tomtom en spionagebeelden. Zonder satellieten was het gat in de ozonlaag niet ontdekt.

De piepjes van de Spoetnik zijn een kakofonie van signalen geworden en dat ene lichtpuntje aan de hemel is veranderd in een zee van licht. Zonder Spoetnik was er ook geen Apollo geweest, daar zijn vriend en vijand het over eens, en was de ruimterace een wandelingetje gebleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden