Ruimte voor het oog

Het nieuwe filminstituut in Amsterdam-Noord, dat vandaag opent, lijkt in alle opzichten een verbetering ten opzichte van het mooie maar kleine en verouderde pand in het Vondelpark. Maar de verhuizing valt midden in de crisis.

Het Filmmuseum heeft de oversteek gemaakt over het water, naar een grote witte vleugel aan de IJ-oever, recht tegenover Amsterdam CS. Een hemelsbreed verschil met het negentiende-eeuwse Vondelparkpaviljoen waar het Filmmuseum veertig jaar resideerde. Het paleisje in het park, opgetrokken in Italiaanse renaissancestijl, werd in de jaren zeventig uitgerust met twee kleine filmzalen zonder airconditioning. Ze voldeden al lang niet meer aan de eisen van de tijd. Te koud in de winter. Te warm in de zomer. Te krap voor alle museumfuncties.

Bezoekers die een kaartje wilden kopen voor het museum, kregen jarenlang te horen dat er geen expositie was. Ruimte ontbrak in het paviljoen. De functie van het museum was het filmerfgoed beheren en beschikbaar stellen voor vertoning. De filmzaal vormde de tentoonstellingsruimte voor gerestaureerde films, moderne klassiekers, retrospectieven rond Alfred Hitchcock en Romy Schneider. Alleen incidenteel werden in het paviljoen filmattributen geëxposeerd, zoals de memorabele Sissi-jurken of de setfoto's van Fellini's 'Otto e Mezzo'.

Nu het Filmmuseum in het staaltje supersonica 'aan de overkant', in Amsterdam-Noord, eindelijk een tentoonstellingsruimte heeft van 1200 vierkante meter, heet het geen Filmmuseum meer, maar Eye Film Instituut Nederland. Het nieuwe huis voor de filmcultuur barst van de ambitie, samenwerkingsverbanden smedend met gerenommeerde buitenlandse instituten als het Museum of Modern Art in New York en de Cinémathèque Française in Parijs.

De grote verhuizing speelt zich wel af midden in de economische crisis. Het nieuwe nationale filminstituut, dat twee jaar geleden al fuseerde met het Nederlands Instituut voor Filmeducatie, de Filmbank (voor de experimentele film) en Holland Film (voor de promotie van de Nederlandse film in het buitenland) moet behalve die gigantische tentoonstellingsruimte, vier filmzalen met 640 stoelen gaan vullen. Volgens de begroting moet het filminstituut uitkomen op minimaal 225.000 bezoekers per jaar. Dat is bijna drie keer zo veel als op de oude locatie in het Vondelpark.

Voordat het Filmmuseum - opgericht in de zomer van 1946 - zich begin jaren zeventig in het romantische paviljoen nestelde, was het gehuisvest in filmtheater Kriterion en het Stedelijk Museum. Al die jaren leed het Filmmuseum aan ruimtegebrek. Niet alleen de bibliotheek was elders ondergebracht, ook de verschillende collecties: de foto's, de affiches en de 36.000 filmtitels.

Niet zo gek dat er in het nieuwe millennium plannen werden gesmeed voor een nieuw onderkomen aan de noordelijke IJ-oever, waar culturele bedrijvigheid wordt gestimuleerd. Eindelijk een nieuw huis voor de film, waar zich niettemin de vraag opdringt of die 225.000 bezoekers wel haalbaar zijn. Het plan voor het nieuwe filminstituut stamt van vóór de recessie, en van vóór de ernstige bezuinigingen op kunst en cultuur die niet voorbijgaan aan de filmwereld. Om de begroting te halen, die van 8 naar 13 miljoen euro steeg, zal het nieuwe instituut moeten bezuinigen. Ingewikkeld. Aan de ene kant groeien. Aan de andere kant krimpen. En de precieze invulling van de rijkssubsidie wordt pas duidelijk op Prinsjesdag.

Natuurlijk kan Eye-directeur Sandra den Hamer - die de hele operatie een 'behoorlijke uitdaging' noemt - niet anders dan met volle kracht vooruit. In de openingsweek staan honderd filmvoorstellingen op het programma plus een eerste grote tentoonstelling over found footage (gevonden beelden) die een dwarsdoorsnede vormen van het aanbod. Een van de speerpunten is filmeducatie, vandaar dat er wordt uitgepakt met oude en nieuwe kinderfilms als 'Le Ballon Rouge' en 'Hugo 3D'. Er zijn 70mm-vertoningen van 'West Side Story' en Jacques Tati's 'Playtime'. Gerestaureerde films worden geprojecteerd met live muziek: 'De Bertha' met Annie Bos uit 1913 en 'The Spanish Dancer' met Pola Negri uit 1923. Voorpremières zijn er van de nieuwe Brontë-verfilming 'Wuthering Heights' en het Griekse drama 'Alps'.

Logisch dat Martin Scorsese, sinds jaren op de bres voor het filmerfgoed, in de openingsweek een retrospectief heeft gekregen, en dat we alvast mogen proeven van het grote zomerretrospectief rond Stanley Kubrick. Op Tweede Paasdag wordt Scorsese's controversiële passiefilm 'The Last Temptation of Christ' vertoond. Genoeg te smullen dus voor de filmliefhebber, al is het grootste deel van het aanbod in de openingsweek Amerikaans georiënteerd. Er is geen Aziatische, Afrikaanse of Arabische film te bekennen.

Naast Scorsese en Kubrick moeten Woody Allen, Nicholas Ray, Steven Spielberg, John Frankenheimer, John Carpenter, Michael Curtiz (van 'Casablanca') en Victor Fleming (van 'The Wizard of Oz') een handje helpen bij de slag om het publiek.

Behalve historische en kleine filmhuisfilms draait ook de Amerikaanse actiefilm 'Terminator II', de favoriet van De Jeugd van Tegenwoordig, muzikale helden uit Amsterdam-Noord. Met een actuele Amerikaanse film als 'The Hunger Games', die met succes draait in de commerciële Pathé-bioscopen, profileert het nationale filminstituut zich blijkbaar ook als een gewone bioscoop. Uit alle hoeken en gaten stroomt overlevingsdrift.

Misschien moeten de 600.000 bezoekers van het recent vernieuwde Scheepvaartmuseum eens met het pontje naar de andere oever. De helft van de Scheepvaartmuseum-klandizie is eigenlijk al genoeg. Als lokaas stel ik voor: een zeerottenprogramma. Te denken valt aan 'On the Waterfront', 'Fitzcarraldo', 'Das Boot', Moby Dick', 'Pantserkruiser Potemkin', 'Mutiny on the Bounty', en misschien moet de Sovjet-parel 'By the Bluest of Seas', wel gekoppeld aan het commerciële klapstuk 'Titanic 3D'. Filmcultuur in de volle breedte, zoals het nieuwe nationale filminsituut propageert.

Het Eye Film Instituut Nederland wordt vanavond geopend door Koningin Beatrix, en gaat morgen van start met de eerste publieke vertoningen.

The Last Temptation of Christ
Een van de hoogtepunten in het openingsprogramma van het vernieuwde Eye Film Instituut Nederland is 'The Last Temptation of Christ' (1988), Martin Scorsese's controversiële verfilming van het leven van Jezus. Reden van het tumult onder enkele christelijke groeperingen destijds was dat de New Yorkse regisseur zich had gebaseerd op de roman 'De Laatste Verzoeking (van Christus)' van Nikos Kazantzakis, de Griekse schrijver die eerder van blasfemie was beschuldigd.

Scorsese voert Jezus in zijn film op als een getroebleerde ziel die heen en weer wordt geslingerd tussen zijn goddelijke en menselijke bestemming. Het is een tot nadenken stemmend portret van Jezus die worstelt met zijn innerlijke demonen. Maar anders dan bij Kazantzakis bezwijkt Jezus bij de van oorsprong katholieke Scorsese en zijn calvinistische scenarist Paul Schrader juist niet voor alle verleidingen.

Scorsese filmde zijn ruim tweeënhalf uur durende passiespel op prachtige locaties in Marokko, met schilderkunstige invloeden van Rembrandt en Caravaggio, en Willem Dafoe in de indrukwekkende rol van Jezus die fantaseert over Maria Magdalena, en een bestaan als gewone sterveling. Te zien op maandag 9 april, Tweede Paasdag, met een inleiding door kunstkenner Gary Schwartz.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden