Ruimte voor de spelende mens

constant | Zijn maquettes van de toekomstwereld New Babylon maakten de Nederlandse kunstenaar Constant (1920-2005) wereldberoemd. Maar hoe kwam hij op het idee? In Amstelveen en Den Haag is voor het eerst zijn hele oeuvre te zien.

De kaart van Den Haag is aangepast. Stukjes papier, met arceringen en verschillende kleuren, bedekken de plattegrond. Ze liggen over het Binnenhof, de Schilderswijk, en vormen via de kust en de pier van Scheveningen een aaneenschakeling van dingen die haast wel woningblokken moeten zijn. Ook Parijs, Amsterdam en München kregen zo'n behandeling, en zijn nu te zien in Den Haag. Het zijn gedetailleerde plannen voor wat bekend werd als het levenswerk van Constant, 'New Babylon': de architectuur en stadsplanning van de toekomst.

In maquettes, tekeningen en bewerkte foto's maakte de kunstenaar, in 1920 geboren als Constant Nieuwenhuys, tussen 1956 en 1974 zijn visie duidelijk: de mens van de toekomst zou vrij van werk en grenzen zijn. In New Babylon zouden we onze tijd doorbrengen in een netwerk van boven de grond zwevende sectoren, steunend op dunne palen. De 'New Babyloniërs', zoals hij die toekomstbewoners noemde, hadden geen eigen huis, maar reisden als nomaden van ruimte naar ruimte.

Voor een toevallige, hedendaagse museumbezoeker is het moeilijk te bevatten: geloofde Constant nou wérkelijk dat de wereld er ooit zo uit zou zien? Hoe kwam hij erop? En wat moesten die mensen de hele dag doen? Hij verbeeldde ze nooit expliciet als mensen, want de mens zou immers óók veranderen.

In het Haags Gemeentemuseum en het Cobramuseum in Amstelveen is de komende maanden een grote, zorgvuldig samengestelde dubbeltentoonstelling te zien die die vragen beantwoordt. In Den Haag - Constant woonde er een tijd, en had er in 1974 zijn grote 'New Babylon'-tentoonstelling - ligt de nadruk op New Babylon. In Amstelveen gaat het vooral over de periode daarvóór, een periode waar tot nu toe weinig aandacht voor was.

Op een foto uit 1948 poseren drie vrienden boven een zelfgemaakt, kartonnen hobbelpaard met pantoffels aan. De vrienden zijn Constant, Corneille en Karel Appel, en ze hebben op dat moment net een kunstbeweging opgericht: de 'Experimentele Groep Holland'. Die groep zal later opgaan in de internationale Cobrabeweging. Constant had van 1938 tot 1942 in Amsterdam op de kunstacademie gezeten. Van die periode is helaas nauwelijks werk overgebleven. Naast het schilderen had hij ook belangstelling voor filosofie, voor onder anderen Spinoza, Kant en Marx. Hij wordt, en blijft, de theoreticus van de groepen waar hij zich in die eerste jaren bij aansluit in Nederland en daarbuiten. Constant schrijft dus ook het 'Manifest' voor de groep van Corneille en Appel. Ook daar is zijn hoop op een betere toekomst duidelijk.

Hij pleit voor kunst die niet alleen vóór iedereen maar ook dóór iedereen gemaakt kan worden, als de klassenmaatschappij eenmaal verdwenen is. De sleutel voor die keuze is te zien in Amstelveen. Terwijl je de meeste Cobrakunst vrolijk zou kunnen noemen, gooit Constant het roer in 1950 om. Onder de naam 'La guerre', de oorlog, toont hij bij een tentoonstelling in Luik donkere, grimmige schilderijen, tekeningen en prenten. Met titels als 'Slagveld', 'Verschroeide aarde' en 'De schrikaanjagende verbeeldingskracht' verbeeldt hij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Constant zal vaker een ommezwaai maken. Hij concentreert zich, na 'het bevlekken met ellende' van zijn doeken, op het effect van kleuren - eerst in zeefdruk, een heel moderne techniek in 1953, op stoffen, vanaf 1954 ook met het mogelijk nóg modernere plexiglas, in kromme en rechte constructies. Toch zijn vooral de schilderijen uit die tijd indrukwekkend. Hij noemt ze 'composities', of laat de titel volledig weg, en schildert eenvoudige vormen in twee of drie kleuren, met een spectaculaire ruimtewerking. Want hoezeer Constant ook zal lijken op een architect met zijn ontwerpen voor New Babylon, hij blijft, zoals hij zelf ook zegt, een beeldend kunstenaar. Een kunstenaar die de ruimte als palet gebruikt, en gelooft in een nieuwe, betere wereld dan die waarin de oorlog had huisgehouden.

In Amstelveen eindigt de tentoonstelling met de eerste schetsen van het New Babylon, in Den Haag gaat het verhaal daar, met een korte maar grondige samenvatting van de aanloop, verder. In 1956 verblijft Constant een paar maanden in Alba, ten zuiden van Turijn. Daar ontmoet hij Guy Debord, de Franse schrijver en filmmaker, die even later de Internationale situationisten zou oprichten. En ja, ook van die utopische beweging wordt Constant lid. In Alba verblijft op dat moment een groep zigeuners, 'mensen die symbool staan voor een wereld zonder grenzen', volgens de kunstenaar. Om hun erbarmelijke woonomstandigheden te verbeteren, ontwerpt Constant een mobiele, demontabele verblijfplaats voor de groep. Het ronde, uit ijzerdraad en plexiglas opgebouwde model, uit de collectie van het Gemeentemuseum, wordt nu gezien als het eerste werk van New Babylon.

Maar voordat het écht zover is, bouwt Constant nog aan één ander utopisch project: installaties voor in de ruimte. De Spoetnik is in 1957 in een baan om de aarde gekomen, en voor Constant is die luchtledige ruimte ook een nieuwe dimensie qua mogelijkheden in de kunst. Ronde contructies van ijzerdraad, fietswielen, die in 1957 stemmig in beeld zijn gebracht door filmer en fotograaf Hy Hirsch (1911-1961) in de korte film 'Gyromorphoses'.

Het was duidelijk een andere tijd, en zo nu en dan is die moeilijk na te volgen voor de bezoeker, die daar soms best een handje bij had kunnen worden geholpen.

Dat gevoel verdwijnt in de kleinere kabinetten van het museum, waar de mooiste, en voor deze tentoonstelling gerestaureerde modellen van New Babylon te zien zijn. In een door Constant bedachte opstelling, met alleen lampen van boven, wordt het licht dat door het gekleurde plexiglas valt ook gekleurd. Alsof je vanuit een andere planeet naar de aarde kijkt en ziet hoe mooi het daar is.

**** 'Constant. Ruimte + Kleur', tot 25 september in het Cobra Museum in Amstelveen. **** Cobra naar New Babylon', tot 25 september in het Gemeentemuseum in Den Haag. De ludieke trap is elke eerste zondag van de maand voor publiek toegankelijk.

De spelende mens in het museum

Speciaal voor de tentoonstelling zijn in Den Haag twee van Constants ruimtes nagebouwd, en toegankelijk gemaakt voor het publiek. Bij het 'Deurenlabyrinth' betreed je een witgeschilderd doolhof met aan alle kanten houten schotten, waarvan sommige in beweging kunnen worden gezet. Als een New Babyloniër kun je zelf een route bepalen door de ruimte - labyrinten en trappen zijn terugkerende thema's in Constants tekeningen en schilderijen. Nog experimenteler is de 'ludieke trap', die Constant in 1969 maakte voor het Amsterdams Historisch Museum. In een van de museumzalen hangen vierkante plankieren boven en naast elkaar aan stalen kabels op zo'n manier dat je als volwassene steeds makkelijk op de volgende kunt klauteren. De constructie wiebelt, maar biedt je, eenmaal tot het plafond gekomen, wel een bijzonder speels perspectief op de andere museumbezoekers en op jezelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden