Ruimte is er juist dankzij joods-christelijke traditie

De ankerpunten van de Nederlandse samenleving waarborgen onze vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook die van immigranten.

Mirjam Sterk Tweede Kamerlid voor het CDA

Hans Goslinga verwijt het CDA in zijn column van 3 april een ’ongegeneerd vertoon van inconsistentie’ omdat het vrijheid van godsdienst plaatst naast de stelling dat immigranten terechtkomen in een joods-christelijke en humanistische samenleving. Dat vraagt om een weerwoord. Godsdienstvrijheid in Nederland bestaat juíst vanwege de joods-christelijke traditie. Er is dus geen tegenstrijdigheid.

In 2002 zei Jan Peter Balkenende in zijn boek ’Anders en Beter’ dat de term ’multiculturele samenleving’ een beeld oproept van parallelle samenlevingen met hun eigen waardesystemen die naast elkaar in Nederland bestaan. Dat is geen na te streven doel. Als samenleving hebben we een gemeenschappelijke basis nodig. Die lijn trekt het CDA door.

Immigranten komen in Nederland niet in een waardenvrije, maar waardenvolle samenleving. Ze worden onderdeel van een samenleving die is gevormd door de joods-christelijk humanistische traditie. Net als andere stabiele, welvarende, vreedzame en democratische landen in de westerse wereld zijn we schatplichtig aan die traditie. Het is een complex aan waarden en normen, rituelen en symbolen dat dit land door de eeuwen heen gevormd heeft.

Zelfs wie zich geen christen noemt, kan niet heen om wat deze voedingsbodem, met vallen en opstaan, heeft voortgebracht. De opvatting bijvoorbeeld dat de menselijke waardigheid niet afhangt van rijk of arm, jong of oud, blank of zwart. Of de oproep tot vergevingsgezindheid in plaats van wrok, wraak en wetticisme. Om nog maar te zwijgen van de oprechte zorg voor minderbedeelden, de onbaatzuchtige inzet voor mens en wereld, het rentmeesterschap en de principiële voorkeur voor vreedzame oplossingen. Dat zit besloten in een principiële waardering voor openheid en pluriformiteit. Juist daarom is dat een belangrijk uitgangspunt van het christendemocratische partijprogramma.

Christelijk is ook de waarde van de verdraagzaamheid. Het was geen toeval dat de Nederlandse republiek in de Gouden Eeuw, als enige Europese land, een zekere mate van godsdienstvrijheid kende. De filosoof John Locke proclameerde in 1684 tolerantie, als christelijk principe: omdat niemand Gods wil kent, mag geen enkele kerk Hem voor zijn kar spannen. Dit is de principiële verdediging voor verdraagzaamheid.

Het CDA wil niet terug naar ’God, Nederland en Oranje’, laat staan ’domineesland’. En nog minder is het een appèl tot herkerstening. Het is wel een oproep om het eigen verleden, om de christelijke traditie, als bron van onze waarden en normen te erkennen. Een samenleving heeft morele ankerpunten nodig waaromheen vrijheid en verantwoordelijkheid worden gevormd. Die traditie heeft Nederland gevormd.

Dat betekent niet dat mensen daarmee geacht worden individueel langs de lijnen van dit geloof en deze traditie te leven. Velen beschouwen zich in Nederland als niet gelovig. Vele anderen zijn moslim. Nederland is een divers land. Maar juist door de toenemende diversiteit is het essentieel te benoemen wat gedeelde waarden zijn die wij in dit land voor iedereen willen laten gelden. Waarden die we niet vandaag ontdekken, maar die een diepe oorsprong hebben. Denk aan de vrijheid van godsdienst die in Nederland al een traditie heeft van vierenhalve eeuw.

De Joods-christelijk humanistische traditie erkennen, betekent niet dat er voor andere godsdiensten minder ruimte is. Kerk en staat zijn in Nederland nadrukkelijk gescheiden. De traditie biedt juist de basis voor pluriformiteit, ook godsdienstig. Juist vanuit die grond is er expliciet plaats voor soevereiniteit in eigen kring – of die nu christelijk, hindoestaans of islamitisch is.

Godsdienstvrijheid is belangrijk, maar de vrijheid van godsdienst is voor niemand onbegrensd. Grondrechten kunnen botsen, zoals recentelijk nog de uitspraak van de Hoge Raad over de SGP blootlegde. Grondrechten vragen om een voortdurende afweging. Ze vragen soms ook om een nuchtere benadering. Als er een kerk of moskee wordt gebouwd, is het vanzelfsprekend dat de buurtbewoners betrokken worden bij de bouwplannen, of bijvoorbeeld gebedsoproepen of klokgelui. Dat kan betekenen dat van beide kanten water bij de wijn moet worden gedaan.

De vrijheid van godsdienst en soevereiniteit is, juist vanwege die kenmerkende joods-christelijke traditie in Nederland, misschien wel beter gewaarborgd dan elders. In elk geval is die beter gewaarborgd dan in welk islamitisch land dan ook.

Dat vaststellen is geen ongegeneerd vertoon van inconsistentie, maar een erkenning en onderstreping van wat Nederlandse traditie te bieden heeft, ook aan immigranten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden