Interview

Ruimdenkend en progressief? ‘Test jezelf eens, je staat versteld van je eigen vooroordelen’

Iris Sommer Beeld Patrick Post

Je moet steeds opnieuw moeite doen om je eigen waarneming te begrijpen, vindt psychiater Iris Sommer. Die is altijd een kwestie van interpretatie.

Je kunt jezelf ruimdenkend vinden, en progressief. Natuurlijk discrimineer je vrouwen niet, of homo’s, moslims of zwarten. Maar psychiater Iris Sommer heeft inmiddels wel gezien dat de mens die écht onbevangen is niet bestaat. Ze schreef er onlangs een boek over: ‘De zeven zintuigen. Over waarnemen en onwaarnemen’. “De hersenen voegen altijd iets toe aan je waarnemingen. Meestal een supersnelle, onbewuste associatie. Test je die associaties, dan sta je nog versteld van je eigen vooroordelen. Mijn liefste vrienden zijn homoseksueel, maar het kost me meer tijd homo’s met positieve woorden in verband te brengen dan hetero’s.”

In het ‘Hersencafé’ op de afdeling psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht klapt hoogleraar Sommer haar Apple open en vindt meteen een psychologische test van Harvard. “Doe hem zelf maar eens”, spoort ze aan. De (voor iedereen toegankelijke) test die ze mij voorlegt gaat over de snelheid waarmee je bijvoorbeeld Arabische voornamen en Hollandse, Franse of Chinese voornamen in verband brengt met positieve woorden als ‘geluk’ of ‘blijdschap’ of met negatieve woorden als ‘somberheid’ of ‘boosheid’. Zoals Sommer al verwachtte, ontstaat ook bij mij verwarring tijdens de test: hoewel die eenvoudig is, kost het mij extra nadenktijd om het gunstige woord te koppelen aan een islamitische naam. Heb ik, onbewust, vooroordelen jegens moslims?

Ik schaam me! Wat zit er in mij dat zo bevooroordeeld is?

“Ook jouw hersenen maken onbewust een voorselectie van samenhangen die zo’n proces van associatie in werking zetten. Je kunt er weinig aan doen dat dit gebeurt. De thalamus filtert je waarnemingen, en de hippocampus maakt een afspiegeling van wat we denken dat er om ons heen gebeurt en vergelijkt die waarnemingen met wat we eerder opgevangen hebben. Waarneming is dus een combinatie van input vanuit de zintuigen, en een groot deel interpretatie, samenvatting en selectie vanuit de hersenen. De waarneming is subjectief, gekleurd en slordig. En soms behoorlijk bezijden de waarheid, voor zover je die al echt kunt vaststellen.”

Het begint allemaal met de zintuigen. Wat nemen wij wel en niet waar?

“De thalamus, een grote kern in het midden van de hersenen, filtert alle zintuigen, behalve de reuk. We mogen blij zijn met die filter, want je zou gek worden als je alles zou zien, horen, voelen of proeven. Alles wat niet nieuw, niet van betekenis en niet bedreigend is, nemen we niet bewust waar. In dit café kunnen wij met elkaar praten en ontgaat ons wat er aan de tafel hiernaast gezegd wordt. Dat kan jammer zijn, want misschien vertellen ze daar nog wel een veel mooier verhaal.

Het oog bijvoorbeeld, ziet dat dan niet alles wat er om ons heen gebeurt?

“Nee. Het oog is geen camera die plaatjes maakt. Onze ogen zien zelfs niks. Pas in de hersenen wordt betekenis gegeven aan de elektrische signalen die de lichtgevoelige cellen van het netvlies doorsturen. Zien doe je dus met de hersenen. Wat je ziet, is wat je geleerd hebt om te zien. Het is gebaseerd op kennis en ervaringen die je al een keer eerder hebt opgedaan. Wat je ziet blijft als het ware alleen hangen als er een haakje voor is. Zo had ik bijvoorbeeld vroeger geen haakje voor bomen. Ik zag ze als gewoon wat onbestemd gebladerte. Maar na mijn veertigste leerde ik van een vriend tijdens onze wandelingen bomen te herkennen. Hij heeft mij letterlijk de ogen geopend voor bomen. Nu zie ik ineens overal verschillende soorten. Een verrijking”

Maar dat onze waarneming sterk gefilterd wordt, wil toch nog niet zeggen dat we ook bevooroordeeld zijn?

“Aan de binnenkant van de slaapkwab in de hersenen ligt de hippocampus , ofwel het zeepaardje. Deze structuur maakt dat wij iets hebben dat andere dieren waarschijnlijk niet hebben: bewustzijn. De hippocampus maakt een afspiegeling van wat we denken dat er om ons heen gebeurt en probeert dat te vergelijken met wat we eerder zoal opgevangen hebben. We zijn altijd op zoek naar herkenbare patronen, naar verklaringen, naar oorzaak-gevolgrelaties. Zien we een poster van de SP, dan associëren we dat met staking, actie en Brabanders. Wanneer één element uit zo’n netwerk geactiveerd wordt, zien we vanzelf het hele netwerk. Die andere dingen, die meegeactiveerd worden, noemen we associaties.”

Maar die associaties deugen niet altijd?

“Vaak niet. De wereld is namelijk onvoorspelbaar en onbegrijpelijk, dus elke theorie gaat onherroepelijk mank. Maar je kunt wel wat doen om je eerste associaties bij te stellen. Het levenswerk van de Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman dat hem de Nobelprijs (overigens voor economie) heeft opgeleverd, biedt een goed inzicht in ons denken. Hij stelde dat wij denken op twee snelheden. Het eerste denksysteem (ook systeem 1 genoemd) is er eentje dat geen actieve aandacht kost, onbewust gaat en razendsnel werkt. Je ziet onder het werk iemand een appel eten en denkt even aan wat jij nog op je boodschappenlijstje moet zetten. Die gedachten schieten overal tussendoor. Iedere gefilterde waarneming zet jouw unieke bijpassende netwerk van associaties in werking. Denk maar aan dat voorbeeld van de SP. Dit denken gebeurt volgens mij niet in woorden, maar eerder in concepten of beelden. In een fractie van een seconde heb je een mening klaar of een plan van actie. Als je alleen denkt met systeem 1, dan gebruik je vooral je intuïtie. Of je onderbuikgevoel. Niet je goede verstand.

Dat ‘goede verstand’ helpt ons tegen dit onderbuikgevoel?

“Dat is wel mijn pleidooi. Kahneman noemt dat ‘denken met aandacht’, ofwel systeem 2. Dat denken gaat wel in woorden, en kost veel moeite. We kunnen dat niet de hele dag door. We moeten er onze volledige denkcapaciteit voor gebruiken: het slimme, rationele, logische denken. Dat gebeurt onder andere in de voorhoofdskwab, die juist bij de mens zo goed ontwikkeld is. Kijk, dat we vooroordelen hebben zit bij ons ingebakken omdat systeem 1 altijd en ongevraagd zijn werk doet. Je zag hoe jij zelf ongewild meer tijd nodig had om Arabische namen met positieve woorden in verband te brengen. Etnisch profileren doen we allemaal. Maar dat hoeft je nog niet tot een populist te maken. Het gaat erom of je er ook op vaart, of je de moeite doet om te denken met aandacht en logisch nadenkt over die associaties.

Iris Sommer Beeld Patrick Post

Kan een slim iemand makkelijker logisch nadenken over die onbewuste associaties dan iemand met minder intelligentie?

“Iedereen kan erop trainen. Het is net als naar de sportschool gaan. Ik vind het ook niet leuk om iedere avond buikspieroefeningen te doen, maar ik zet me er wel toe. En als je heel veel op iets traint, gaat dat op een gegeven moment makkelijker en uiteindelijk kan het zelfs onbewust en associatief gaan. Denk maar aan autorijden; waar de coördinatie met de koppeling en het gaspedaal eerst moeite kostte, doe je dat later zonder erbij na te denken. En een schaakgrootmeester overziet de spelsituaties zo snel, dat hij moeiteloos tegen 25 anderen schaakt die op hun beurt wel allemaal heel actief logisch aan het denken zijn. Zo’n schaakgrootmeester heeft dan ook al minstens tienduizend trainingsuren gemaakt. En wie voor het eerst in China komt, denkt misschien dat alle Chinezen op elkaar lijken. Maar als je er langer bent, en Chinezen eenmaal hebt leren onderscheiden met behulp van een hersengebiedje onder in de slaapkwab, gaat het vervolgens veel gemakkelijker.”

Zijn die associaties niet ook erg afhankelijk van je sociale omgeving?

“Jazeker. Opvoeding, cultuur en religie zijn enorm bepalend voor je intuïtie, of het onderbuikgevoel. Toen ik in India was, bemerkte ik bijvoorbeeld hoe anders ze daar omgaan met mensen die het in onze ogen slecht getroffen hebben. Een blinde bedelaar zal in de ogen van iedere Nederlander opvallen: dat komen we niet vaak tegen. Zo’n bedelaar wordt in onze waarneming niet weggefilterd, en we spiegelen die waarneming in onze hersenen aan onze culturele en religieuze opvattingen over hulpbehoevendheid of mededogen. Maar in India gaan ze ervan uit dat de blinde bedelaar, of anders zijn voorouders, dat lot zelf verdienden. Als hij in een vorig leven beter geleefd had, had hij nu niet hier gezeten. Dat maakt het heel anders kijken en denken.”

Wat doet religie met de waarneming?

“Religie kan helpen bij het invullen van een van de basisbehoeften van mensen: de behoefte aan veiligheid. We willen het leven beheersbaar en voorspelbaar houden. Overkomt ons iets noodlottigs, dan geeft het troost om te denken dat het nu eenmaal ‘de wil van God’ was. We hebben ook een sterke behoefte aan rechtvaardigheid. Als we bidden, offers brengen of ons goed gedragen, dan zullen we daarvoor beloond worden. We hopen zo onze onzekere toekomst te kunnen beïnvloeden. Maar dit is natuurlijk bijgeloof, en dat leidt soms tot onredelijkheid. Uit naam van religies zijn verschrikkelijke dingen gebeurd als heksenverbrandingen of het vermoorden van albino-kinderen omdat zij het boze oog zouden hebben.”

Zulke excessen hebben misschien te maken met bijgeloof, maar toch ook met angst?

“Zeker. Als we angstige gevoelens hebben voor anderen, of boos op hen zijn, gaat onze waarneming extra snel. Juist dan vindt sterke selectie en aanvulling plaats vanuit de hersenen en is kans op missers het grootst. In die situaties moet je er altijd vanuit gaan dat jouw kijk op de wereld slechts een van de vele mogelijkheden is.”

Hoe zou je wel in het leven moeten staan?

“Onbevangen in het leven staan kan niet. En dat hoeft ook niet erg te zijn, zolang je je daar maar van bewust bent. Wat op mij in India veel indruk maakte, is de leer van de sikhs en van hun eerste goeroe Nanak. Hij stelde zich op als leerling om zijn wereld te verruimen. Hij accepteerde het bestaan van vele verschillende geloven en tolereerde geen oordeel of onderdrukking op basis van godsdienst, kaste, huidskleur of geslacht. Denk overigens niet dat ik nu oosterse wijsheid wil aanprijzen. Het gaat mij als hersenwetenschapper vooral om die lerende houding: door je wereld uit te breiden, wordt je waarneming ruimer. Je ziet en hoort wat je weet. Weet je meer, dan zie en hoor je ook meer. Er gaat dan een wereld voor je open.”

Iris Sommer (1970) is neurowetenschapper aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Ze promoveerde in 2004 cum laude in Utrecht op het verband tussen ‘stemmen horen’ en hersenactiviteit bij schizofrenie. In 2009 werd ze hoogleraar aan Universitair Medisch Centrum Utrecht, waar ze nog steeds promovendi begeleidt. Ze schreef de bestseller ‘Haperende hersenen’, en verving Bert Keizer als columnist in Trouw. Sommer ontwikkelt een nieuwe behandeling om mensen met cognitieve gebreken te ondersteunen tijdens hun herstel van medische, psychiatrische of neurologische aandoeningen.

Iris Sommer
De zeven zintuigen. Over waarnemen en onwaarnemen
Prometheus; 256 blz. €19,99

Lees ook:

Waarom schrik ik van een Arabische vredesgroet?

Als je geconfronteerd wordt met je eigen vooroordelen moet je goed opletten: hier valt iets te leren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden