Ruim baan voor de gladde slang

Na de kap van tientallen kilometers bosrand en bosberm en het kleinschalig plaggen en ’ontbomen’ van tientallen hectares heide, zijn De Kempen weer geschikt voor de gladde slang. Leefgebieden zijn opgeknapt, voorheen geïsoleerde groepen kunnen naar elkaar toe.

Een graffitispuitbus is nou niet direct een attribuut dat je met natuurbeheer associeert. Denis Frissen markeert zes naaldboompjes met felroze verf „Hier liggen ze vaak te zonnen, dus die tak moet blijven”, zegt hij. „Dit randje jonge dennen kan wat mij betreft wat rafeliger. Kunnen er hiervan wat weg? Dan ontstaat er vanzelf heide.”

Frissen werkt voor de Bosgroep Zuid Nederland en begeleidt vandaag drie mannen door een bos tussen Reusel en Bergeijk. Op deze koude winterdag worden de laatste losse eindjes van het Noord-Brabantse soortbeschermingsplan voor de gladde slang uitgewerkt. Het beestje zit nu nog diep verborgen in de grond, in winterslaap, maar als het rond april weer bovengronds komt, zijn De Kempen – inclusief een stukje België – weer prima leefgebied voor deze Coronella austriaca. Er is jarenlang aan gewerkt en nog langer van gedroomd.

„Vijftien jaar geleden, toen ik nog als vrijwilliger werkte, was ik hier al met gladde slangen bezig”, vertelt Jeroen van Delft, inmiddels werkzaam bij Ravon (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) en gladde-slangenman van het eerste uur. „Ooit waren De Kempen een kerngebied met grote natte en droge heide en hoogveen, maar in die tijd hoorde je niemand meer over slangen. Waren ze door de oprukkende landbouw, bebouwing en bebossing werkelijk allemaal verdwenen?” Treurig kijkt hij naar een veld vol maïsstoppels, ooit een mooi heideterreintje. Er bleken heus nog wel gladde slangen te zijn, maar ze leefden in erg kleine en daarmee kwetsbare populaties. Zonder ingrijpen was het beest gedoemd hier te verdwijnen.

Steeds meer vrijwilligers gingen zoeken en ook de natuurbeheerders – Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Bosgroep als beheerder van gemeentelijke natuur en het Belgisch Natuurpunt – kregen het reptiel niet meer uit hun hoofd. De provincie raakte overtuigd van de noodzaak van reddende maatregelen en in 2006 verscheen een soortbeschermingsplan.

Behalve in Noord-Brabant komt de gladde slang voor in Gelderland, Overijssel, Limburg, Friesland en Drenthe. Ruim 20 procent van alle zogeheten kilometerhokken (een gebied van één vierkante kilometer) met gladde slangen ligt in Noord-Brabant.

Inmiddels was de gladde slang als bedreigd op de zogeheten Rode Lijst terechtgekomen. Niet alleen door verdere versnippering van natuur, maar ook omdat natuurbeheerders – uit onwetendheid – niet altijd een optimaal reptielenbeheer voerden. Zo werd de heide te weinig vrijgehouden van jonge boompjes en werd er her en der te grootschalig geplagd of zeer intensief begraasd. Slangen moeten ’s morgens kunnen opwarmen in de zon, op open plekjes, maar wel enigszins beschut door begroeiing. Het landschap moet een soort mozaïek vormen van heide, grassen en open zand. Dat helpt ook nachtzwaluw, veldkrekel, levendbarende hagedis, bont dikkopje en jeneverbes – allemaal op de Rode lijst van bedreigde soorten.

De populatie gladde slangen gaat achteruit, al moeten de beheerders een slag slaan naar de precieze aantallen. „Hij leeft verborgen en is zelfs voor doorgewinterde slangenspeurders moeilijk te vinden”, zegt Arnold van Rijsewijk, ook werkzaam bij Ravon. Frissen is inmiddels een stuk verder gelopen, een spoor van gestreepte bomen achterlatend. Takkenhopen van eerdere boskap krijgen een schriftelijke aantekening. Een deel blijft liggen, een deel verdwijnt.

Op dit moment komen alleen op de Cartierheide, de Reuselse Moeren en Stevensbergen nog grotere maar van elkaar gescheiden populaties voor. De Kempische populatie zit zowel in Nederland als in België, waar de slang nog op de Blekerheide en het Riebos leeft. Luc Winters van Natuurpunt: „Ze liggen letterlijk met de kop in België.”

De gladde slang is een slome. Per jaar verplaatst hij zich maar enkele honderden meters tot hooguit enkele kilometers. Zelfs de jonge dieren, op zoek naar een nieuw territorium, gaan nauwelijks verder. Om het dier tot trekken te verleiden, zodat er weer genetische vermenging tussen de groepen komt, moesten er zowel binnen als buiten de leefgebieden goede, open verbindingszones komen. „Door een donker bos reist een gladde slang niet. Daar koelt hij af en wordt nooit meer warm. En landbouwgrond is veel te uniform”, vertelt Van Rijsewijk.

En dus kapte Staatsbosbeheer kilometers stroken open van het naaldbos rondom de Cartierheide en zorgde de Bosgroep in haar gebieden voor verbindingen en meer openheid. Frissen: „De brede, doorgaande bospaden hebben we verder verbreed door in de randen bomen weg te halen. Daar ontstaat vanzelf heide en daarmee gunstig leef- en reisbiotoop. Alleen al in onze gebieden gaat het om ruim 25 kilometer bosrand.” Dankzij provinciale inspanningen kon landbouwgrond worden omgezet in verbindende natuur.

In België gebeurde hetzelfde, zegt Winters. „Ook wij hebben met vrijwilligers de heide opgeknapt. Honderden boompjes zijn uitgetrokken en stukjes hei met de hand geplagd. Er worden nog enkele tientallen hectaren naaldbos gekapt om onze gebieden onderling en richting Nederland beter te verbinden.”

Ook elders in Nederland wordt gewerkt aan de kansen van reptielen maar De Kempen zijn volgens Van Delft een geval apart. „Neem de tientallen vrijwilligers die monitoren en meehelpen, de praktische manier van werken met adviseurs in het veld, het internationale karakter en vooral het informele karakter met geregeld overleg in het café.”

Ondertussen beslissen de mannen net over de Belgische grens om nog een paar vierkante meter heide om te spitten. „Beetje meer zand en reliëf maken; ook goed voor hagedissen.”

Vier natuurbeheerders inspecteren of De Kempen, hier bij het Brabantse Reusel, een geschikt leefgebied is voor de gladde slang. Vlnr: Denis Frissen, Luc Winters, Jeroen van Delft en Arnold van Rijsewijk. (FOTO MONICA WESSELING )
Gladde slangen, een bedreigde diersoort, door versnippering van de natuur en doordat natuurbeheerders niet altijd optimaal reptielenbeheer voeren. (FOTO'S ARNOLD VAN RIJSEWIJK)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden